Jihadisten zijn ‘emir’ voor het thuisfront

In Syrië worden ‘onze jongens’ onderdeel van internationale netwerken. Ze opereren slimmer dan voorheen.

Foto AFP

Van een aanslag in Parijs naar een anti-terreuractie in Verviers naar een huiszoeking in Nederland. Jihadisme houdt niet op bij de landsgrenzen, zo werd afgelopen week duidelijk na de vondst van een Nederlands paspoort in een woning in Verviers waar jihadisten verbleven. Woensdag bleek ook dat een radicale imam uit Verviers tevens in Nederland preekte, onder meer in Helmond.

Hoewel er nog geen bewijzen zijn dat Nederlanders direct betrokken waren bij ‘Parijs’ of ‘Verviers’, zijn er wel steeds meer aanwijzingen voor het bestaan van internationale jihadistische netwerken waarbinnen Nederland een rol speelt. Ze vinden hun oorsprong in de oorlog in Syrië en al langer bestaande banden tussen Nederlandse en Belgische organisaties.

Doordat jihadi’s uit de hele wereld elkaar in Syrië en Irak ontmoeten in militaire structuren van terreurorganisaties Islamitische Staat (IS) en Al-Qaeda, ontstaan nieuwe netwerken. „Als ze terugkomen zijn het niet meer onze jongens uit Syrië, dan zijn het jihadisten met connecties over de hele wereld”, zegt Edwin Bakker van het Haagse Centrum voor Terrorisme en Contraterrorisme.

AIVD-chef Rob Bertholee vertelde december vorig jaar bij de Amerikaanse denktank Washington Institute for Near East Policy hoe jihadistische strijders door gevechten en bombardementen status verwerven binnen de sociale media. Daarmee bouwen ze een schare volgelingen op in het thuisland. „Ze beginnen op te treden als een soort emir [leider, red.]”, aldus Bertholee, en krijgen vragen om advies bij de voorbereiding van een terreuractie. Bertholee: „Het gaat om vragen als: „Is het okay als ik dit of dat object als doelwit kies? Is het okay als daarbij collateral damage ontstaat?”

Jihadisten maken gebruik van netwerken om buiten het zicht van de veiligheidsdiensten te blijven, zegt terrorisme onderzoeker Bakker. Ze zoeken een onderduikadres bij ‘broeders’ of familieleden in andere landen om vanuit daar naar Syrië te reizen of juist terug te keren naar Europa. De 27-jarige Mohamed B., die donderdag in Rotterdam terecht stond voor het voorbereiden van een aanslag in Nederland, is een hier illegaal verblijvende Marokkaan die bij zijn broer en schoonzus in Amsterdam was ingetrokken. Hij had trouw gezworen aan de kalief van IS. Mogelijk wilde hij naar Syrië vertrekken. Volgens ingewijden chatte Mohamed voordat hij werd opgepakt, met een man die al in Syrië zou zitten.

Tot nu toe lijkt het er niet op dat veel Nederlanders zijn opgeklommen naar topposities binnen de buitenlandse netwerken. Eén Nederlandse jihadist zou leiding hebben gegeven aan de IS-gevangenis waar de (later onthoofde) journalist James Foley werd vastgehouden. Dit zou de Belgische Syriëganger Jejoen Bontinck hebben verklaard tegen de politie. Een andere Nederlandse jihadstrijder is volgens zijn Twitter-profiel producent bij al-Batar, een mediaplatform van IS.

Verder is bekend dat Nederlanders in Syrië vaak samen optrekken met Belgen. De Belgische onderzoeker Montasser Alde’emeh, die vorig jaar Syriëgangers bezocht in Aleppo, zag strijders uit beide landen veelal met elkaar samenwonen. Taal kan daarbij een rol spelen, maar volgens onderzoekers van de Nijmeegse Radboud Universiteit is er meer aan de hand.

Er bestonden al banden tussen jihadisten uit Nederland, België en het Verenigd Koninkrijk voordat de eerste jongeren halverwege 2012 naar Syrië reisden, staat in het recent verschenen rapport Eilanden in een zee van ongeloof. Sharia4UK zette vanuit Engeland zusterorganisaties op in de rest van Europa. De meest succesvolle: Sharia4Belgium. Tientallen jongeren uit Delft en Den Haag kwamen naar haar bijeenkomsten in België.

De connecties spelen volgens inlichtingendienst AIVD een belangrijke rol bij het vertrek van jihadisten naar Syrië in 2012 en 2013. Verschillende leden van Sharia4Belgium zouden Nederlanders hebben geholpen met hun uitreis, door bijvoorbeeld geld in te zamelen of telefoonnummers te verstrekken van contacten in Syrië.

AIVD-chef Bertholee gaf in december in Washington toe dat zijn dienst de toevloed naar Syrië niet had voorzien. Ook beklemtoonde hij dat de – vaak jonge – Syriëgangers goed zijn geïntegreerd. „Zo Hollands als klompen en windmolens”, luidde zijn karakteristiek.

Nederlanders en Belgen doen volwaardig mee op het Syrische slagveld, blijkt uit cijfers van de Londense radicaliseringsdenktank ICSR. Levert België relatief (gerelateerd aan bevolkingsomvang) de meeste strijders uit Europa (boven de 300), Nederland (rond de 180) bezet samen met Zweden een derde plaats.

Inlichtingendiensten hebben volgens deskundige Edwin Bakker weinig zicht op de ‘nieuwe’ netwerken die vanuit Syrië ontstaan. Dat komt onder andere doordat Syriëstrijder slimmer opereren, zegt hij. Waar strijders in 2013 nog chatten of sms’ten met familie of vrienden en daarbij soms hun verblijfplaats onthulden, gebeurt dat niet meer. Bakker: „Syriëstrijders weten dat ze in hun thuisland kunnen worden opgepakt. Daardoor houden ze alles steeds geheimer.”