Film als extra stem in het orkest

Lucas van Woerkum was hoornist maar hield meer van film. In zijn ‘symphonic cinema’ verrijkt hij klassieke muziek live met poëtische beelden.

Waarom zou je een film maken bij klassieke muziek? Is die muziek op zichzelf niet goed genoeg? En leidt al dat beeld niet alleen maar vreselijk af? Lucas van Woerkum, bedenker en regisseur van Symphonic Cinema, weet dat hij een hoop vooroordelen heeft weg te nemen – en dat doet hij met verve.

Na een paar uur praten met Van Woerkum, die op zijn laptop voorproefjes laat zien van zijn nieuwste project Firebird, vraag je je af waarom niemand dit eerder heeft bedacht. Geen speelfilm met live-soundtrack, maar een poëtisch, sprookjesachtig en deels gechoreografeerd beeldverhaal met goede acteurs dat alle ruimte laat aan de muziek. Want de muziek, daar is het Van Woerkum om begonnen.

En dan biedt een laptop nog maar een slappe afspiegeling van de krachten die dit weekend loskomen in het Concertgebouw, als het Nederlands Philharmonisch Orkest Stravinsky’s balletmuziek De Vuurvogel live uitvoert, terwijl Van Woerkums film wordt vertoond op een scherm van 15 meter breed.

Allereerst: natuurlijk heeft klassieke muziek geen filmbeelden nodig. Daar laat Van Woerkum (1982) geen twijfel over bestaan. Maar bepaalde stukken – zoals balletmuziek, die expliciet ruimte laat voor een visuele component – kunnen aan zeggingskracht winnen door het verhaal achter de klanken in beeld te brengen. „Ik ga natuurlijk geen film maken bij een Beethoven-symfonie”, zegt Van Woerkum. „Absolute muziek verdraagt zoiets niet.”

De combinatie film-met-live-orkest is aan een opmars bezig, met als bekendste voorbeeld de Lord of the Rings-vertoningen. „Maar daar gaat het om de fílm”, benadrukt Van Woerkum het verschil. „Bovendien is die muziek voor musici niet uitdagend.” Met Symphonic Cinema doet hij iets heel anders: topstukken uit het klassieke repertoire voorzien van een extra beeldlaag, die de muzikale structuur verheldert en verbindt met het narratief, iets waarin een geschreven programmatoelichting vaak niet slaagt.

Belgisch kasteel

Van Woerkum, telg uit een muziekfamilie, studeerde al hoorn aan het conservatorium toen hij besloot toch van koers te veranderen. „Ik realiseerde me dat ik meer geïnteresseerd was in het verhaal van de muziek dan in het oefenen van toonladders”, zegt hij. En behalve met muziek was hij als veertienjarige ook al met filmen bezig. Van Woerkum was jarenlang assistent van Frank Scheffer, de nestor van de Nederlandse muziekfilm, met wie hij samenwerkte voor zijn HKU-eindexamenfilm over Mahler, Ich bin der Welt abhanden gekommen, die vertoond werd in het Holland Festival 2004.

Firebird, zijn derde film, is veruit Van Woerkums grootste project totnogtoe. Dankzij de samenwerking met producenten Wim Lehnhausen en Dik van der Stroom verveelvoudigde zijn budget; zo kon Van Woerkum Firebird draaien met een ploeg van 40 man, onder wie acteurs als Gijs Scholten van Aschat en Hannah Hoekstra en een gezelschap van topdansers, op locatie in een Belgisch kasteel. Zelf verdient hij niets: zijn honorarium heeft hij in het project geïnvesteerd.

Levende muziek klinkt iedere keer anders. De crux van Symphonic Cinema is dan ook dat de montage live plaatsvindt, aangepast aan tempo en ritme van de uitvoering. Van Woerkum zit ín het orkest, met een systeem waarmee hij de circa 400 shots van zijn film kan instarten. Veel shots hebben overlengte en Van Woerkum kan ze tot 20 procent versnellen en vertragen, zodat de filmvertoning op structuurmomenten spatgelijk loopt met de muziek. Niet voor niets staat hij op het Firebird-affiche als ‘beeldsolist’: de film is zijn partij, die hij uit het hoofd afspeelt onder de baton van dirigent Pablo González.

Van Woerkums volgende twee projecten staan ondertussen al in de steigers: Ravels ballet Daphnis et Chloé en Mahlers Das klagende Lied. Samen met zakenpartner Wim Lehnhausen is hij afgelopen november op tournee geweest langs een dozijn internationale orkesten om die ideeën te slijten – en dat was „100 procent raak”. Van Melbourne en Hongkong tot Los Angeles, Dallas en Miami reageerden orkesten enthousiast. Sommige wachten de wereldpremière van Firebird nog af voor ze definitief intekenen, maar de potentiële interesse is groot.

Net als de druk. „Ja, ik ben best zenuwachtig”, geeft Van Woerkum toe. „Het Concertgebouw moet drie keer uitverkopen en de uitvoering moet drie keer goed zijn.”

Sprookje

De Vuurvogel (1910) is het eerste van de drie grote balletten die Stravinsky voorafgaand aan de Eerste Wereldoorlog schreef voor de Ballets Russes van Diaghilev in Parijs. Het verhaal is een Russisch volkssprookje over twee magische wezens, de een goed, de ander slecht: de Vuurvogel en de boze tovenaar Kastchei. Van Woerkum vertelt dat hij lang heeft gezocht naar een manier om een psychologische laag aan te brengen in dit verhaal, om de toeschouwer bij de personages te betrekken. Wat werkt in een sprookje, werkt niet per se op film.

De list die hij verzon is een familieband. De Vuurvogel (Hoekstra) is de dochter van tovenaar Kastchei (Scholten van Aschat). Diens geliefde vrouw is bij het baren van een grotesk zwart ei gestorven. De Vuurvogel is een constante herinnering aan zijn verlies – én het traumatische zinnebeeld van een ongemakkelijke logica: gezien het kind dat zij hebben verwekt kunnen de ouders onmogelijk beiden menselijk zijn geweest. Ook in zijn vrouw school een Vuurvogel – óf in Kastchei zelf. Zijn kind is zijn spiegel.

Van Woerkum neemt de tijd om verbanden te laten ontstaan en vertrouwt daarbij op zijn uitstekende acteurs. Zijn beeldtaal is suggestief, rijk, soms op het barokke af, en veelal duister; Pan’s Labyrinth van Guillermo del Toro is een inspiratie geweest, en ook de manier waarop Black Swan op Tsjaikovski’s muziek is toegesneden vindt Van Woerkum heel goed. Hij deinst niet terug voor een beetje pathos. Van Woerkum: „Vertaald als feierlich of avec une grande emotion klinkt ‘pathetisch’ al heel anders. In Nederland moet je daarmee oppassen, maar ik schuw geen grote emoties. Deze muziek vráágt erom. Ik hoop dat mensen Firebird als geheel zullen beoordelen, niet alleen de film.”