Middeleeuwen

Met de klassieker zijn we gauw klaar. Het gaat vooral om voor- en napret in de stammenstrijd. De wedstrijd zelf is zelden een ijkpunt voor het Nederlandse voetbal. Stijlverschillen zijn er nog tussen Ajax en Feyenoord, maar ook meer onder dan boven de waterspiegel. Contrast in temperament? Nauwelijks. Lasse Schöne zou met even veel gemak de draver van Feyenoord kunnen zijn, Karim El Ahmadi publiekslieveling in de Arena. De schaal van Richter is in de eredivisie gedegradeerd tot museumstuk. Er valt weinig onderscheid te meten. En PSV kabbelt mee.

Dat de klassieker aan opwinding heeft verloren is gedeeltelijk te wijten aan overconsumptie van Europees voetbal en aansluitende hiphop op televisie. Hij heeft zichzelf verzopen. We worden platgegooid met eindeloze non-informatie over Louis van Gaal en Manchester United, over Real en Ronaldo. FC Twente en Heracles komen alleen nog in het nieuws met nieuwe regenjasjes.

Zelfs matchfixing wordt met een welhaast laconiek schouderophalen afgevoerd naar de vergeetputjes van de erfzonde. De mens en winstbejag – welja, waar niet dan? Individuele sancties worden in het voetbal alleen nog toegepast bij een doodschop, niet bij een grotere malaise als omkoping en corruptie. Zie Blatter. Zelfs in Tilburg was niemand in de war na het uitbreken van het gokschandaal. Niks crisisberaad, nul alarmprocedures. Vermoorde onschuld.

Levenslang is de straf die gewezen ploegarts van Rabobank, Geert Leinders, te horen kreeg. Berufsverbot en, als was hij melaats, de toegang tot sportevenementen ontzegd. Geert Leinders was de lijfarts van Raborenners met dopingsignatuur. Boogerd, Rasmussen, Mentsjov, Leipheimer en nog een dozijn bloedkozakken waren de levende getuigen van zijn medische experimenteerzucht. Na het verscheiden van de Raboploeg mocht de Belg nog even met biologische paspoorten gaan jongleren bij het zelfverklaarde maagdenteam Sky.

In het normale leven krijg je voor medisch gerommel anderhalve week voorwaardelijk of een kleine boete. In het hypocriete wereldje van het wielrennen wordt dat levenslange schorsing. Rabobank zelf gaat vrijuit. Ik herinner me hoe ploegleiding en renners na de ontmaskering van Rasmussen door de hoogste piefen van de bank werden opgejaagd naar winst in de Tour. Ingevlogen relaties waanden zich verloren gelopen in een niets ontziend slavenkoor. Doping was om te lachen, zoals die avond toen een bestuurder van de bank me met Brabantse vrolijkheid zei: „Ik zou ook weleens aan een infuusje willen liggen”. Geprepareerd door Geert Leinders? „Juist door hem.”

Ploegdokters zijn de dwangarbeiders van het peloton. Door sponsors en organisatoren gedoemd tot grensgevechten met hun geweten. En als het fout gaat, neemt niemand hen in bescherming. Nog steeds zie ik de ploegdokter van Cees Priem tijdens de Festina-Tour geboeid afgevoerd worden naar het cachot. Andrej Michailov deed zijn werk voor TVM buiten de schijnwerpers. Hij ademde wetenschap tot in zijn kleine teen. En Russische melancholie. Iedere avond zat hij alleen op zijn hotelkamertje. Niemand buiten de ploeg kende het geluid van zijn stem. Wat die paar epo-flacons in zijn wagen deden? „Die waren voor een kinderziekenhuis in Moldavië.” Andrej loog zich te barsten voor zijn baas Cees Priem. Gewoonte van blinde onderwerping.

Dolgelukkig was ik bij de eerste beelden uit Down Under en San Juan: eindelijk weer gekromde ruggen van het peloton. Zon en kleur en onthaarde benen in een ballet van stuurlinten en zomerse truitjes. De messcherpe gezichten van wereldreizigers. Wachten kon niet meer.

Nog voor Parijs-Nice staat in de krant dat sommige Raborenners zich verrijkten met familiebloed. Het dopingfeuilleton is weer begonnen.

Lieve Marianne Vos, brand die bezoedelde sponsornaam weg op je regenboogtricot. Fiets voor Unox.