Niet elke kiezer weegt evenveel

Nu al zijn landelijke politici op campagne voor de verkiezingen op 18 maart. Niet elke provincie is even belangrijk voor hen.

Verfrissend: VVD-leider Mark Rutte en SP-campagneleider Jan Marijnissen die het ergens over eens zijn. Over ruim zeven weken, op 18 maart, zijn de Provinciale Statenverkiezingen. En zowel Rutte als Marijnissen zegt: dat zijn landelijke verkiezingen. Kiezer, beschouw ze vooral als referendum over het kabinet.

In politiek Den Haag geldt meestal de mantra dat verkiezingen die niet over de samenstelling van de Tweede Kamer gaan, ook niet gekaapt zouden moeten worden door de landelijke politiek. Dus: gemeenteraadsverkiezingen horen te gaan over lokale kwesties, over wat er in Groningen, Enschede of Breda speelt. Maar voor de verkiezing van de volksvertegenwoordigers van de provincies – die onder meer gaan over ruimtelijke ordening, natuur en regionale werkgelegenheid – geldt dat nu dus even niet.

De Provinciale Statenleden die in maart worden gekozen, kiezen eind mei op hun beurt de leden van de Eerste Kamer. De stemverhoudingen daar zijn cruciaal voor de regeringscoalitie. Dus politieke partijen zien die grote ‘Haagse’ component in de campagne als onontkoombaar en legitiem, blijkt uit gesprekken met hun landelijke campagneleiders.

Nieuw of uniek is dat landelijke accent niet – het openlijk ervoor uitkomen evenmin. Bij de Statenverkiezingen vier jaar geleden zat het eerste kabinet-Rutte er net en draaiden de verkiezingen om de vraag of de coalitie van VVD en CDA, samen met gedoogpartner Geert Wilders, genoeg zetels zou halen in de senaat. Mark Rutte moedigde toen zelfs aan om CDA te stemmen. Alles voor een meerderheid. Wilders zei overigens gisteren in een interview tegen persbureau Reuters dat ook hij de straat op gaat tijdens de campagne – zij het kort en omringd door beveiliging.

De coalitie van toen haalde 37 van de benodigde 38 zetels. Vanaf mei 2011 was het kabinet afhankelijk van de gedoogsteun van de kleine SGP. Zo bekeken is er voor de VVD dit keer minder te verliezen; een meerderheid in de senaat heeft deze coalitie toch al niet. Al wordt de puzzel straks echt ingewikkeld als VVD en PvdA met de drie constructieve oppositiepartijen D66, ChristenUnie en SGP ook geen meerderheid meer zouden hebben. Bovendien moet elke coalitie die uit volgende Tweede Kamerverkiezingen komt rollen, wanneer die ook zijn, ook werken met de verhoudingen in de senaat zoals die nú worden bepaald.

Stabiliteit graag

Vanzelfsprekend is dit een landelijke campagne, zegt ook PvdA-campagneleider en partijvoorzitter Hans Spekman. Waarbij coalitiepartijen VVD en PvdA, ieder vanuit hun eigen overwegingen, dezelfde boodschap zullen brengen: stabiliteit graag. „Wij willen de verzorgingsstaat zoveel mogelijk overeind houden, zij willen het land financieel op orde hebben.” En ja, natuurlijk doet partijleider Diederik Samsom mee aan de landelijke partijleidersdebatten: „Wij duiken nergens.”

Inhoudelijk zoeken de meeste partijen naar een evenwicht tussen de landelijke politiek en provinciale thema’s. Liefst verweven ze die met elkaar. Provincies gaan over het stimuleren van de regionale economie en werkgelegenheid. Daar valt met een beetje retoriek prima aan vast te knopen dat het kabinet moet opschieten met de hervorming van het belastingstelsel, omdat dat banen oplevert.

Zo’n verbinding is niet altijd logisch. Neem de zorg. Bij de ChristenUnie heeft campagneleider Joël Voordewind de provinciale campagneleiders moeten overtuigen zorg te accepteren als één van de centrale issues. „Daar gáán de provincies juist niet meer over, was hun eerste reactie. Maar de veranderingen in de zorg staan op nummer één van het lijstje waar onze achterban zich mee bezighoudt”, zegt Voordewind. Omdat de ChristenUnie de decentralisaties van de jeugdzorg en de langdurige zorg heeft gesteund, wil de partij die keuze nu verantwoorden.

De enige partij die het zwaartepunt in de provincies laat, is het CDA. Voor hen geen landelijke slogans, zegt campagneleider Hans Janssens. „De provinciale lijsttrekkers zijn leading.” Hoewel partijleider Buma heus zijn mond niet zal houden tegen Rutte en Samsom, denken de christen-democraten het vooral van hun regionale wortels te moeten hebben.

Hoe meer inwoners, hoe hoger de ‘stemwaarde’ van een provincie voor de senaat. De Statenleden van Zuid-Holland waren in 2011 goed voor bijna 16 senatoren, terwijl Flevoland en Zeeland onder de 2 bleven steken. De Kiesraad bepaalt de precieze stemwaarden in maart, aan de hand van recente inwonersaantallen.

Electoraal onderzoek

Welke provincie meer ‘waard’ is dan de ander, weten partijen natuurlijk. Het is „democratisch gelegitimeerd” om daar waar meer mensen wonen, wat vaker langs te gaan, zegt D66-campagneleider Kees Verhoeven. Tegelijk is het plannen van de bustour met Alexander Pechtold geen wiskundige exercitie: „Afdelingen komen zelf met ideeën voor bijeenkomsten, inhoudelijke overwegingen spelen mee.” Zo zullen weinig partijen Groningen overslaan, gezien de aardgasproblemen. Terwijl er weinig zetels te halen zijn.

Electoraal onderzoek is tegenwoordig eerder regel dan uitzondering. Wat vraagjes bij peilbureaus TNS Nipo of Maurice de Hond „laten meelopen” heet dat. GroenLinks bijvoorbeeld liet uitzoeken hoe potentiële GroenLinks-stemmers in de provincies over windenergie denken. De partij gebruikt duurzame energie als één van de hoofdonderwerpen van de campagne. Voor hun mening – windmolens, ja doen – bleek het niet uit te maken of de ondervraagde in een kustprovincie of juist meer landinwaarts woont.

Dan is er nog de mediawerkelijkheid. Interviews partijleiders, proefballonnetjes, kort op elkaar volgende opiniepeilingen en landelijke tv-debatten bepalen komende weken het beeld: hoe staan de partijen ervoor? Of zoals campagneleider en Tweede Kamerlid Klaas Dijkhoff van de VVD zegt: „Ik heb niet de illusie dat landelijke media braaf vanuit de provincie verslag gaan doen van de regionale campagnes.”