Interview Huub van Doorne

Bols naar de beurs, de wereld aan de jenever

Foto ANP

Eerst weekte hij Bols los van drankenimperium Rémy Cointreau, nu brengt topman Huub van Doorne (57) het bedrijf terug naar de Amsterdamse beurs. De beursgang is over anderhalve week, op woensdag 4 februari.

Voor het zover is, vliegen Huub van Doorne en Bols’ financieel directeur Joost de Vries van hot naar her om met geïnteresseerde beleggers te praten. Een gelikte roadshow wordt het niet. Dat is niets voor hen, zeggen ze.

Huub van Doorne over zijn manier van zakendoen:

Bols is in 1575 door Lucas Bols opgericht in Amsterdam. Huub van Doorne spreekt gekscherend over zijn “440 jaar oude startup”. “Het bedrijf was dan wel heel oud, maar het was helemaal verweven met Rémy Cointreau. Bij de verzelfstandiging in 2006 moesten we in feite een heel nieuw Lucas Bols creëren”, zegt hij vandaag in een interview met NRC Handelsblad.

De omzet van Bols schommelt al jaren rond de 80 miljoen euro. Het bedrijf verkoopt 24 merken in 110 landen. Bij de management buy-out in 2006 wist Van Doorne Bols voor circa 210 miljoen euro over te nemen van zijn oude werkgever. De aankoop van Bols werd voor een groot deel gefinancierd met schulden. De beurswaarde van het bedrijf komt naar verwachting uit tussen 187 tot 207 miljoen euro. Het grootste deel van de opbrengst wordt gebruikt om schulden af te lossen. Enkele choice quotes uit het interview:

Over de schulden:

Is schulden aflossen het belangrijkste doel van jullie beursgang?
“Als we onze schulden hebben afgebouwd, kunnen we ons richten op groei.”

Meestal gebruiken bedrijven die de beurs opgaan de opbrengst om te groeien.
“Dat doen wij ook. Het is niet óf óf, het is én én. Het is bij Bols niet zo dat je er even 10 of 20 miljoen tegenaan gooit en dat je dan ineens enorm hard groeit. Groei gaat bij ons heel geleidelijk. En tegelijkertijd bouwen we de schuld af. Dat scheelt ons hoge financieringslasten. Daardoor zal de nettowinst straks veel hoger uitkomen.”

Over de beleggers:

De omzet van Bols stagneert al jaren. Welke groeiperspectieven kunt u potentiële beleggers bieden?
“De groei zit in onze wereldwijde merken. Je ziet de cocktailcultuur langzaam maar zeker veranderen. In de Verenigde Staten, maar ook in landen als China en Japan, waar niet alleen de middenklasse groeit, maar ook sprake is van verstedelijking. Grote steden betekent meer horeca, meer bars, en dus een groeiende markt voor cocktails. In het algemeen zie je de trend dat mensen kritischer worden. Ze drinken minder, en kiezen dan vaker voor iets bijzonders in plaats van een biertje. Kijk maar naar de heropleving van gin-tonic.”

Over jenever:

Dat gaat over gin. Maar Amerikanen drinken geen jenever, werd in de drankenindustrie altijd stellig gezegd.
“Nou, ik kan u vertellen; inmiddels drinken de Amerikanen óók jenever. Daar hebben we hard aan gewerkt.”

“Wij moeten een hele generatie, die niet meer weet wat jenever is, heropvoeden. Dat kost tijd. Er is geen trucje waardoor jenever ineens weer hip is. We moeten het verhaal héél vaak vertellen. Dat doen we bijvoorbeeld door nadrukkelijk aanwezig te zijn in de wereld van cocktails, met ons jaarlijkse bartending-kampioenschap en onze Bartender Academy. In de hippe scene van Amsterdam zie je nu ook dat mensen jenever opnieuw ontdekken.”

En zo gaat dat dan:

Lees het hele interview in de digitale editie van NRC Handelsblad.