Robbert Dijkgraafs beeld van Hollands polderen klopt niet

In zijn column ‘Sluipmoord op NWO’ (NRC, 3-4 januari) toont Robbert Dijkgraaf zich een monodisciplinair wetenschapper. De manier waarop hij dit standpunt verdedigt is echter onbevredigend. Zo maakt hij geen onderscheid tussen α, β en γ-wetenschappen, terwijl de objecten van onderzoek substantieel van elkaar verschillen. Ook definieert hij niet op basis van welke criteria verschillende disciplines van elkaar verschillen.

Het lijkt erop dat hij de in Nederland gegroeide traditie vertrouwt: “de Nederlandse wetenschap heeft een hoog niveau van wetenschap weten te bewaken”.

Maar kijk naar de economische wetenschap: de macht ligt daar in handen van de stroming die zich theoretisch beperkt tot het verklaren van het economische aspect van het menselijk handelen, terwijl het claimt een empirische wetenschap te zijn, die het functioneren van de economie kan verklaren. Jammer voor de psychologie en de sociologie: wij, economen, hebben dit terrein al bezet!

Deze grove fout – het verwarren van aspect-systeem met subsysteem – is verergerd door de oprichting van de econometrie en de bedrijfskunde in de jaren zeventig, beide zero-disciplinaire wetenschappen voor wat het gamma-gedeelte betreft. De economen die hun object realistischer benaderen zijn helaas systematisch gemarginaliseerd. Creatieve individuen worden niet toegelaten – ook niet bij het NWO.

Dijkgraafs beeld van concurrentie (VS) en polderen (NL) klopt niet – in beide gevallen is sprake van rivaliteit, dominantie en onderdrukking. Om uit de economisch-wetenschappelijke crisis te komen, is het nodig om een goed theoretisch fundament te leggen onder een multidisciplinair-economische wetenschap. Daar zijn, ondanks de crisis, de instituties niet op gebouwd.

Assocate Professor Economic Methodology,