Kazim (2)

Het scheelde weinig of ik had vandaag voor het eerst een oude column gekopieerd en opnieuw laten plaatsen op deze plek in de krant. Half december schreef ik ook al over Colin Kazim-Richards, de spits van Feyenoord die niet zo makkelijk scoort. Hij was goed als aanspeelpunt en ging voorop in de strijd. Maar Kazim had geen neusje voor de goal, hij had een neus voor incidenten. Het liefst stond Kazim in het middelpunt van de belangstelling als er een relletje is.

Tijdens Ajax-Feyenoord zag ik mijn oude column weerspiegeld op het veld: Kazim als vechtjas, als stormram, als aanjager, als onverzettelijke kolos met een Ajacied in zijn rug, als ruziezoeker. Maar vooral ook, als kansenmisser.

Ik had het kunnen doen, mijn oude column nog een keer laten afdrukken. Maar in de 74ste minuut van de Klassieker zag ik een tafereel dat perfect verbeeldde hoe Kazim in het veld staat.

Ik moest het voorval noteren, voor mijn Kazim-archief.

Feyenoord viel aan in de tweede helft. Jens Toornstra had aan de zijkant van het veld de bal aan zijn voet. Hij zette hoog voor. De bal leek iets te hard. Kazim stond vlak bij Ajax-keeper Cillessen. Met zijn kont – een fantastisch model, dat moet ik de spits nageven – duwde Kazim de keeper in een swingende heupbeweging over de doellijn. Cillessen viel achterover. Jean-Paul Boëtius stond iets voorbij de tweede paal klaar. Hij kon vrij inkoppen.

Kazim lette op alles, behalve de bal.

Op het moment dat Boëtius kopte, zocht Kazim een nieuwe tegenstander om tegenaan te beuken. Deze keer was verdediger Mike van der Hoorn het slachtoffer van de Feyenoordspits.

De bal van Boëtius ging ondertussen richting het doel.

Kazim waande zich winnaar in het doelgebied. Cillessen en Van den Hoorn waren immers uitgeschakeld. Totdat de bal zijn kant opkwam. Door zijn trek- en duwwerk zag de spits ’m te laat. De bal kwam tegen zijn schoen die op de doellijn stond.

Zo werd Kazim de spits die een doelpunt van een collega voorkwam.

Geheel in de traditie van de Kazim-praatjes achteraf richtte hij zijn pijlen niet op zichzelf maar op de Ajax-keeper met wie hij in aanvaring kwam. Cillessen was een aansteller. Kazim: „He’s a baby. Know what I’m sayin’?”

Naderhand had Kazim grootse plannen. Hij wilde de keeper nog wel eens even binnen zien, in de catacomben. Hij trok op het veld alvast zijn shirt uit. Het stierf van de spannende spreuken en plaatjes op zijn huid.

The Bull versus The Baby.

Ik weet zeker dat Kazim in een kooigevecht wint van Cillessen. Voor wat het waard is, als je voetbalspits bent. Hij is beresterk. Kazim heeft eigenlijk maar één ding te vrezen: zijn getroebleerde zelfbeeld.