Vorsten zijn één familie

Elsbeth Etty grasduint door de stapel nieuw binnengekomen boeken en geeft haar eerste indruk.

In 2010 verscheen het tot dusver laatste – en waarschijnlijk ook werkelijk het allerlaatste – boek van de inmiddels 87-jarige Günter Grass, Grimms Wörter. Het is een boek over woorden, met een woordenboek als thema, preciezer: over Duitse woorden, gebaseerd op het in 1838 door de gebroeders Grimm begonnen en in 1960 voltooide Deutsches Wörterbuch. Behalve een liefdesverklaring aan het woord is De woorden van Grimm [1] een verhaal over de tijd van de sprookjes verzamelende gebroeders, dus over de wording van Duitsland en over zijn eigen tijd: die van het gedeelde en weer verenigde Duitsland.

Grass liet alle vertalers van zijn oeuvre weten dat dit derde deel van zijn memoires onvertaalbaar is, maar wie het toch aandurfde kreeg de vrije hand een eigen taalspel te spelen. Jan Gielkes, die twaalf eerdere boeken van Grass vertaalde, heeft het erop gewaagd en verdient alle lof. Wel doet hij een zwaar beroep op de inspanningen van de lezer en diens kennis van de Schwere Wörter. In een nawoord schrijft de vertaler: ‘De vraag wat ik met de vaak middeleeuwse of vroegmoderne citaten moest doen leverde ook mijn oplossing voor veel andere beslissingen in het boek: ik liet ze onvertaald en citeerde ze zoals Grass ze citeert, in het besef dat ze ook voor veel Duitse lezers moeilijk te lezen en te begrijpen zijn.’ En sommige woorden, zoals Untermensch, bestaan nu eenmaal alleen in het Duits.

Wegens het gebruik van allerlei termen uit de wereld van gaming en fantasy moet ook De vijfde aanwijzing [2], een Amerikaans succesdebuut van singer-songwriter John Darnielle (1967) de nodige vertaalproblemen hebben opgeleverd. Als dat zo is, heeft vertaler David Orthel die vlekkeloos opgelost, afgezien van de wat suffe titel (het origineel heet Wolf in White Van, wat meer spanning belooft). Hoofdpersoon Sean Phillips is sinds zijn jeugd van de buitenwereld afgesloten door een ongeluk dat zijn gelaat heeft weggerukt. Lethargisch en blind bedenkt hij het spel Trace Italian, een zoektocht naar de vluchtplaats diep in Kansas voor overlevenden uit ontvolkte steden op een verwoeste planeet. De imaginaire wereld en de realiteit, het innerlijk leven van Sean en de buitenwereld, het spel en het noodlot, cirkelen door elkaar en om elkaar heen tot aan het beslissende raakpunt. En zo is dit boek ook het punt waar gaming en literatuur elkaar raken.

Het beeld van talrijke regerende Europese vorsten, allen bloedverwanten, die zich in 1901 verzamelden rondom het sterfbed van de Britse koningin Victoria, opent Jan van den Berghes familiegeschiedenis van het Huis Coburg en aanverwante takken. De stoeterij van Europa [3], zoals de titel luidt, was de sarcastische benaming die de Duitse rijkskanselier Bismarck de verzameling dynastieën toebedeelde. Anderen spraken van een ‘trust die elk ogenblik klaarstond om de opengevallen plaatsen in de regerende vorstenhuizen op te vullen’ en zelf typeert Van den Berghe zijn onderwerp als ‘Europa’s eerste professionele blind-datingbureau voor gekroonde hoofden’. De vorstelijke fokvereniging, van oorsprong roofridders, leverde de Duitse keizer, de Russische tsaar, de koningen van België, Griekenland, Portugal en de soevereine heersers van een handvol Duitse hertogdommen. Inclusief de laatste regerende hertog van Saksen-Coburg en Gotha, die een fanatieke nazi en intimus van Hitler was.

Wie van royalty houdt, kan met dit boek zijn hart ophalen. Maar of Leopold I van België de pionier van een Verenigd Europa genoemd kan worden, zoals Van den Berghe oppert, is te betwijfelen: de hele Internationale der Monarchieën stortte zich in de afgrond van de Eerste Wereldoorlog.

In Alstublieft, mevrouw! Een geschiedenis van de Nederlandse dienstmeisjes publiceert journaliste Tialda Hoogeveen levensverhalen van zeven Nederlandse vrouwen die in hun jeugd hebben gewerkt als inwonend dienstmeisje. De ondertitel is te pretentieus, want de willekeurig gekozen biografietjes hebben niets met geschiedschrijving van doen. Wie wil weten hoe het historisch gezien zat met de rechteloze meisjes die vaak vanaf hun twaalfde als huisslavinnen moesten dienen bij de rijken, moet Kaatje ben je boven van Barbara Henkes en Hanneke Oosterhof uit 1985 lezen. Hoogeveen verwijst naar dit standaardwerk, maar beperkt zich verder tot de eigen interviews. De ondervraagde dames, geboren in de jaren 1910 en ’20, wilden voornamelijk positieve herinneringen kwijt. Werkgevers die niet bevielen, krijgen gefingeerde namen. Goed geschreven is het boek ook al niet: ‘Toch leidde Mieneke geen dag honger, op de boerderij was immers alle voedsel voorhanden. Sterker, nog nooit had Mieneke zoveel vlees gegeten als in de oorlog.’