Revanche op zichzelf

Sjinkie Knegt werd voor de tweede keer in zijn carrière Europees kampioen. Met een dosis vrolijke bluf versloeg hij shorttracklegende Viktor An. Bondscoach Jeroen Otter heeft hem nooit beter zien rijden dan nu.

Sjinkie Knegt Foto ANP
Sjinkie Knegt Foto ANP

Een jaar geleden haalde Sjinkie Knegt de wereldkranten en televisiezender CNN toen hij de EK shorttrack in Dresden ziedend afsloot met twee opgestoken middelvingers naar de man die hem had verslagen, Viktor An. Gisteren, in een swingende ijshal in Dordrecht, stak de Friese acrobaat na een ware masterclass een gebalde vuist omhoog toen hij Europese titel overnam van diezelfde Koreaans-Russische shorttracklegende.

Met de zegetocht van Knegt kreeg het toernooi het slot dat het verdiende: drie dagen topsport, spanning en show in een volle sporthal toonden waarom deze discipline de Nederlandse schaatswereld heeft veroverd. De prestaties van Knegt stonden garant voor spektakel in Dordrecht. Het toernooi draaide uit op een spannend gevecht tussen twee tovenaars op schaatsen: „meester-schaker” An, zoals de Nederlandse bondscoach Jeroen Otter de in Seoul geboren Rus omschrijft, en diens brutale uitdager uit Bantega.

Een jaar na zijn wangedrag in Dresden nam Knegt voor eigen publiek revanche op zichzelf. Het leverde hem zijn tweede Europese titel op, na het goud van 2012 in Mlada Boleslav (Tsjechië). „Winnen in eigen land is het mooiste wat er is”, zei Knegt na afloop. „En het niveau was hier in Dordrecht een stuk hoger dan toen.”

Frustraties van Dresden

Ondanks de frustraties van Dresden, waar Knegt uit de toernooiuitslagen werd geschrapt, slaagde hij erin het incident snel achter zich te laten. Tijdens de Russische show in Sotsji rond Viktor An pikte hij een maand later in het Iceberg Skating Palace zijn eerste olympische medaille mee, brons op de 1.000 meter.

Sindsdien keek hij niet meer om. „Dat doe ik nooit. Een nieuwe dag, nieuwe kansen.” Opportunistisch als hij is op het ijsbaantje van 111 meter: als Knegt een gaatje ziet springt hij erin. „Op topsnelheid ben ik sterker dan de rest”, liet hij zich zaterdagavond ontvallen – met zijn eerste goud (1.500 meter) en zilver (500 meter) op zak. Dat was geen bluf: fysiek is hij beter dan ooit. „Als het hard gaat, gaan de Russen kapot”, zei hij over An en diens beste ploeggenoot, Semen Elistratov. „Dan ben ik op mijn best.”

Die toegenomen kracht dankt hij mede aan de knieblessure die hij in de maanden voor de Winterspelen in Sotsji had opgelopen. Een meniscusoperatie dwong hem vooral op de fiets te trainen. Dat beviel hem zo goed dat hij die trainingsmethode vorige zomer voortzette. Het verschaft Knegt een extra wapen, naast de kwaliteiten die hij al had. Net als An is hij een natuurtalent: watervlug, onberekenbaar en onnavolgbaar. „Ik heb Sjinkie nooit beter zien rijden dan nu”, zegt Otter.

De architect achter de opmars van het Nederlandse shorttrack is ervan overtuigd dat Knegt inmiddels het niveau heeft bereikt van An, met zes olympische en zes wereldtitels de beste shorttracker aller tijden. „Ik denk dat An hier gewoon in vorm was. En Sjinkie ook”, zegt Otter. „Dan is het heerlijk om te zien dat Sjinkie de gevreesde An kan verslaan, met dezelfde trukendoos en dezelfde snelheid waarmee An groot is geworden.”

Het is niet voor niets dat Knegt in een paar jaar tijd is uitgegroeid tot het uithangbord van het Nederlandse shorttrack, dat decennialang in de schaduw stond van het langebaanschaatsen. De clown van de nationale ploeg, een wereldster in wording – maar met de uitstraling van een belhamel uit een Fries dorp. Een dosis vrolijke bluf, een ontwapenende verlegenheid en een ongeremde dadendrang op het ijs maken hem tot de lieveling van het publiek, dat alleen al aan zijn voornaam genoeg heeft. En: anders dan de meeste Friezen vindt hij langebaanschaatsen maar saai.

Ondanks de hoge verwachtingen oogt Knegt stoïcijns, en hij houdt dat beeld voor de buitenwereld graag in stand, maar Otter weet wel beter. „Dat is het schild dat hij voor zich houdt. Dat werkt goed voor hem. Maar ik zie hem ook behoorlijk nerveus voor een halve finale. Dan krijgt hij zo’n pruillipje, maakt een valse start. Maar tijdens de race heeft hij een soort Alzheimer. Als er iets gebeurt vergeet hij het direct weer – dan is hij al op zoek naar de volgende uitdaging. Hij laat zich niet gek maken.”

Genoten van de races

De doorgaans broodnuchtere Otter was zo onder de indruk van de races dat hij zaterdag zelfs op de boarding klom toen Knegt de 1.500 meter won. „Dat heb je soms. Ik heb echt genoten van een aantal wedstrijden. Niet eens zozeer om de zege, maar vooral de manier waarop iemand passeert of blokkeert. Dat is het mooie aan onze sport.”

Het was in Dordrecht overigens niet alleen maar feest voor de Nederlandse mannenploeg. Op het populaire teamonderdeel – de afsluitende relay – leden Knegt, Freek van der Wart, Daan Breeuwsma en Itzhak de Laat een gevoelige nederlaag. De regerend wereldkampioen werd niet alleen verslagen door olympisch kampioen Rusland, maar werd ook ook gepasseerd door het jonge, zeer talentvolle kwartet van Hongarije. „In het shorttrack geldt: if you snooze, you lose. Een of twee kleine foutjes worden meteen afgestraft”, constateerde Otter. „Het niveau in het Europese shorttrack is op dit moment heel hoog.”