‘Woede is lang mijn drijfveer geweest’

Erna Sassen

(53) liet het toneel achter zich en schrijft sinds tien jaar boeken voor kinderen en jongvolwassenen.

Dubio

„Als kind voelde ik me vaak tweeslachtig. Thuis piekerde ik uren over de zin van het leven, buitenshuis was ik de gangmaker. Al op de lagere school dacht ik: hoe kan dat, wie ben ik dan? Als puber besefte ik dat ik bang was. Ik deed stoer, maar had weinig zelfvertrouwen. Het was een fundamentele twijfel of ik er wel mocht zijn. In 5 vwo deed ik mee aan het schooltoneel, ik speelde een freule. De mensen vonden me grappig, dat gaf een geweldig gevoel. Op de toneelschool kan ik leren mijn sombere kant te uiten, dacht ik. Dan heb ik de kans om één persoon te worden.”

Finale

„Dat euforische gevoel heb ik als professional op het toneel nooit meer gehad. Ik was me er continu van bewust dat mensen kwamen kijken wat ik te vertellen had en hoe ik dat deed. Ik was bekend van Medisch Centrum West, maar bracht ingewikkelde thema’s. Het publiek kwam voor iemand anders. Dan zat er soms een man, mee met zijn vrouw, te slapen. Dodelijk. Bij de première van Bloed, over mijn huwelijk, was ik zo bang beoordeeld te worden, dat ik niet op wilde. Ik noemde het zenuwen, achteraf denk ik dat het een angstaanval was. Alsof de zaal vol vijanden zat. Toen besloot ik: dit is het niet waard.”

Ontdekking

„Mijn eerste boek kwam er haast per ongeluk. In 1994 schreef ik een tekst over een opa en een geit, maar eigenlijk over de dood. Bruun Kuyt, met wie ik een voorstelling maakte, vond het meer iets voor kinderen. Tien jaar later kwam ik die tekst tegen, dat werd De Gemeenste Opa van Europa. Ik vind het een cadeau dat ik begon met kinderboeken. De onderwerpen zijn best zwaar – een opa met Alzheimer, een vader met een alcoholprobleem –, maar het gaat ook altijd over vriendschap en de toon is licht. In kinderboeken kan je de wereld kleiner maken, dat vond ik ook zo fijn aan het hebben van jonge kinderen.”

Blootgeven

Dit is geen dagboek is mijn eerste boek voor jongvolwassenen en het eerste waarin ik veel van mezelf stopte. De moeder van Boudewijn heeft zelfmoord gepleegd, jaren later raakt hij depressief. Zijn vader maant hem elke dag in een schrift te schrijven en klassieke muziek te luisteren, anders moet hij naar de psychiater. Depressies zijn een terugkerend thema in mijn leven. Mijn vader was chronisch depressief. Ik voelde soms de dreiging dat hij er een einde aan zou maken. Boudewijn is zestien in het boek omdat mijn verdriet op die leeftijd het grootst was, denk ik.”

Betekenis

„Ik schrijf eigenlijk voor mezelf. Ik wil iets uitzoeken over mijn leven en zoek het daarmee ook voor anderen uit. In het theater merkte ik al: hoe persoonlijker de voorstelling, hoe groter de herkenning. Mijn probleem bleek een maatschappelijk probleem. Mijn laatste boek Kom niet dichterbij is sterk autobiografisch. Ik was zoals Reva, een jonge vrouw met een eetprobleem. Ze kent haar grenzen niet en wordt verliefd op een docent van de toneelschool die daar misbruik van maakt. Ik wilde weten wat mijn rol was. Ik geloof niet dat waarschuwen helpt, maar wel dat mijn boeken herkenning bieden. En troost.”

Drang

„Woede is lang mijn drijfveer geweest. Ik denk dat veel kinderen boos zijn dat van ze verlangd wordt zich aan te passen. Ik voelde me gevangen, afhankelijk van het gezin, school, de groep op school. Als ik boos was, schreef ik. Dagboeken, brieven aan vriendinnen. Met veel grappen, waar ik dan zelf hard om moest lachen, dat hielp me. Ik schrijf nog steeds het meest in sombere periodes, het is een levensbehoefte, ik word er blij van. Ik bedenk het leven liever achter de computer, dan dat ik eraan deelneem. Misschien voel ik me nog steeds dat 16-jarige meisje.”

Wens

„Het heeft lang geduurd voor ik mezelf schrijver durfde te noemen, maar dat ben ik wel. Het is hoe ik me het liefste uit. Misschien komt er ooit een boek voor volwassenen. Er is weinig aandacht voor jeugdboeken, die luwte komt mij goed uit. Maar het is dubbel, ik schrijf ook om gelezen te worden. Ik ben er best trots op dat Dit is geen dagboek ook door volwassenen wordt gelezen en op scholen op de leeslijst staat. Laatst gaf ik les op een vmbo, riep zo’n rauwdouwer: ‘Hé, dat is mijn lievelingsboek.’ Ja hoor, dacht ik. Maar hij had het goed gelezen, zei zulke rake dingen. Dat is me dan heel veel waard.”