Syriza probeert status-quo EU te doorbreken

Griekenland is voor de EU nu meer dan een economisch risico een politieke uitdaging.

De EU zal na de Griekse verkiezingswinst van het links-radicale Syriza niet snel van koers veranderen of omvallen. Dat hier sinds gisteravond toch meteen al druk over wordt gespeculeerd, geeft aan hoe laag het vertrouwen nog steeds is in de economische weerbaarheid van Europa. Daardoor kan zelfs een relatief klein probleem als Griekenland, opnieuw, existentiële twijfel zaaien.

Economisch mag Europa kwakkelen, het staat er beter voor dan in 2012 toen de eurozone door Griekse perikelen elk moment dreigde te klappen. Al is het maar omdat de Griekse economie, na zes jaar recessie, sinds kort weer groeit. En de Griekse staatsschuld, anders dan drie jaar geleden, geen acute bedreiging vormt voor commerciële banken elders in Europa, maar voor het overgrote deel in handen is van EU-instellingen als de Europese Centrale Bank (ECB).

En de instrumenten die tijdens de eurocrisis zo node werden gemist, bestaan nu wel. Naast een bankenunie, met onafhankelijk bankentoezicht door de ECB, is er ook een mechanisme om banken die toch in de problemen raken gecontroleerd op te doeken. Zoals een commissie-ambtenaar zegt: „We zijn nu beter voorbereid op eventuele schokken.”

Vanochtend reageerden de financiële markten dan ook amper op het nieuws uit Athene. Maar wat geen existentiële crisis is, kan er toch als eentje voelen. Het gemor over de eurocrisis, en over de harde bezuinigingspolitiek die daarop volgde, klonk tot nu toe vooral uit de mond van populisten, in oppositiebankjes of op straat. Met de verkiezingswinst van Syriza krijgt dat gemor voor het eerst een gezicht in de Europese Raad. Dit machtige gremium van regeringsleiders, wordt al jaren gedomineerd door christen-democraten, sociaal-democraten en liberalen. Door middenpartijen kortom.

Tsipras herhaalde zaterdag nog maar eens dat de economie bij hem „in veilige handen” is. Maar hij wil wel 2 miljard euro uittrekken voor armoedebestrijding in zijn land, ook al valt dat nauwelijks te rijmen met de miljarden aan noodsteun die Griekenland krijgt. Hij wil ook praten over gedeeltelijke kwijtschelding van de staatsschuld (ruim 170 procent van het Grieks bbp), die daadwerkelijke groei in de weg zou staan. Maar daarvoor zijn vrienden nodig in Brussel. Vrienden die hij nu niet heeft.

Manfred Weber, leider van de machtige christen-democratische fractie in het Europees Parlement, noemde de overwinning van Syriza gisteren „teleurstellend”. „Het zal spoedig duidelijk worden dat de beloftes van Tsipras niets anders zijn dan kiezersbedrog. Europese belastingbetalers zullen niet bereid zijn te betalen voor zijn loze beloftes.” De Europese Commissie zweeg vanochtend, voorzitter Jean-Claude Juncker zou later vandaag pas reageren.

Eind februari loopt noodsteun af

De eerste mogelijkheid om in Brussel over de nieuwe situatie te praten is vanmiddag, wanneer Europese ministers van Financiën bijeenkomen voor regulier overleg. Maar volgens ingewijden moet daar niet veel van worden verwacht, aangezien de nieuwe Griekse regering nog moet aantreden en het niet duidelijk is wat Tsipras precies van plan is. Veel druk zal de EU overigens niet hoeven uit te oefenen. Dat doen de Grieken zelf ook al: vooruitlopend op de verkiezingen haalden zij in december 3 miljard euro spaargeld weg bij de banken. In januari kwam daar nog minstens een miljard euro bij.

Pas echt spannend wordt het eind februari: dan loopt de noodsteun af van de EU, ECB en Internationaal Monetair Fonds. Het Europese deel van dat programma, 197 miljard euro (van in totaal 240 miljard), eindigde eigenlijk al in december, maar werd toen ‘technisch’ verlengd. Internationale geldschieters waren niet tevreden over de in Athene getoonde hervormingsambities, maar wilden ook niet meteen de deur dichtslaan.

Dat gebeurt, bij ongewijzigd beleid, wel op 28 februari. Griekenland zou de laatste tranche van het steunpakket (1,8 miljard euro) dan mislopen. Om aan zijn financiële verplichtingen te kunnen voldoen moet het dan zelf gaan lenen op kapitaalmarkten, een vrijwel ondoenlijke opgave. Bovendien zou het de weg afsnijden voor een derde, volgens sommigen broodnodig noodpakket. Ingewijden kunnen zich moeilijk voorstellen dat het zover komt, maar dat er komende maand opnieuw een zwaar beroep gedaan zal worden op politieke wil, zowel binnen Griekenland als daarbuiten, is duidelijk.