Propaganda onder de loep op het IFFR

Het programma Everyday Propaganda op het IFFR onderzoekt met workshops en een expositie impliciete vormen van propaganda.

Is het moeilijk, een populistische partij oprichten? Voor theatermakers niet. In de fascinerende Estse documentaire Ash and Money, te zien op het Rotterdamse filmfestival, richt een theatergezelschap Eén Estland op. Zittende machthebbers worden meteen nerveus: zijn ze een bedreiging? Wel degelijk: al snel staat de naar later blijkt fictieve partij op tientallen zetels in de peilingen.

Ze hoeven daarvoor weinig nieuws te verzinnen. In een onthullende scène bestudeert de artistiek leider de nazipropagandafilm Triumph des Willens. Hij kijkt er een beetje lacherig naar en kopieert simpelweg Leni Riefenstahls recept: opzwepende liedjes, pakkende symbolen en de massa strak in het gelid. Het eerste partijcongres van Eén Estland gaat totaal over de top, met tientallen paukenisten, oplaaiend vuur en een strakke choreografie: politiek als performance.

Ash and Money maakt deel uit van bijprogramma Everyday Propaganda, dat stelt dat propaganda in tijden van crisis opbloeit en door razendsnelle verspreiding via internet en sociale media alomtegenwoordig is.

Everyday Propaganda omvat drie componenten: een filmprogramma, een tentoonstelling en een workshop waarin je een Noord-Koreaanse propagandafilm mag maken. De expositie Newsroom toont hoe propaganda werkt: in een interactieve installatie kun je door feiten een beetje te verdraaien zelf het nieuws manipuleren.

Klassieke propaganda is te zien in de film Angels of Revolution, waarin een groep Sovjet-kunstenaars op propagandamissie naar de Siberische Chanten gestuurd. Dat ‘rare volk’ moet zich de Sovjet-leefwijze aanmeten, maar Russische avant-garde en agitprop leggen het af tegen het sjamanisme van de traditioneel levende Chanten. De film speelt zich grotendeels af in 1933 en is deels geïnspireerd door de Kazym-rebellie, waarbij de Chanten in opstand kwamen tegen gedwongen collectivisatie.

Rond diezelfde tijd ontdekten propagandisten dat film, dat Lenin als belangrijkste propagandamedium zag, niet erg geschikt was om een boodschap erin te hameren via constante herhaling. Zoiets irriteert in de bioscoop, waar mensen komen om weg te dromen, niet om gemobiliseerd te worden. Dat besefte Stalin ook toen hij halverwege de jaren dertig de in Angels of Revolution zo liefdevol verbeelde avant-garde opzij schoof ten faveure van het socialistisch realisme, dat ideologie verpakte in hapklare avonturen en romances. Zoals ook de nazi-filmindustrie onder Joseph Goebbels opmerkelijk zuinig was met slogans, hakenkruizen en antisemitisme: gif druppelt alleen indirect binnen.

Everyday Propaganda vraagt vooral aandacht voor dat soort impliciete propaganda in film en andere media. Het soort waar filmwetenschappers van linkse signatuur al decennia fanatiek naar speuren: hoe film bewust of onbewust patriarchale, racistische of nationalistische waarden bevestigen; woorden en beelden zijn nooit neutraal. Met de nadruk op ‘bevestigen’, want een film brengt zelden iemand echt op andere gedachten. In zijn essay over propaganda uit de jaren dertig schreef Aldous Huxley al: „De propagandist is iemand die een al bestaande stroom kanaliseert; in een land zonder water boort hij vergeefs”.

Everyday Propaganda biedt vooral films over moderne vormen van propaganda: linkse films. En illustreert zo een onmiskenbare ideologische ontwikkeling binnen het filmfestival zelf, dat ook programma’s over modern feminisme en de 24-uurs economie bevat; anno 2015 is het IFFR sterk politiek geëngageerd, geheel in tegenstelling tot wat IFFR-oprichter Huub Bals ooit beoogde. Die legde in marxistische tijden juist de nadruk op de cinefiele kwaliteit van zijn filmselectie. Tijden veranderen.