Gaat Griekenland uit de euro? Zes vragen over de verkiezingsuitslag

Alexis Tsipras, leider van de linkse partij Syriza, wint de Griekse verkiezingen.
Alexis Tsipras, leider van de linkse partij Syriza, wint de Griekse verkiezingen. Foto EPA / Michale Kappeler

De links radicale partij Syriza behaalde gisteren 149 van de 300 zetels. Net geen absolute meerderheid, en dus komt er een coalitie met de Onafhankelijke Grieken - ook een partij die zich keert tegen de strenge bezuinigingen. Wat betekent dat voor de positie van Griekenland in Europa?

1. Wat is Syriza van plan?

Wat wil Syriza-leider Alexis Tsipras? Op 15 september maakte zijn partij de hoofdlijnen van zijn economische programma bekend. In de maanden daarna is dit hier en daar aangevuld. Eén programmapunt is vorige week al werkelijkheid geworden: de Europese Centrale Bank (ECB) gaat verhandelbare staatsleningen opkopen.

Een aantal andere belangrijke plannen:

  • Herstructurering van de schuld van ongeveer 320 miljard euro. Gesproken wordt over ongeveer de helft hiervan. Syriza pleit in dit verband voor een Europese Schuldenconferentie, naar analogie van zo’n conferentie in 1953 die het fundament legde onder het Duitse economische wonder;
  • Verhoging van het minimumloon van 536 naar 751 euro per maand;
  • Herstel van de dertiende maand voor de 1,2 miljoen pensioentrekkers;
  • Voor huishoudens onder de armoedegrens of zonder inkomen: gratis elektriciteit, goedkoper openbaar vervoer, voedselsubsidies;
  • Vervanging van de gehate belasting op onroerend goed door een zware belasting op luxe huizen;
  • Verhoging van de belastingvrije voet van vijf- naar twaalfduizend euro;
  • Temporisering van achterstallige belasting;
  • Een werkgelegenheidsplan dat 300.000 arbeidsplaatsen moet scheppen voor moderniserings van infrastructuur, ook de digitale. Hiervoor zou een deel van de niet gebruikte elf miljard euro in het reddingsfonds voor banken gebruikt kunnen worden;
  • Intrekking van “alle bepalingen voor massale en niet-gerechtvaardigde ontslagen”. Daarbij wordt vooral gedacht aan de duizenden ambtenaren die zijn ontslagen;
  • Herstel van het recht op publieke gezondheidszorg voor werklozen.

2. Wat is daar zo radicaal aan?

Een deel van de partij is expliciet eurosceptisch. Dat deel wil dat Griekenland uit de euro stapt. Ook op het gebied van sociaal-economisch beleid gaan de idealen ver: gratis elektriciteit voor iedereen, een flinke verhoging van het minimumloon, goedkoper openbaar vervoer. Bovendien is de toon van Syriza radicaal: niet eerst onderhandelen, maar meteen demonstreren en staken.

Het bloed van leider Alexis Tsipras is links. Hij was lid van een communistische jeugdbeweging en werd opgeleid tot ingenieur op de polytechnische faculteit in Athene, een bolwerk van links protest. Tsipras werd actief als leider van de jeugdafdeling van Synaspismos, een communistische partij die inmiddels is opgegaan in de ‘radicaal-linkse coalitie’ Syriza. Vanaf begin jaren negentig tot halverwege de economische crisis moesten ze het doen met drie tot vijf procent van de stemmen.

Syriza was aanvankelijk een kiesverbinding van dertien verschillende politieke groepen. De partij ging een grotere rol spelen in de Griekse politiek door de politieke en economische crisis. Eerst alleen als protestpartij, die bovendien bekritiseerd werd omdat de partij zich niet uitsprak tegen links geweld. Maar tijdens de campagne, toen bleek dat Syriza kans had te regeren, is de toon gematigd, schrijft correspondent Marloes de Koning vandaag in NRC Handelsblad (€):

“Syriza schoof op richting het politieke midden. Tsipras ging op tournee door Europa. Over vertrek uit de eurozone wordt door de top van de partij niet meer gepraat. Hoe ingrijpend de veranderingen waren, bleek tijdens de verkiezingscampagne. De protestpartij van vroeger stelde nu alles in het werk om Grieken en Europeanen gerust te stellen.”

3. Gaat Griekenland failliet?

Het is moeilijk om daar nu ja of nee op te antwoorden. Een land kan failliet gaan, technisch is dat mogelijk: als het de schulden niet meer kan betalen, gaat het failliet. Maar voorlopig kan Griekenland zijn schulden nog betalen. Eind februari wordt het spannend, want dan loopt de noodsteun van de EU, ECB en Internationaal Monetair Fonds (IMF) af. Het Europese deel van dat programma, 197 miljard euro (van in totaal 240 miljard), eindigde eigenlijk al in december, maar werd toen verlengd.

