Overactieve hersenkern roept angstgevoel op

Laboratoriummuis leert angst associëren met geluidssignaal.
Laboratoriummuis leert angst associëren met geluidssignaal. Foto thinkstock

Als angst het leven beheerst, bijvoorbeeld bij mensen met een posttraumatische stress-stoornis, is er iets mis met de manier waarop de hersenen angstige ervaringen verwerken. Twee Amerikaanse onderzoeksgroepen tonen onafhankelijk van elkaar aan dat de een bepaalde kern in de hersenen hierbij een centrale rol speelt. Deze ‘paraventriculaire kern’ is zeer gevoelig voor lichamelijke en psychische stress. Hij is bovendien nauw verbonden met de twee amygdala, van oudsher bekend als angstcentra van de hersenen. Als de kern overactief is, ontstaan heftige angstreacties. Volgens de onderzoekers speelt dit mechanisme bij veel angststoornissen een rol (Nature, 19 januari).

Angst is een leerproces: ervaringen uit het verleden zijn bepalend. De angstreactie begint in de amygdala. Om vast te stellen hoe de amygdala geprikkeld worden, bezorgden de onderzoekers muizen en ratten een angstige ervaring door na een geluidssignaal een elektrisch schokje toe te dienen. Na een tijd volstaat het geluid om de dieren te laten verstijven van angst. Dit is klassieke conditionering.

Zo’n aangeleerde angstreactie blijkt in stappen te verlopen. De geluidsprikkel wordt verwerkt door de prefrontale cortex, het voorste deel van de hersenen. Binnen enkele uren na de conditionering schakelt de cortex de prikkel rechtstreeks door naar de amygdala. Daarna lopen de prikkels via de paraventriculaire kern.

De onderzoekers stelden dit vast door selectief hersenverbindingen te verbreken. Als ze enkele dagen na de conditionering de kern loskoppelen van de cortex, schrokken de muizen niet meer van het geluid. Dat gebeurde ook als de verbinding tussen kern en de amygdala werd verbroken. Omdat deze kern ook betrokken is bij de respons op stress, kan het zijn dat er bij angststoornissen iets misgaat bij de integratie van stress en angst.

De vraag is nu welke signalen uit de paraventriculaire kern daaraan bijdragen. De groeifactor BDNF zou daarbij een rol kunnen spelen. Toen onderzoekers deze stof in de amygdala van niet-angstige knaagdieren spoten, verstijfden de dieren van angst en raakten ze die reactie ook niet meer kwijt.