Vechten om miljarden in digitale zorg

Philips gaat zich volledig richten op zorgtechnologie. Datareuzen, startups en zelfs supermarkten zijn daar de nieuwe concurrenten.

Illustratie Martien Ter Veen

Je kunt inmiddels rustig stellen dat de gezondheidszorg aan de vooravond van grote veranderingen staat. Smartphones met dokters-apps, zorg op afstand via internet: beloftes die al jaren oud zijn beginnen eindelijk vorm te krijgen. Het aantal rapporten over de toekomst van de zorg is amper te tellen. Een studie van PwC stelde eind vorig jaar dat zorgverleners „fundamenteel moeten heruitvinden hoe ze zorg aanbieden”. Consultants die een trend willen verkopen, wellicht. Maar ook bij artsen leeft het onderwerp: er is vrijwel geen medisch congres waar de snelle digitale ontwikkelingen niet op het programma staan.

Het worden dus spannende tijden voor artsen en patiënten. Maar ook voor de zorgindustrie, Philips voorop. Het Nederlandse technologiebedrijf, dat dinsdag zijn jaarresultaten bekendmaakt, is een van de marktleiders in deze snel veranderende markt. In 2013 zette Philips wereldwijd 9,6 miljard euro om in de zorg. Binnenkort gaat het bovendien zijn lichtdivisie verkopen en zich helemaal richten op wat het zelf healthtech noemt: de combinatie van gezondheids- en consumententechnologie.

Philips ziet zichzelf als schakel tussen ziekenhuis, arts en patiënt in de nieuwe digitale zorg. De laatste grote aankoop van Philips, het Amerikaanse bedrijf Volcano, is nog een traditionele Philips-overname. Het bedrijf ontwikkelt technologie voor echoscopie van bloedvaten, ‘ouderwets’ voor gebruik in het ziekenhuis. Maar vorig jaar kondigde het een grote samenwerking aan met de Amerikaanse cloud-dienst Salesforce voor het verwerken van digitale patiëntengegevens. Philips werkt achter de schermen aan wearables, draagbare gadgets voor zorgtoepassingen. Het investeert (geheim gehouden bedragen) in technologieën voor zorg op afstand. Zorg zal meer thuis plaatsvinden, en minder in het ziekenhuis, verwacht Philips.

Maar op die nieuwe markt is Philips bepaald niet de enige. De concurrentie komt van alle kanten, ook uit totaal onverwachte hoek. Niet zo gek: de wereldwijde zorgmarkt is in 2015 volgens marktonderzoeker Global Industry Analysts zo’n 2.600 miljard euro waard, en hij groeit door de vergrijzing hard. Daar wil iedereen wel een lekker stukje van. Met deze bedrijven moet Philips de komende tijd rekening houden.

De oude bekenden

In de ziekenhuizen concurreert Philips vooral met mede-giganten als GE (zorgomzet 16,1 miljard euro) en Siemens (zorgomzet 11,7 miljard). Stephan Reimelt, bestuursvoorzitter van GE in Europa, voorziet grote veranderingen in de zorg, zegt hij tegen deze krant. „Grote, centrale ziekenhuizen waar alle zorg plaatsvindt, zijn echt iets van het verleden. We zien in de nabije toekomst drie manieren van zorg: bij mensen thuis, in kleine lokale inloopklinieken, en hypergespecialeerde centrale ziekenhuizen. Ons verdienmodel verandert daardoor radicaal: al deze centra van zorg moeten wel met elkaar verbonden worden, vooral met IT. Wij willen in zowel die data, als in de medische apparatuur een grote rol spelen.”

Siemens voorziet dezelfde ontwikkeling. De bestuursvoorzitter van Siemens’ gezondheidstak zei vorig jaar: „De komende vijf jaar wordt het voor ons van groot belang dat we data-analyse gebruiken om patronen te ontdekken in grote hoeveelheden medische gegevens.” Niet alleen de apparaten, maar ook de data die ze verzamelen zijn volgens deze bedrijven essentieel voor de zorg van de toekomst.

De datareuzen

Niet zo gek dat de machthebbers op datagebied ook wel interesse hebben in de zorg. Wie de app Gezondheid op de iPhone bekijkt, ziet al een glimp van Apples ambities in de zorg. Je kunt er bloeddruk, ademfrequentie en zelfs zuurstofverzadiging bijhouden. Met de dienst HealthKit nodigt Apple sinds vorig jaar makers van apps en gadgets op het gebied van zorg uit om producten te maken voor de iPhone. Het idee is om van de smartphone de spil te maken in de nieuwe zorg op afstand. Als je ergens last van hebt, wil Apple graag dat een arts via de smartphone toegang krijgt tot allerlei gegevens en metingen. Veel bedrijven werken aan specialistische medische sensoren en goedkope mobiele meetapparaten die gekoppeld kunnen worden aan smartphones.

Rivaal Google wil van mobiel besturingssysteem Android ook een mobiel platform voor gezondheidsdiensten maken. En het internetbedrijf investeert ook op andere manieren veel in de zorg: in 2014 stak de investeringstak Google Ventures 36 procent van al zijn geld in gezondheidstechnologie. Exacte bedragen maakt Google niet bekend, maar het gaat naar schatting om honderden miljoenen euro’s.

Een andere technologiegrootheid, IBM, richt zich op een andere manier op gezondheidsdata. Met zijn supercomputer Watson wil het concern patronen ontdekken in grote hoeveelheden digitale gezondheidsgegevens. IBM denkt dat die patronen bijvoorbeeld kunnen helpen bij kankerbehandelingen. Ook investeerde IBM het afgelopen jaar tientallen miljoenen in gezondheids-startups.

