Fregatten dobberen op de golven

Michiel de Ruyter. Regie: Roel Reiné. Met: Frank Lammers, Barry Atsma, Egber Jan Weeber, Aurélie Merel. In: 127 bioscopen (16+) en 80 bioscopen (12+)

3 ballen

foto Hollandse Hoogte

Bestevaer. Nederlands grootste zeeheld. Alleen al bij de gedachte aan een patriottisch epos over Michiel de Ruyter (1607-1676) hoor je Nederlanders besmuikt lachen. Tenzij ze PVV stemmen natuurlijk.

Het valt zwaar onszelf en ons verleden serieus te nemen; vandaar dat een heldenepos over De Ruyter een groot waagstuk is. „Doch die voor dreigen vervaart is, moet niet in den oorlogh koomen”, schreef de admiraal in 1664. Hier is hij dan, Michiel de Ruyter van regisseur Roel Reiné: een nationaal filmepos in Hollywoodstijl. De driekleur wappert, soms gehavend, altijd fier. Mannen sneuvelen in heldhaftige slow motion. Menige afscheidstraan wordt geplengd. Je moet maar durven.

Als één Nederlander een film verdient, dan is dat trouwens biersjouwerzoon De Ruyter uit Vlissingen, die bij zijn dood gold als de grootste zeeheld van zijn tijd. Bedolven onder adellijke titels, vriend van koningen. Toen De Ruyter was gesneuveld bij de slag bij Agosta – een zelfmoordmissie in deze film – eerde de Franse haven zijn passerende gebalsemde lichaam met saluutschoten.

Een briljant maritiem strateeg en vlootvernieuwer, vroom, bescheiden, voor de duvel niet bang. De film pakt zijn leven op in 1652, toen De Ruyter als 45-jarige rentenier tijdens de Eerste Engelse Oorlog in dienst trad van de oorlogsvloot. Aangemonsterd als kind, kon de self-made zeeman toen al terugkijken op een lucratieve loopbaan als handelaar en kaper -– een fluïde onderscheid in die tijd. Met de door Zeeuwen gedomineerde, Trans-Atlantische slavenhandel had De Ruyter weinig van doen: wel leidde hij in 1664 een bloedige campagne in West-Afrikaanse slavenforten op de Engelsen te heroveren. Maar De Ruyter was binnengelopen met handel op de piratennesten van Marokko, waar hij, deels met eigen geld, 2.500 christenslaven vrijkocht.

Michiel de Ruyter is met recht een nationale held: zonder hem had de Republiek der Verenigde Nederlanden als politieke eenheid de Gouden Eeuw niet overleefd. Zijn grootste wapenfeit is niet de tocht naar Chatham van 1667, toen de Britse vloot in eigen haven werd verwoest, maar zijn wanhoopszeges van 1673 op gecombineerde Frans-Engels vloten bij Schooneveld en Kijkduin. Daar voorkwam hij een Britse invasie en de ontmanteling van de Republiek.

Een tweede vraag is of De Ruyter déze film verdient. En het antwoord luidt een zuinig ja. Je had de filmmakers allereerst veel meer geld gegund. De schaal en ambitie is groot, en dan blijkt acht miljoen euro erg schamel voor een epos van tweeënhalf uur, met een kwart eeuw aan politieke intriges en talloze zeeslagen.

Maar de film barst van de schwung en levenslust. Roel Reiné is een regisseur die jong naar Hollywood vertrok en zich daar een plek verwierf met B-films. Wat aan subtiliteit en intellectuele ambitie ontbreekt, compenseert hij met pragmatisme, inzet en tomeloos enthousiasme. Zo overtuigen zijn ‘massascènes’, ondanks een gering aantal figuranten: De Ruyters huis aangevallen door Oranjegepeupel; het afslachten van de gebroeders De Witt. En dat is niet ondanks, maar dankzij een platte Hollywoodaanpak. Ook Reiné’s interieurs, soms Rembrandtesk, soms Vermeerachtige uitgelicht, zien er zo schilderachtig uit als beoogd: kitsch vol bravoure.

Soms kiert de economie er evenwel hinderlijk doorheen, met name bij de zeeslagen. Het is fraai wat computertrucage vermag: fregatten dobberen geloofwaardig op de golven en door uit te zoomen naar een vogelperspectief geeft Reiné aardig inzicht in de strategie van 17de eeuwse zeeslagen. Maar de hectiek is steeds dezelfde: montages van tromgeroffel, gespannen blikken, admiraals die door stoffige verrekijkers kijken en oneliners debiteren, bulderende kanonnen, brandende matrozen, weggeschoten ledematen en kogelinslagen waarbij in slow motion zeelieden van het voordek worden gekatapulteerd. Ten slotte dwarrelen er dan masten, vlaggen en mensen naar de zeebodem.

Sterker is het script, dat de mythe Michiel de Ruyter toont, maar dichtbij de geschiedenis blijft. Het is een meeslepend underdogverhaal over een kleine, dynamische koopliedenrepubliek, intern verdeeld tussen orangisten en staatsgezinden. Met wilskracht, geluk en wijsheid wordt een monarchistische monstercoalitie overleefd, dankzij fenomenale leiders: de rationele, briljante gebroeders De Witt versus de introverte, wilskrachtige prins Willem III. Op de vloot knettert het niet minder fraai tussen de behoedzame strateeg De Ruyter en de opvliegende, ijdele vechtersbaas Cornelis Tromp.

Dat de helden in de film praten als Vinexwijkers pakt best goed uit. Als De Ruyter weigert de vloot te leiden omdat zijn rang en anciënniteit dat niet toestaan, roept raadspensionaris Johan de Witt (Barry Atsma): „Kom op man, dit is de 17de eeuw! Alles kan”. Zo valt het ook te billijken dat de voorvaderen strijden voor vrijheid, tolerantie en diversiteit, zoals De Witt in een ronkende speech stelt, en niet voor religie. Van De Ruyters beroemde godsvrucht blijkt weinig. Het blijkt, anders dan sommigen vooraf vreesden, geen groot bezwaar dat acteur Frank Lammers nu bekend staat als de gemakzuchtige Jumboman van de reclame: no-nonsens familieman De Ruyter laat zich daar best mee combineren.

Is de film goed? Niet zo. Potsierlijk? Soms, met name als we de zwaarlijvige admiraal aan een touw een vijandelijk fregat zien enteren. Vermakelijk? Ja. Michiel de Ruyter is een guilty pleasure.