Het komt goed!

Een beetje komisch was het wel, die hoorbare zucht van verlichting die aan het einde van de live-uitzending ‘Jouw vrijheid, mijn vrijheid’ vanuit het publiek klonk, toen het EenVandaag-opiniepanel op de valreep verlossing kwam brengen: een ruime meerderheid, zo bleek, zag de toekomst van Nederland helemaal niet zo somber in. Meer dan zestig procent is ervan overtuigd dat het goed komt!

Er klonk zelfs spontaan applaus. Begrijpelijk, want anderhalf uur lang was geprobeerd ons een nationale crisis aan te praten. Met het soort gasten waarop de Nederlandse televisie het patent heeft: geen experts, want dan haakt het volk af; niet te veel gewone burgers, want dan kijkt er geen hond – jongens, goed nieuws, Peter R. de Vries heeft toegezegd! En dus kwamen alle hete hangijzers waar het nu al weken over gaat gewoon weer voorbij. Hou je vast: staat vrijheid van meningsuiting gelijk aan het recht op kwetsen, waarom moeten moslims afstand nemen van iets dat ze niet gedaan hebben, waarom mensen vernederen die al op de grond liggen, waarom brengt de islam zo weinig zelfkritiek en zoveel geweld voort, waarom mag je wel iets over de Profeet zeggen, maar niet over Anne Frank?

Voeg er een van Twitter bekende Mocro-rapper aan toe die klaagt over maatschappelijke achterstelling en een van de opiniepagina’s bekende Joodse Amsterdammer die zegt misschien uit Nederland te willen vertrekken (maar het niet doen zal) en het is net alsof je tot de kern bent gekomen.

Op een gegeven moment zag je bij presentator Art Rooijakkers de twijfel toeslaan – tien jaar geleden, na de moord op Theo van Gogh, was er precies zo’n uitzending geweest, waarin over precies dezelfde onderwerpen precies dezelfde argumenten waren uitgewisseld. Wat was dit: democratie op het scherp van de snede of toch gewoon weer de nationale gebedsmolen? Had zo’n lange televisieavond eigenlijk wel zin?

Nou nee, behalve dat het je deed verlangen naar voor één keer een ander televisiedebat – waarin eens niet iedereen alles op zichzelf betrekt, waarin een Joodse Amsterdammer verklaart géén koffer onder zijn bed te hebben, een moslim de hypocriete kramp van de orthodoxe islam fileert, een islamcriticus zijn eigen oorlogsretoriek afzweert en de zoveelste BN’er met een mening bekent er gewoon niet zoveel verstand van te hebben.

Blijf dromen, Bas.

Hoeveel debat kan een land verdragen? Niemand wil de schok van de aanslagen in Parijs bagatelliseren, maar de aanhoudende gretigheid waarmee er hier een nationaal trauma van gemaakt wordt, geeft te denken. Zeker zijn er groeiende spanningen tussen groepen, zeker is het diep tragisch dat inmiddels zo’n 24 Nederlandse moslimjongens zichzelf in Syrië aan flarden hebben laten schieten, opgehitst door handelaren in valse heroïek. Het is een maatschappelijk probleem, een groot probleem wellicht – maar een nationale crisis? Alleen als we het zelf willen.

Zeker kunnen aanslagen hier niet worden uitgesloten. Maar daar wordt nu al vanaf september vorig jaar op vooruitgelopen en op een gegeven moment wordt zoiets een lege bezwering. Bovendien: hebben de aanslagen op Koninginnedag 2009 en in Alphen aan den Rijn in 2011 diepe kraters in onze nationale psyche geslagen?

En de vrijheid van meningsuiting? Wat is er de afgelopen weken niet gezegd wat gezegd had moeten worden? Wat is er niet getekend dat absoluut getekend had moeten worden?

Tijdens de uitzending van ‘Jouw vrijheid, mijn vrijheid’ liep het debat dan ook vanzelf leeg. Zelfs Andries Knevel, die best van spannende televisie houdt, moest toegeven dat het eigenlijk allemaal wel meeviel.

Misschien is het een nationaal ritueel – eerst doen alsof alle hoop vervlogen is, alsof Armageddon nakende is, de doodseskaders morgen door onze straten zullen trekken, en dan opgelucht vaststellen dat er hoop is – zolang we elkaar maar blijven vasthouden, natuurlijk. Zo houden hysterie en sentiment elkaar mooi in evenwicht.

Maar terwijl onze ogen gericht zijn op een nieuwe Mohammed B., een 27-jarige sukkel die droomde van een gewelddadige jihad tegen de „afvallige” politie, klotst de grote geschiedenis ons tegen de schenen. Dat de oorlog in Oekraïne weer opspeelt, het Midden-Oosten implodeert, dat Europa uiteen dreigt te vallen, dat de veiligheidsdiensten de terreurdreiging gebruiken om hun bevoegdheden nog verder te kunnen uitbreiden – daar hoeven we het dan tenminste niet over te hebben.