Opkomst van nieuwe generatie schakers

Magnus Carlsen wint het sterk bezette Tata Steeltoernooi; na een povere start staakte hij zijn experimenten.

Toernooiwinnaar Magnus Carlsen tijdens zijn laatste wedstrijd in Wijk aan Zee waarin hij remise speelde tegen de KroaatIvan Saric.
Toernooiwinnaar Magnus Carlsen tijdens zijn laatste wedstrijd in Wijk aan Zee waarin hij remise speelde tegen de KroaatIvan Saric. Foto SCS/Michel Utrecht

Met een gezicht als een oorwurm komt Magnus Carlsen de speelzaal uit lopen. De wereldkampioen baalt van de karige remise tegen Ivan Saric in zijn laatste partij. Het is genoeg om het Tata Steeltoernooi te winnen, maar dat interesseert hem even niet. Pas als hij verwoordt wat er is gebeurd, laat hij merken dat hij toch blij is. „Ik gaf een pion weg en hij pakte hem. Zo simpel was het. Gelukkig kreeg ik hem daarna ook weer terug.” En hij grijnst.

Hij heeft een vreemd toernooi achter de rug, zegt hij. „De eerste drie partijen en de laatste vier waren ‘vergeetwaardig’ slecht. Het middendeel was historisch goed.”

Het was die verbluffende reeks van zes winstpartijen midden in het toernooi die hoge verwachtingen schiep. Ook al omdat Fabiano Caruana en Levon Aronian, die vooraf werden gezien als zijn voornaamste rivalen, tussen de slachtoffers zaten.

Even leek het erop dat Carlsen, net als Caruana vorig jaar in St. Louis, zeven partijen achter elkaar kon winnen. Of nog wel meer. Maar het kwam er niet van. Een cynisch staaltje sabotageschaak van Vasil Ivantsjoek leidde onvermijdelijk tot remise en maakte een eind aan de zegereeks van de Noor.

Wat wel nog in zicht bleef, was zijn beste score in Wijk aan Zee, die hij in 2013 neerzette. Maar ook dat totaal van 10 uit 13 bleek niet haalbaar. Wat hij ook probeerde, er kwamen alleen nog maar halve punten bij.

Het deed Carlsen denken aan de editie van 2010, toen hij ook eerste werd ondanks een slap slot. „Ik won, maar was voornamelijk chagrijnig. Ik nam me toen voor om, als me dat nog eens zou overkomen, een vrolijker gezicht op te zetten. Maar ik ben bang dat het me niet goed lukt.”

Carlsen kwam naar Wijk aan Zee met louter goede voornemens. Hij wilde nieuwe ideeën uitproberen en hij wilde na zijn tweede plaats in St. Louis, drie volle punten achter Caruana, bewijzen dat hij nog steeds de beste toernooispeler is. De experimenten liet hij na een povere start snel varen, de toernooiwinst was dik verdiend.

Speculatie over nieuwe generatie

Het kwartet dat met een half punt minder de tweede plaats deelde, was opvallend jong. Hun zelfverzekerde optreden en met name het falen van de 32-jarige Aronian, leidde tot drukke speculatie over de nieuwe generatie die hoopt Carlsens soevereiniteit aan te tasten. Zelf gelooft hij daar nog niet erg in. „Voor mij is Caruana nog steeds na mij de beste. Op basis van één toernooi moeten we geen overhaaste conclusies gaan trekken.”

De jongste van het kwartet was Anish Giri, die wel degelijk een trend ziet in deze eindstand. Begrijpelijk. Zelf schoof de 20-jarige Nederlander op naar de zesde plaats op de wereldranglijst, terwijl de 21-jarige Wesley So nu zevende staat. Giri had een ijzersterke slotserie, die vorige week begon met een overwinning op Ding Liren. De Chinese kampioen is 22 en zou uiteindelijk ook gedeeld tweede worden. Giri bestreed Ding met zijn eigen wapen, scherp tweesnijdend spel, en werd zo geïnspireerd door dit succes dat hij zijn volgende drie partijen ook won.

De meeste indruk maakte zijn overwinning op So in de voorlaatste ronde. Met groot geduld en hardnekkigheid wist hij een lastig eindspel na zeven uur spelen en 111 zetten in winst om te zetten. Die inspanning voelde hij in de laatste ronde. Optimistisch trad hij aan tegen de Pool Wojtaszek, die in de derde ronde verrassend Carlsen had verslagen. Misschien wel te optimistisch. Giri hoopte op een winstserie van vijf, totdat hij zich realiseerde dat hij een stelling zat uit te rekenen die hij de avond ervoor al bekeken had. De realiteitszin keerde terug en zonder veel problemen wikkelde hij af naar remise.

Giri’s sprong voorwaarts op de wereldranglijst is de bekroning van een jaar lang gestage vooruitgang. De samenwerking met zijn trainer Vladimir Tukmakov heeft hem een veelzijdigere speler gemaakt. „Hij wijst me op de andere kant van het schaken. Dat je soms risico’s moet nemen, of anders spelen dan je gewoon bent.”

De waardering is wederzijds. Inmiddels weet Tukmakov precies wat de kracht van Giri is en wat nog zijn zwaktes zijn. De trainer: „Ik zie wat er mogelijk is en we weten wat we moeten doen. Hij en ik.”

In het slotweekend bereikte Giri’s rating een recordhoogte van 2.797,2. Daarmee passeerde hij de pieken die ooit bereikt werden door Anatoli Karpov en Bobby Fischer. Maar naar die vergelijking wil hij niet eens luisteren. „Daar word ik beroerd van. Hoe kun je legendes die twintig jaar aan de top stonden vergelijken met iemand die zich net in de buurt van de top meldt? Dat slaat nergens op. Daar kunnen we het over hebben als ik ooit twintig jaar gedomineerd heb.”