KNHB-voorzitter: hockeymannen zien clubtraining als dagje rust

Foto NRC / Merlijn Doomernik

De Nederlandse hockeymannen zijn bij de vrouwen op achterstand geraakt als het gaat om professionalisering. Dat zegt de nieuwe directeur van de hockeybond KNHB Erik Gerritsen, die op 1 september vorig jaar Johan Wakkie is opgevolgd, in een interview met NRC Handelsblad.

Gerritsen zegt dat “er harder moet worden gewerkt, meer moet worden getraind”:

“De mannen-internationals zien hun clubtrainingen als een dagje rust. Dat is nog steeds de cultuur in het mannenhockey. Ook na een tweede of derde plaats kabbelt hun leventje wel weer voort. Dat kan echt verbeteren.”

Gerritsen ziet een opvallend verschil met de dames, die twee keer olympisch goud haalden (2008 en 2012), en vorig jaar de wereldtitel in Den Haag. De mannen wonnen na het olympisch goud van 2000 (Sydney) geen echte hoofdprijs meer. Bij de vrouwen heerst volgens Gerritsen een andere cultuur. “Die hebben zichzelf opgelegd om géén dagje rust te nemen. Daar is echt een verschil in intrinsieke motivatie.”

‘Bond moet regie nemen bij professionalisering’

Gerritsen is voorstander van een verdere professionalisering in het Nederlandse clubhockey. Maar waar zijn voorganger Wakkie aan de clubs zelf overliet hoe ze hun financiële problemen oplosten, wil Gerritsen dat de bond de regie neemt. “Ik ben voorstander van een licentiesysteem voor de hoofdklasse, zodat je afspraken maakt over inkomsten en uitgaven.” Publiciteit over financiële problemen, zoals vorig jaar bij Kampong en Laren, vindt hij “niet goed voor de hockeysport”.

De bond zou vandaag bekendmaken dat het 250.000ste lid is ingeschreven.

Lees in NRC Weekend het volledige interview (€) met Gerritsen.