Heel veel geld

In Davos is woensdag de conferentie van het World Economic Forum begonnen, het gezelschap van politieke leiders en machtige mensen uit het internationale bedrijfsleven. Een lastige bijeenkomst. Economen hebben ontdekt dat vorig jaar het vermogen van de tachtig rijkste miljardairs even groot was als dat van de helft van de wereldbevolking, dat wil zeggen de meer dan zeven miljard van wie een groot deel reddeloze armoedzaaiers. Iedere dag komen er 209.000 mensen bij. Hoe lang kan dat nog goed gaan?

Vorig jaar heeft Thomas Piketty furore gemaakt met zijn boek Le capital au XXIe siècle, waarin hij uitlegt hoe het komt dat de rijken steeds rijker worden terwijl er steeds meer armen komen. Piketty was het gesprek van de dag. Een nieuwe Marx! Langer dan een half jaar heeft het niet geduurd. We hebben geen Karl Marx meer om een nieuw Das Kapital te schrijven; geen Leon Trotski om een staatsgreep of een revolutie te leiden. De miljardairs worden in hun paleizen met rust gelaten. Misschien komt er een belastingverhoging, maar als je van je 1.000.000.000 euro een paar procent meer moet afdragen hoef je er geen taartje minder om te eten.

Hoe hebben die miljardairs hun geld verdiend en wat doen ze ermee? Een van de rijksten is Bill Gates, grondlegger van Microsoft, die nu veel aan liefdadigheid doet. Ik gun hem zijn fortuin. Per slot van rekening is hij ook een revolutionair. Zonder de ‘persoonlijke computer’ op het internet is de wereld niet meer denkbaar. Maar dan lees ik over andere miljardairs, bijvoorbeeld dat ze een voetbalclub hebben gekocht en dan een bod doen op een volgende beroemde speler. Wat moet je ermee. Hopen dat ze kampioen worden en daarmee nog meer geld verdienen. Wat een armoe.

Ja, wat doen al die rijkaards met hun geld? Een heel groot huis kopen, een dure auto, een jacht, een vliegtuig. Wat een gedoe! Als je een huis met ruime zitkamer, een eetkamer, een werkkamer, een slaapkamer, een badkamer, een logeerkamer, een gang en een vestibule hebt, woon je uiterst comfortabel en meer heb je niet nodig.

Je moet het schoonhouden. Dat kun je met dit beknopte comfort nog in je eentje doen. Maar groter? Daarvoor moet je personeel huren, een huisknecht of een dienstmeisje. Voortdurend een vreemd mens in je huis, je moet er niet aan denken! En dan die auto. Onderhoud, geen parkeerplaats, bekeuringen. Neem een taxi. Of de tram, dan zie je weer eens andere mensen.

Als kind had ik een sprookjesboek met onder andere het verhaal over een vrek, een pathologische gierigaard. Er stond een plaatje bij. Hij zit voor zijn geldkist, met uitpuilende ogen en een half open mond waaruit een beetje speeksel druipt en hij is bezig munten over zijn hoofd te strooien. Onderschrift: „Mijn geldje. Mijn lieve geldje.” Zou dat het zijn? Dat het ophopen van geld doel in zichzelf wordt?

Wel kan ik me voorstellen dat arme mensen een desperate behoefte aan meer geld krijgen, vooral als ze dagelijks zien hoe weinig gebrek anderen lijden. Ze geven de rijken de schuld van hun ellende, richten een revolutionaire partij op. Onteigen de onteigenaars!

Terwijl ik dit zit te schrijven meldt het radiojournaal dat er vorig jaar 31.000 mensen met een betalingsachterstand zijn bijgekomen. Het nieuwe proletariaat groeit met de dag. Maar er zijn geen begaafde politieke opruiers meer. Anders hadden we allang een volksrepubliek gehad. In deze tijd hebben we de staatsloterij met de televisiespotjes waarin een schreeuwende meneer je het begeerde fortuin belooft. Voor de oorlog heeft iemand – naam vergeten – twee keer achter elkaar de honderdduizend gewonnen. Eigenlijk had hij wereldberoemd moeten worden.

Ik heb ook een beetje directe ervaring met rijkdom. Ik had een oom die opperdirecteur van een groot internationaal bedrijf was geworden. Veel geld. Daarvan had hij onder andere een huis aan de Zuid-Franse kust gekocht. Af en toe ging ik bij hem op bezoek. We zaten op het terras. Om een uur of half zes zei hij: „Het wordt tijd voor de zuipmachine” en klapte een paar keer in zijn handen. Daar naderde gerinkel, daar kwam de knecht. Hij duwde een karretje met glazen, flessen en een containertje met ijsblokjes. De zuipmachine werd in werking gesteld. Het begin van een mooie avond.