Internationale geldschieters waren niet tevreden over de Griekse hervormingsambities, maar wilden ook niet meteen de deur dichtslaan. Als de huidige afspraken blijven staan, loopt het steunprogramma op 28 februari af. Griekenland zou de laatste tranche van het steunpakket (1,8 miljard euro) dan mislopen. Om aan zijn financiële verplichtingen te kunnen voldoen moet het dan zelf gaan lenen op kapitaalmarkten, een vrijwel onmogelijke opgave.

Stel dat er politieke onduidelijkheid ontstaat in Griekenland, bijvoorbeeld als het kabinet van Tsipras alweer binnen een paar maanden valt, dan kan er opnieuw uitstel komen. Het IMF en de ECB houden rekening met de politieke stabiliteit van een land. Maar als Tsiparas’ regering wel functioneert, moet er gepraat worden over oplossingen en zal Griekenland haar schuld moeten afbetalen.

Tsipras wil in deze kwestie twee dingen: zorgen dat een deel van de schulden wordt kwijtgescholden en zorgen dat hij minder moet bezuinigen. Dijsselbloem heeft vandaag gezegd dat er in de EU geen ruimte is voor kwijtschelding. Dan gaat Griekenland waarschijnlijk heronderhandelen over de looptijd van de lening en de hoogte van de rente.

Als Griekenland gaat heronderhandelen is de kans klein dat de ECB en het IMF een gul gebaar maken. Ze zijn bang voor zogeheten precedentwerking: als het Griekenland lukt om een deel van de schuld kwijtgescholden te krijgen of de deal te hervormen, dan wil Portugal misschien ook heronderhandelen.

Komende maand zal er in elk geval opnieuw een zwaar beroep worden gedaan op politieke wil (€), zowel binnen Griekenland als daarbuiten.

4. Gaat Griekenland uit de euro?

(En zo nee: wat is dan een denkbare positie van Griekenland in de eurozone?

Als een land uit de eurozone (€) treedt, moet het ook de EU verlaten. Formeel is het een optie, maar voor zowel de EU als Griekenland is zo’n stap niet wenselijk. De EU geeft dan het signaal af dat de eurozone gebroken kan worden. In het ergste geval ontstaat een domino-effect en treden meerdere landen een voor een uit, terwijl het voor de geloofwaardigheid juist belangrijk is dat de eurozone een solide geheel blijft.

Voor de Grieken is uittreden ook niet wenselijk omdat ze dan de Drachme weer moeten invoeren en die munt last zal hebben van aanzienlijke inflatie. De geldontwaarding in Griekenland zal dan nog nijpender zijn dan nu het geval is.

Er wordt wel gespeculeerd over de optie om tijdelijk uit de EU te treden, om op adem te komen. De EU is vergelijkbaar met een huwelijk: de landen blijven samen in voor- en tegenspoed. Over de constructie om tijdelijk uit elkaar te gaan zodat een land zelf op adem kan komen wordt dus nagedacht. Maar de vraag is of een land daarmee is geholpen; zo zou de situatie in Griekenland ook juist erger kunnen worden als het compleet op eigen benen moet staan.

De kans dat Griekenland in de EU blijft, is veel waarschijnlijker. Het heronderhandelen van de lening wordt dan een belangrijk discussiepunt. Griekenland móét daarover gaan praten, want met die belofte heeft Tsipras de verkiezingen gewonnen.

5. Wat zijn de consequenties als Griekenland blijft?

In principe weinig. Zo zei de Amerikaanse econoom Jeffrey Sachs in een interview in NRC Handelsblad afgelopen weekend:

“Het is absurd om zulk hoog spel te spelen om zo’n klein belang als de Griekse schuld.”

Volgens Sachs maakt Europa zich druk om een klein probleem en vormt Griekenland maar 2 procent van de economie in de eurozone.

Correspondent van NRC Handelsblad in Brussel, Stéphane Alonso, onderschrijft deze bewering. Het is inderdaad een relatief klein probleem, maar kan wel groter worden als het niet snel en daadkrachtig wordt aangepakt.

6. Krijgt Europa het geleende geld terug?

Als het aan Europese leiders ligt, wel. De Britse premier Cameron liet vandaag weten dat Griekenland zich gewoon aan de afspraken moet houden. Premier Rutte zei eerder hetzelfde. Nederland heeft achttien miljard euro betaald aan de Grieken. De ministers van Financiën zijn vandaag bijeen om de situatie te bespreken.

Over het door Nederland geleende geld zegt Alonso:

“Waarschijnlijk krijgen we dat bedrag wel terug, de vraag is vooral wanneer. Als er een deal komt en Griekenland mag er langer over doen om de schuld af te betalen, dan krijgen we ons geld wel terug, maar dat duurt dan tientallen jaren.”

En als je de inflatie meetelt, verdampt een deel van de schuld op termijn alsnog, doordat het afbetalen is uitgesmeerd over een extreem lange looptijd. Maar op papier krijgt Nederland het geleende geld dan wel terug.

Met medewerking van Stéphane Alonso, Marloes de Koning en Marc Leijendekker.