Björks scheidingspijn in verbrokkelde liedjes

Björk in 2014
Björk in 2014

Op haar vorige cd, Biophilia (2011) zong Björk over atomen, moleculen en het universum. Haar nieuwe cd, Vulnicura, is intiemer. Hier bezingt Björk haar persoonlijk universum van scheiding en liefdesverdriet. De liefdesrelatie met kunstenaar Matthew Barney, vader van dochter Isadóra, werd verbroken, wat stof leverde voor schrijnende nummers.

Toen Björk weer aan muziek wilde denken, legde ze de basis voor nieuw werk met arrangementen voor vijftien violen. Vervolgens werkte ze samen met Arca, muzikant en producer uit Venezuela, die raad weet met modern brommende en zuigende elektronica, zoals hij onlangs liet horen op de debuutcd van FKA Twigs. Samen maakten ze associatieve songs, bijna zonder drum of percussie, in brede streken opgezet. De instrumentaties zijn minder opzienbarend dan Arca’s bemoeienis deed verwachten. De elektronica dromt samen, zindert en verwaait, in harmonieuze combinatie met de glazig klinkende strijkers.

Björks nadrukkelijk gearticuleerde zang staat op de voorgrond en zorgt voor de typische stroeve Björk-mutaties. Die stem strijkt op bekende wijze tegen de haren in, in tracks als Black Lake, Quicksand en Atom Dance (waarin Antony Hegarty voor de milde momenten zorgt).

Hoewel ze verdrietig is, zijn het milde teksten. Björk zingt zonder wrok over de gewezen partner. Er zijn observaties over de verdwenen ‘love triangle’ tussen vader, moeder en kind, vertwijfelde uitroepen (‘Did I love you too much?’), en een liefdes-inventarisatie in History of Touches. Ze zingt gepijnigd: ‘When I’m broken I’m whole’.

Desintegratie en verbrokkeling – als dat is wat Björk wilde uitdrukken, dan is dat gelukt. Liefdesverdriet en hartenpijn kunnen iemands zelfbeeld uiteen doen vallen, blijkt uit de tekst van bijvoorbeeld Notget en Quicksand. Ook muzikaal laten Björk en Arca verbrokkeling horen. De nummers op Vulnicura klinken gefragmenteerd. Björk springt heen en weer tussen schotsen melodie, maar voor de luisteraar is de lijn niet makkelijk te ontdekken. In bijvoorbeeld Lionsong en History of Touches haken de schotsen in elkaar, veel andere liedjes blijven brokkelig. ‘Desintegratie’ had misschien minder letterlijk genomen moeten worden.