‘Door knuffelen voel je je direct prettig en gelukkig, en op lange termijn ook gezonder’

Dat stond onder andere in Vrouw, het magazine van De Telegraaf

Illustratie Martien ter Veen

De aanleiding

In 1986 riep de Amerikaan Kevin Zaborney 21 januari uit tot Knuffeldag. Negentien jaar later wordt er gesproken van ‘Internationale Knuffeldag’ en is er ook in Nederland aandacht voor. Zo greep Vrouw, het magazine van De Telegraaf, de dag aan om in een artikel de nadruk te leggen op de positieve effecten van knuffelen: je zou je er direct prettig en gelukkig van voelen, en op lange termijn zelfs gezonder.

Niet alleen in Vrouw, maar in tal van artikelen en reportages werden deze week soortgelijke claims gemaakt. Daarbij kwam steeds één aspect terug: het ‘geluks- of knuffelhormoon’ oxytocine. Dat wordt door het lichaam aangemaakt bij het knuffelen, zo legde knuffeltherapeut Carollyne Tjong Ayong afgelopen woensdag uit aan Het Parool. „Daar word je direct gelukkig van.”

We checken of het klopt: word je gelukkiger en gezonder door het knuffelhormoon oxytocine?

En, klopt het?

Eerst maar even zelf testen. Voor 40 euro boeken we een knuffelsessie bij Lepeltje Lepeltje, de praktijk van Tjong Ayong in Amsterdam. Met vogelgeluidjes op de achtergrond, en met kleding aan, nemen we in een soort foetushouding plaats op het grote kussen in de witte praktijkruimte. Tjong Ayong slaat in haar rol als ‘buitenste lepeltje’ haar armen om je heen. Na een kwartiertje draaien we om. Het is niet zo dat je de oxytocine door je lichaam voelt gieren. Ook word je er niet meteen prettig en gelukkig van: het is vooral heel erg ongemakkelijk.

„Het maakt ook wel uit met wie je knuffelt”, legt hoogleraar psychologie Carsten de Dreu uit. „Er zijn aanwijzingen dat je het hormoon vooral aanmaakt als je met iemand knuffelt bij wie je je veilig en vertrouwd voelt.” Uit onderzoek is gebleken dat hoe meer empathie iemand bij bepaalde situaties voelt, hoe meer oxytocine er in het bloed wordt aangetroffen. Het stofje werkt in de hersenen en het lichaam als neurotransmitter en hormoon. Maar wat is het precies? Maakt het je echt gelukkig en gezonder?

Dat is een stap te ver. Als je lichaam oxytocine aanmaakt door sociaal contact – knuffelen, maar ook seks, massages of zelfs oogcontact – dan wordt het contact daardoor meestal persoonlijker. Het hormoon dat vrijkomt geldt als een soort ‘vloeibaar vertrouwen’. Het maakt mensen over het algemeen vrijgeviger en coöperatiever. Het stofje versterkt bijvoorbeeld de zorgzame houding van ouders van pasgeboren kinderen. Die effecten kan je kwalificeren als prettig, maar het is niet zo dat mensen zich ook prettiger (of onprettiger) voelen. Op de daadwerkelijke gemoedstoestand heeft het hormoon namelijk geen effect, zo blijkt uit laboratoriumonderzoek waarbij mensen oxytocine kregen toegediend. Daarnaast is het de benaming ‘knuffelhormoon’ een beetje kort door de bocht, aldus De Dreu. „Oxytocine kan juist ook aanzetten tot discriminatie of agressie.” Die duistere kant toonde De Dreu aan met zijn onderzoek The neuropeptide oxytocin regulates parochial altruism in intergroup conflict. Mensen die meer oxytocine aanmaken worden minder egoïstisch en handelen meer in het belang van de groep waarin ze zich bevinden. Maar als die groep wordt aangevallen, dan keert het altruïsme zich naar buiten. „Het idee eigen groep eerst. Leuk voor als je in die club zit, minder leuk voor de mensen buiten de club”, vertelt De Dreu. Samenvattend: „Vanuit evolutionair perspectief is oxytocine uitermate functioneel en heel goed, maar het is niet zo dat we hiermee de wereldvrede gaan bereiken.”

En een betere gezondheid door knuffelen? Ook dat kan je niet stellen. Er zijn wel meerdere onderzoeken die hebben aangetoond dat het goed is voor je gezondheid als je goede sociale relaties hebt en in een prettige sociale omgeving zit. Knuffelen en fysiek contact kunnen die sociale omgeving versterken, maar de hink-stap-sprong van knuffelen naar oxytocine naar betere gezondheid kan je niet maken.

Conclusie

Knuffelen kan er voor zorgen dat het hormoon oxytocine wordt aangemaakt. Maar het is niet wetenschappelijk bewezen dat je je daardoor meteen prettig en gelukkig voelt, laat staan dat je er op lange termijn gezond van blijft. De stelling is dus ongefundeerd.

    • Lex Boon