Iedereen zijn eigen pensioenpotje, zelf de risico’s en uitkering bepalen

Een onbekend pensioenmodel uit Zwitserland en Denemarken biedt volgens de SER een „goed perspectief”.

Demonstratie van FNV-leden voor ‘goed pensioen voor alle generaties’, begin december 2014 in Den Haag.
Demonstratie van FNV-leden voor ‘goed pensioen voor alle generaties’, begin december 2014 in Den Haag. Foto ANP

De Sociaal-Economische Raad (SER) gaat verder onderzoek doen naar een nieuw pensioenmodel waarbij iedereen zijn eigen spaarpot heeft, maar die wel collectief wordt belegd om risico’s te spreiden. Dat staat in een ontwerpadvies dat het adviesorgaan van werkgevers, werknemers en onafhankelijke kroonleden zaterdag heeft gepubliceerd.

1 Waarom heeft de SER advies uitgebracht?

Op aanvraag van het kabinet, in het kader van de ‘nationale pensioendialoog’ die staatssecretaris Jetta Klijnsma (Sociale Zaken, PvdA) vorige week heeft afgesloten. Klijnsma heeft de jaarlijkse pensioenopbouw al verlaagd, omdat we steeds langer leven en werken. Ook heeft ze de financiële regels voor pensioenfondsen aangepast om het stelsel sterker te maken na de crisis van 2008. Daar is al jaren over gepraat, maar de échte hervormingen moeten nog komen. Er is discussie over de herverdeling van pensioengeld tussen jong en oud. Deelnemers willen meer transparantie en keuzevrijheid in de regeling. Het stelsel moet ook aansluiten op de veranderende arbeidsmarkt, zoals flexibilisering en de groeiende groep zzp’ers.

2 Wat adviseert de SER?

De SER heeft vier varianten geanalyseerd, nog zonder een voorkeur uit te spreken. De raad gaat wel één variant verder onderzoeken en noemt deze interessant maar onbekend: het ‘persoonlijk pensioenvermogen met collectieve risicodeling’. Hierbij bouwt iedereen zijn eigen pensioen op, dat wel wordt belegd in één grote beleggingspot om de risico’s te verdelen. Deelnemers kunnen kiezen uit verschillende beleggingsrisico’s, bijvoorbeeld minder risico naarmate ze ouder zijn. Mensen kunnen ook kiezen uit een vaste pensioenuitkering met veel zekerheid of juist een flexibele uitkering die meebeweegt met de beleggingsresultaten. De huidige doorsneepremie (vast percentage van het loon) wordt losgelaten. Werkgevers en werknemers maken in het cao-overleg afspraken over de hoogte van de premie en de collectieve risico’s. In Zwitserland en Denemarken bestaan vergelijkbare regelingen.

3 Wat zijn de andere varianten?

• Een ‘uitkeringsovereenkomst met degressieve opbouw’: geen doorsneepremie, jongeren bouwen meer pensioen op dat langer rendeert.

• Een nationale pensioenregeling: behoud doorsneepremie, verplicht voor alle werkenden in Nederland.

• Een persoonlijk pensioenvermogen met vrijwillige risicodeling: maximale keuzevrijheid in bijvoorbeeld pensioenfonds, maandelijkse inleg, beleggingsrisico’s, hoogte uitkering.

Geen van de varianten kan alle problemen oplossen, constateert de SER. Maar de variant met eigen spaarpotjes en gedeelde risico’s, die verder onderzocht gaat worden, biedt een „goed perspectief”, volgens de SER.

4 Wat zegt de SER over zzp’ers?

Weinig. Ruim de helft van de 800.000 zzp’ers zou geen pensioen opbouwen, blijkt uit een enquête. Een aantal partijen, zoals werkgeversvereniging AWVN, uitzendkoepel ABU, vakcentrale FNV en de Autoriteit Financiële Markten, dringt daarom aan op verplichte pensioenopbouw voor zzp’ers. De SER benadrukt alleen dat zzp’ers een grote, maar ook zeer diverse groep vormen en somt een aantal huidige pensioenregelingen voor deze groep op. De raad verwijst naar een interdepartementaal onderzoek over zzp’ers dat dit voorjaar verschijnt. Ook gaat het kabinet mogelijk aan de SER nog een apart advies over zzp’ers vragen.

5 Hoe gaat het nu verder?

Het ontwerpadvies wordt eerst door de sociale partners in de SER besproken. Het kabinet wil tegen de zomer een aantal „mogelijke beleidsrichtingen” voor de hervorming van het pensioenstelsel publiceren. Het SER-advies zal daarin meewegen.