Slechts bij vlagen herleeft bij Booker T. Jones oude magie

Hij vond het geluid van de Hammond niet goed, dus speelde de orgelkoning tijdens de eerste set alleen gitaar in de North Sea Jazz Club. De Memhpis soul die Booker T. Jones & The MG’s in de jaren zestig ontwikkelden bleef dus bewaard tot het laatste deel van het concert. In het eerste uur kletste Jones gitaarklassiekers aan elkaar als een doorgewinterde frontman van een coverband.

Hoewel Jones de gelegenheid had om te verrassen, bijvoorbeeld door zijn werk als liedjesmaker te laten horen (hij schreef de mooiste nummers van Bill Withers), koos hij voor een geijkte bluesrock-set. Veel aanleiding om een nummer te spelen had hij niet nodig. Omdat hij tijdens het Monterey Pop Festival in 1967 Jimi Hendrix zag, speelt hij diens Hey Joe. Omdat hij een award kreeg uit handen van Prince, klonk ook diens Purple Rain – met zijn zoon op gitaar. Die speelt behoorlijk gitaar, maar heeft geen eigen geluid. Dat gold voor de hele band.

Pas na de pauze was het Hammondorgel naar Jones’ tevredenheid. Toen klonk dus zijn eigen werk: de lome soulblues, hangend in de tel. Hoewel het bleef bij een opeenstapeling van hits (Green Onions, Hang ‘em High, Time is Tight) leken de muzikanten minder bezig met crowd pleasing, waardoor iets van de magische Stax-soul voelbaar werd. Maar dat waren korte momenten. In de Booker T. Jones-show werd zelfs een onverwoestbaar nummer als Hip Hug Her nodeloos opgeleukt met een matige rap van de drummer.