Niet lullen maar poetsen

‘Zeg eens. Waar reken jij mensen op af? Op hun intentie of op hun gedrag?” Een mooie vraag van een Rotterdamse collega, deze week. „Eh, ik denk op hun gedrag. Want dat zie je.” „Precies. Goed geantwoord. Maar waar rekenen die mensen zichzelf op af? Op hun gedrag of op hun intentie? Nou?” „Ik denk op hun intentie. Ze vinden het belangrijk dat ze het goed bedoelen.”

„Alweer goed! Tien punten.”

Deze week op de voorpagina: in 2016 bezit 1 procent van de wereldbevolking de helft van alle vermogen in de wereld. Dat is iets waar wij Nederlanders niet van houden. We behoren cultureel gezien tot de meest egalitaire volken ter wereld. We vinden het vervelend wanneer een dunne bovenlaag het voor het zeggen heeft. We ergeren ons eraan dat een kleine elite het grote geld naar zich toe graait.

Het 1 procent-nieuws kwam van de Britse hulporganisatie Oxfam. Een paar uur nadat ik het las, wees een vriend mij op globalrichlist.com. Een website van de collega’s van Oxfam; Care International. Daar kun je je inkomen invoeren (of je vermogen, maar dat vergt wat meer rekenwerk) en kijken hoe rijk je bent in verhouding tot de rest van de wereld. Wie modaal verdient in Nederland, ontvangt – inclusief vakantiegeld en pensioenstortingen – zo’n 24.000 euro netto per jaar. Volgens Care behoor je daarmee tot de rijkste 2 procent van de wereldbevolking. Gek eigenlijk. Als ik lees over superrijken, denk ik aan miljardairs in de VS. Maar in veel delen van de wereld denken ze aan u, aan mij en onze modale buurman.

Nu we het toch over onze liefde voor gelijkheid hebben. Een paar dagen later kwam het bericht dat de Nederlandse leidinggevende eigenlijk heel gewoon is. De manager is al lang geen directieve, bazige baas meer. Dat blijkt uit het Nationaal Leiderschapsonderzoek. Dat komt goed uit, want werknemers willen graag een chef die hen als een gelijke behandelt. Vrijheid, gelijkheid en broederschap – nou goed, collegialiteit – zijn belangrijke waarden op de Nederlandse werkvloer.

Ik bracht het onderzoek ter sprake tijdens een overleg met een bestuurder. „De arrogantie is er wel af,” was zijn analyse. „Sinds 2008 merk ik bij veel managers dat er een toontje lager wordt gezongen. Maar ja, of dat blijvend is? Als het straks wat beter gaat, komt die verwaandheid waarschijnlijk gewoon weer terug.”

Misschien gaat het nu al wat ‘beter’. De werknemers gaven hun baas namelijk gemiddeld een 6,8 als rapportcijfer. De bazen beoordeelden zichzelf met een 7,6. Andersom was mooier geweest.

Interessant. We zijn voor gelijkheid en een eerlijker verdeling van rijkdom. Maar intussen horen we bij de allerrijkste aardbewoners. Bazen willen graag ‘gewoon’ zijn. Maar als ze een enquête invullen, geven ze zichzelf een hoger cijfer dan hun medewerkers doen.

„Weet je hoe ik dat aanpak? Dat probleem van intentie en gedrag,” vroeg mijn Rotterdamse collega. „Da’s eigenlijk verbluffend simpel. Je zegt tegen je collega’s: dit jaar beoordeel ik jou op je intentie. En die is gewoon fantastisch. Ik kom maar weinig mensen tegen die het zo goed bedoelen als jij. Maar pas op: lullen is makkelijker dan poetsen en volgend jaar, dan kijk ik naar je gedrag. Of wat jij doet ook een beetje klopt met wat je allemaal vindt en zegt.”

Het was hem opgevallen dat de meeste mensen daar toch wel een beetje van schrikken.