Kijkers en begrijpers hebben de wind tegen

Wat is beter: begrijpen of verklaren? Vroeger werd daarover nog wel eens gevochten in de wetenschapsfilosofie. Vooral als het ging om menswetenschap. ‘Begrijpen’, dat is invoelen en empathie, zoals de oude romantische geleerden ooit deden. Het gaat om de menselijke maat. Begrijpen is Bildung. En ‘verklaren’, dat is het verbinden van feiten aan wetmatigheden. Ha! Natuurwetenschap! Meten is weten, grafieken liegen niet.

Het is duidelijk wat steeds meer als Echte Wetenschap is gaan gelden. De Verklaarpartij wint. Begrijpers hebben al decennia de tijdgeest tegen zich.

Gek genoeg heeft niet de veronderstelde superioriteit van de kwantitatieve methode het pleit beslecht, maar de ICT-revolutie waardoor steeds grotere databestanden moeiteloos kunnen worden uitgesorteerd op oorzaak en gevolg. Nou ja, oorzaak. Meestal correlaties: verbanden. De heilige zoektocht naar wetmatigheden zakt wel eens weg in een uitdijend datamoeras. Zo weten we bijvoorbeeld dat taalgevoel van achterstandskinderen wel samenhangt met opleidingsniveau van de grootvader van moederzijde, maar niet aan dat aan vaderszijde (tenzij de oma van moederszijde al jong weduwe was) – of zoiets. In zijn column hier rechtsonder geeft Harald Merckelbach hilarische voorbeelden van de brave meewerkzaamheid van enquête-invullers.

Zonder cijfermatige doorrekening en toetsing van ideeën over mensen zou de menswetenschap geen wetenschap kunnen zijn. Maar het is goed dat de antropoloog Joost Beuving een lans breekt voor het oude veldwerk. Zoals Dirk Vlasblom het verderop in deze bijlage omschrijft: dat is onderzoek „onder alledaagse omstandigheden en met gewone middelen: observeren, luisteren, gesprekken voeren”. Misschien wel de beste manier om te vinden wat je niet verwacht. Gewoon, kijken.

Het is wetenschap omdat het in principe controleerbaar en openbaar is. Maar het is ook het punt waar wetenschap gaat raken aan journalistiek. ‘Ga eens rondkijken! Práát met die mensen’, zeggen wij journalisten dan. Een vliegende kraai vangt altijd wat.

Alleen krijgen bij kranten verslaggevers nooit zoveel tijd.