Dichten in cupmaten

Een heuse sonnettenkrans schreef Ilja Leonard Pfeijffer als poëzieweekgeschenk. Dat zal al die mensen leren, die denken dat moderne poëzie nooit meer rijmt en vormeloos moeilijk doet. Hier is de vorm nadrukkelijk aanwezig, alles wat een sonnet behoort te hebben, hebben deze. En dan begint elk gedicht ook nog met de laatste regel van het voorgaande en bestaat het vijftiende sonnet uit al die eerste regels. Knap werk.

Onderwerp is de vrouw, die de Liefde met een hoofdletter moet vertegenwoordigen. Deze ideaalgestalte wordt nagejaagd tot er een echte vrouw haar intrede doet. Daar is de ideaalvoorstelling niet tegen bestand. Het dromerige wezen dat een man nu eenmaal is, houdt het niet uit met de nuchterheid van een vrouw. De conclusie is snel getrokken: ‘Ik kan je slechts als fantasie beminnen’. Waarbij de dichter de geliefde nog opbeurend toefluistert: ‘Ik maak je mooier, maak je maar geen zorgen./ Ik dicht er zo een hele cupmaat bij.’

De krans is getiteld Giro giro tondo, (Draai draai rond), een Italiaans kinderliedje waarbij de kinderen in een kring rondhuppelen en bij de laatste regel vallen ze op de grond. Net zoals deze liefde doet. Tegelijkertijd slaat dit ronddraaien op de vorm van deze reeks, die in zichzelf ronddraait, en vast ook op de tijd die steeds weerkeert met almaar dezelfde thema’s: een man die niet tot echte liefde in staat is, de tegenstelling tussen ideaal en praktijk.

Het is niet erg belangrijk, maar wel speels en virtuoos.