En dan is er ook nog het bedrijf Illumina. Dat ontwikkelt technologieën voor dna-sequencing: het volledig uitlezen van genetische profielen. Dat zijn waardevolle data voor behandeling en mogelijk preventie van genetische aandoeningen. Beleggers verwachten veel van deze technieken: Illumina was vrijdag op de beurs 24,5 miljard euro waard; Philips 24,7 miljard.

Dit soort databedrijven zullen voor Philips deels concurrenten zijn, maar ook partijen waarmee het zal samenwerken. De bedrijven gaan er vanuit dat wie straks de controle heeft over de meest relevante medische data, ook de controle heeft over cruciale onderdelen van de zorg.

De ambitieuze startups

Net als in andere industrieën staan er talloze ambitieuze startups aan de deur te morrelen. Eentje die de laatste jaren veel aandacht trok, is Scanadu, opgericht door de Belgische Walter de Brouwer. Hij ontwikkelde een apparaat waarmee mensen thuis allerlei medische analyses kunnen uitvoeren: bloeddruk, temperatuur, bloedmetingen. In 2013 haalde het bedrijf 9 miljoen aan financiering op.

Veel van de startups zijn op het eerste gezicht hapklare brokjes voor Philips. Zeker aangezien de verkoop van de lichttak het bedrijf van een flinke overnamekas zal voorzien. Maar startups kunnen tegenwoordig heel snel heel groot worden. Kijk maar naar Theranos. Dat bedrijf maakt apparatuur voor snelle, digitale bloedmetingen. Het is in 2003 opgericht en is inmiddels ruim 8 miljard euro waard – waarschijnlijk al te duur voor Philips.

En Philips is niet de enige kaper op de kust bij het opkopen van startups. Health-tech is hip in Silicon Valley. Alleen al in de Verenigde Staten staken investeerders in de eerste helft van 2014 ruim 2 miljard euro in nieuwe bedrijfjes op het gebied van gezondheidstechnologie, volgens onderzoeksbureau Rock Health.

De Aziaten

Natuurlijk zitten de nieuwe concurrenten van Philips niet alleen in het Westen. Ook Azië doet mee. De bekendste is Samsung. Dat bedrijf maakt al allerlei gadgets die lichaamsfuncties en -beweging bijhouden, zoals de slimme armband Gear Fit, en het is marktleider in smartphones. Daarop biedt het de dienst S Health aan, vergelijkbaar met Apples HealthKit. Interessant aan Samsung is dat het daarnaast ook een groeiende omzet haalt uit echoscopie- en röntgenapparatuur.

Samsung mikt in 2020 op zo’n 9 miljard euro omzet uit medische technologieën. Nu geeft het nog geen specifieke omzetcijfers. Vooral de combinatie van ziekenhuisapparatuur en mobiele apparaten bij mensen thuis is een gevaarlijke voor Philips: dat is precies waar het Nederlandse bedrijf zich ook op gaat richten.

In China zijn er ook allerlei bedrijven die zich richten op digitale zorg, vaak met onbekende namen. Ooit wel eens gehoord van Neusoft? Dat IT-bedrijf, pikant genoeg een voormalige partner van Philips, kreeg in december een investering van ruim een half miljard euro van onder meer zakenbank Goldman Sachs, om zichzelf helemaal om te vormen tot een gezondheidstechnologiebedrijf. Zelfs in de zorg komen de Chinezen er snel aan.

De outsiders

De meest verrassende nieuwe concurrent: supermarkten. Ja, supermarkten. De Amerikaanse keten Walmart heeft sinds 2013 in ruim 2.500 vestigingen medische terminals staan: aanraakschermen met daaraan allerlei sensoren gekoppeld, zoals oogmetingsapparatuur en weegschalen. Via het scherm kunnen klanten ook contact zoeken met een arts voor een medische vraag.

Concurrent CVS opende eind 2014 een eigen technologielab in Boston, waar 100 onderzoekers werken aan nieuwe digitale zorgdiensten. In Amerika is die stap minder bizar dan hij lijkt: daar verkopen supermarkten ook al medicijnen op recept en griepvaccinaties. En als zorg weggaat uit ziekenhuizen, waarom zou je een deel van de zorg dan niet kunnen aanbieden in de supermarkt – waar iedereen toch al regelmatig komt? Overigens heeft Albert Heijn voor zover bekend nog geen plannen in de zorg.

De investeringen van CVS en Walmart zijn nog marginaal vergeleken met wat Philips tot zijn beschikking krijgt met de verkoop van de lichttak. Zorgsupermarkten zijn bovendien behalve concurrenten ook potentiële nieuwe klanten van Philips. Maar het Nederlandse concern kan maar beter goed opletten op wat ze daar uitspoken, al was het maar vanwege hun schaalgrootte. Walmart is met zo’n 2,2 miljoen werknemers de grootste werkgever ter wereld. Als zo’n bedrijf zijn zinnen ergens op zet, kan het snel gaan.

Hoe dan ook: als zelfs supermarkten zich met de zorg gaan bezighouden, kun je gerust spreken van een markt die snel verandert. En snel drukker wordt. Philips-topman Frans van Houten herhaalt in interviews vaak zijn mantra: „Je moet niet in de haven blijven liggen, je moet met je zeilbootje de wind in.” En waaien, dat zal het de komende tijd wel.