Geld? Wat begrijpen we daar nou van?

Alle hooggeleerde discussies over het historische besluit van de Europese Centrale Bank donderdag kunnen niet verhullen dat economen geld anno 2015 maar matig begrijpen. Dat was vroeger al moeilijk. Toen konden economen al eindeloze (leuke) discussies voeren over of geld vooral een ruilmiddel, een rekeneenheid of een oppotmiddel was, en wat dat dan betekende.

Enne, wat beschouwen we eigenlijk als geld? Een bankrekening die je altijd en zonder vertraging om kan zetten in harde pecunia is geld, toch? En supergoed verhandelbaar schatkistpapier ook dan? Economen hanteren smalle en brede definities van geld (die heten – heel lief – M1, M2 en M3, ook een mooie term is near money).

Nu geld grotendeels enen en nullen op computers is geworden, nu we geld nauwelijks meer in handen krijgen, is de vraag wat geld is (en doet) nog moeilijker. In het ingewikkelde financiële systeem dat we hebben gebouwd, is geld steeds meer theorie. En hoe ver kan je gaan met die theorie?

Heel ver, zo hebben de centrale banken van het Westen sinds de crisis van 2008 laten zien. Ze pompen royaler en ruimhartiger geld in de economie dan ooit. De ECB besloot donderdag voor 1.140 miljard euro aan leningen op te kopen, net als de Amerikaanse en Britse centrale bank al veel eerder deden. De redenering: de rente is al zo laag, dit is de enige manier om geld nog overvloediger en goedkoper te maken, de enige manier om de economie een zetje te geven. ‘De ECB zet de geldpers aan’, heet dat dan.

Het probleem met de geldpers aanzetten was vroeger dat een centrale bank zijn geloofwaardigheid verloor als hij dat te enthousiast deed. Dan verloor het papiergeld snel aan waarde, dan kreeg je inflatie en dan was geld geen fijn ruilmiddel meer en wilde iedereen weer goud. Maar nu lijkt het alsof Westerse centrale banken alles kunnen doen zonder hun geloofwaardigheid te verliezen.

Dat is het meest opvallende aan deze crisis: wij zijn het vertrouwen in ons geld nimmer kwijtgeraakt. Ook niet toen de grote banken van het Westen op omvallen stonden. Dat kan zijn omdat centrale banken precies het goede doen, het kan ook zijn omdat de negatieve gevolgen nog moeten komen. We weten het niet.

Als het lijkt alsof je alles kan doen, wordt het wel heel erg verleidelijk om alles te gaan doen. Zo wordt er al een tijdje schoorvoetend gediscussieerd over het volgende verbijsterende plan: waarom zouden centrale banken de staatsschulden die ze opkochten niet kwijtschelden? Gewoon, streep er doorheen? Goed voor de overheid, goed voor de economie, why not?

Niemand weet of deze monetaire alchemie in het gezicht ontploft. Centrale banken dachten al eens eerder de zaak zo onder controle te hebben dat recessies passé waren. Snel na die overtuiging kwam de crisis van 2008. Nu wacht iedereen op een volgende zeepbel die barst. Want al dat goedkope geld heeft de beurzen wel heel blij gemaakt.

Terwijl centrale banken experimenteren, stellen steeds meer mensen interessante, fundamentele vragen bij ons financiële systeem. Vijf acteurs (De Verleiders) trekken volle zalen met een voorstelling die zulke vragen stelt. 65.000 mensen ondertekenden een burgerinitiatief (Ons Geld) om de Tweede Kamer te laten praten over ons geldsysteem. Is het wel goed dat banken zo’n centrale rol spelen, dat zij geld mogen scheppen? Deze vraag wordt niet alleen door deze acteurs en burgers gesteld, ook economen vragen zich dat sinds kort weer af.

Kan het anders? Dit is een uitstekend moment om een gesprek over ons financiële systeem te hebben. Hoe willen we dat inrichten? Graag vóór de volgende crisis.