‘Ik wilde geen kwetsende foto’s maken’

Winnaar Zilveren Camera

Bij de MH17-ramp was hij snel ter plaatse. Zijn eerste beelden gingen de hele wereld over.

Toen op 17 juli de MH17 was neergehaald was Pierre Crom binnen een paar uur op de rampplek. Met zijn fotoserie van de MH17-ramp won hij de Zilveren Camera.
Toen op 17 juli de MH17 was neergehaald was Pierre Crom binnen een paar uur op de rampplek. Met zijn fotoserie van de MH17-ramp won hij de Zilveren Camera. Foto Pierre Crom

„Jippie. Hoera! De Zilveren camera. Yeeeaaahhh!” Vlak nadat gisteren bekend werd dat hij de prijs voor de beste nieuwsfoto 2014 had gewonnen, kreeg de in Nederland wonende Franse fotograaf Pierre Crom op zijn smartphone een kort geluidsfragment binnen van zijn twee kinderen. Hij moest erom grinniken, maar legt daarna wel uit dat hij geen plannen heeft om het groots te gaan vieren. „Ik ga een hapje eten met mijn vriendin en een paar vrienden.”

Gisteravond kreeg Crom in het Fotomuseum Den Haag de Zilveren Camera voor zijn fotoserie over de ramp met de MH17. „Het is een mooie erkenning, maar je moet vooral beseffen waar deze prijs voor staat. Het is pas een half jaar geleden dat veel mensen in Nederland hun dierbaren hebben verloren. En met betrekking tot de ramp zijn nog steeds een heleboel vragen niet beantwoord.”

Op 17 juli, de dag dat de Boeing 777 met vluchtnummer MH17 in het oosten van Oekraïne neerstortte, was Pierre Crom net gearriveerd in Donetsk. Een paar uur nadat het nieuws werd bevestigd, was de fotojournalist met collega’s in een auto op weg naar het rampgebied. De eerste beelden die Crom maakte, waaronder die van de smeulende resten van het vliegtuig, gingen meteen de hele wereld over. „De foto’s werden overgenomen door Getty Images, dan heb je meteen een wereldwijd bereik.” Toch besloot hij de volgende dag aan de slag te gaan voor het ANP en NRC Handelsblad. „Ik werd benaderd door veel media en agentschappen, maar ik dacht: ik woon in Nederland en deze ramp heeft een grote impact op de Nederlanders. Ik wilde een consistente reportage maken van de gebeurtenissen.”

Aanvankelijk bleef Crom ruim drie weken in het gebied. Op verzoek van het ANP ging hij eind oktober en in november tijdens de bergingsmissie opnieuw terug. Hij fotografeerde er ook voor NRC en hield een dagboek bij over zijn ervaringen. Het was voor Crom, die al jaren werkzaam is als fotojournalist, de eerste keer dat hij zo’n grote ramp versloeg. „Mensen vragen er wel vaker naar of ik het achteraf moest verwerken. Maar ik heb het niet nodig. Ik sta gewoon stevig in mijn schoenen. Ik zag vanuit mijn ooghoek wel afschuwelijke dingen die je niet wil zien, maar die heb ik gewoon niet gefotografeerd.”

Wat dat betreft hanteert hij duidelijke richtlijnen. „Collega’s hebben de lichamen gefotografeerd en kledingstukken die voor nabestaanden herkenbaar kunnen zijn. Ik doe dat niet. Ik heb als taak om beelden te maken die voldoende informatie bevatten maar ook interessant voor het publiek zijn. Ik wil geen foto’s maken die te kwetsend zijn voor nabestaanden.”

Hem viel op hoe vakkundig de Nederlandse forensisch experts zijn. „De politiemensen en de bergers zijn professionals die keihard werken en gevaar liepen. Op hen kun je geen kritiek hebben.”

Begin februari gaat hij opnieuw naar Oekraïne, want hij wil het conflict verder vastleggen.