Na die doodstraf is relatie met Indonesië toch anders

De weigering van president Widodo om gehoor te geven aan het pleidooi van onze koning over de doodstraf, is een verandering in de betrekkingen, meent Lizzy van Leeuwen.

Foto AP

Voor het eerst sinds de soevereiniteitsoverdracht, in december 1949, heeft de Indonesische regering een ter dood veroordeelde Nederlander geëxecuteerd. Afgelopen zaterdag werd de 62-jarige Ang Kiem Soei op het eiland Nusakambangan door een vuurpeloton doodgeschoten.

Dat is opmerkelijk besluit: zelfs de in Nederland verguisde president Soeharto heeft het in de 32 jaar van zijn ondemocratische bewind nooit aangedurfd een Nederlander ter dood te brengen en dat geldt tevens voor zijn eerste vier opvolgers. Ook Soekarno, de eerste president van de onafhankelijke republiek Indonesië, heeft deze stap nooit gezet.

Wat zegt deze schokkende en gewelddadige ontwikkeling over de relatie tussen Nederland en Indonesië?

President Joko Widodo, in de volksmond ‘Jokowi’ genaamd, heeft in de eerste zes maanden van zijn leiderschap het executeren van ter dood veroordeelden tot een markant onderdeel van zijn beleid gemaakt. Widodo wordt omschreven als een ‘gewone jongen uit het volk’. Zijn verkiezing is, zo hebben buitenlandse waarnemers verklaard, volgens democratische spelregels verlopen.

Widodo meent dat drugs de ondergang van Indonesië inluiden en rechtvaardigt zo de executies. Ook Ang Kiem Soei zat vast wegens handel in xtc. In feite appelleert Widodo echter aan de onderbuikgevoelens van conservatieve en arme volksmassa’s, islamitische fundamentalisten én politie en leger. Tegelijkertijd toont hij hun zijn sterke arm.

Daar heeft hij alle reden toe: per 1 januari zijn de brandstofprijzen verhoogd en daardoor stijgen ook de kosten voor dagelijks levensonderhoud. Dat heeft eind vorig jaar al tot rellen in Makassar geleid, waarbij één dode is gevallen.

Met de executies laat Widodo aan zowel binnen- als buitenland zien dat hij niet met zich laat spotten. Dat werd ook duidelijk door zijn besluit om het defensiebudget, verspreid over vijf jaar, met zestig procent te verhogen. En in hetzelfde kader past het dreigement van enkele van zijn ministers om raketaanvallen uit te voeren op vreemde vissersschepen in Indonesische territoriale wateren.

De doodvonnissen zijn intussen, zoals vaker het geval is in de ondoorzichtige Indonesische drugsprocessen, voornamelijk gebaseerd op willekeur en de Barbertje-moet-hangen-gedachte; geen van de meer dan zestig ter dood veroordeelden is een belangrijke drugsbaas of criminele sleutelfiguur. Het zijn vrijwel allemaal kleine knoeiers. In het geval van Ang Kiem Soei heeft Bart Stapert, diens advocaat, verklaard dat „de rechtsgang op vele punten ondeugdelijk was”.

Voor Nederland, de voormalige kolonisator, lijkt een speciale boodschap in de executie van afgelopen zondag te zijn verborgen. Widodo, Indonesië’s zevende president, is het eerste staatshoofd dat geen enkele verwantschap of binding heeft met Nederland. Hij behoort niet tot de sociale en militaire elite op wier feestjes tot voor kort in het Nederlands werd geconverseerd. Dat hij geen gehoor geeft aan het telefonische pleidooi van koning Willem-Alexander, een telg uit het in Indonesië vanouds geliefde Huis van Oranje, is een signaal dat er na lange tijd een heel nieuwe wind gaat waaien in de bilaterale relatie.

Het is verleidelijk om een parallel te trekken met de situatie in de postkoloniale jaren vijftig, toen Soekarno showprocessen tegen Nederlanders op stapel zette in een poging om nationale eenheid in zijn land te forceren. Tegen ex-militair Leon Jungschläger, verdacht van staatsondermijning, werd de doodstraf geëist, maar omdat hij plotseling kwam te overlijden in zijn cel werd er geen vonnis gewezen.

Ondertussen was de stemming in Indonesië fel anti-Nederlands geworden – voor de Indische Nederlanders werd het dagelijks leven dreigend en soms gewelddadig. Onder zulke omstandigheden groeide Siegfried Mets op. Deze 63-jarige Nederlander is in Indonesië ter dood veroordeeld wegens de smokkel van xtc-pillen en wacht al zes jaar op de terechtstelling. Voor veel oudere Indische Nederlanders is het lot van Mets extra schrijnend én veelbetekenend. Dat een van hen nu alsnog te pakken wordt genomen, valt ze zeer zwaar.