Eer voor ‘maestro’ Peter Pontiac

Tekenaars brengen een getekend eerbetoon aan hun collega en inspirator Peter Pontiac, die woensdag overleed.

Veel Nederlandse tekenaars rouwen om de dood van tekenaar Peter Pontiac, die woensdag op 63-jarige leeftijd overleed. Negen van zijn collega’s hebben op verzoek van NRC Handelsblad een getekend eerbetoon gemaakt aan de man die als ‘de maestro van de Nederlandse graphic novel en de kwaliteitsstrip’ beschouwd wordt – in de woorden van Joost Nijsen, zijn uitgever. Die tekeningen voor Pontiac staan op deze pagina. Er zijn prenten van collega’s van zijn generatie bij, zoals Joost Swarte, die hem in de jaren zestig als beginnend tekenaar leerde kennen, en werk van hem publiceerde in zijn comicblad Modern Papier. „Hij was een zeer bijzonder talent. Ik zag zijn werk in muziekblad Aloha en heb hem een cover aangeboden. Ik had altijd nog af en toe contact”, zegt Swarte.

Er zijn ook prenten van de jongere-generatietekenaars zoals Jean-Marc van Tol (van Fokke & Sukke) en Typex, voor wie Pontiac een inspiratie was. „Velen zien Peter als de ultieme Nederlandse undergroundtekenaar, die als geen ander over seks, drugs en rock-’n-roll tekende. Maar hij kon veel meer, en hij was een bijzonder aimabel mens. Zijn werk blijft, maar dat we hem als mens moeten missen, dat vinden we vreselijk”, aldus Typex. Hij is een van de tekenaars die aan de dodenwake deelneemt.

„Zoals je schrijvers schrijvers hebt, zo was Pontiac een tekenaars tekenaar”, zegt Joost Nijssen, zijn uitgever: „En Pontiac kon ook iets wat niet veel tekenaars kunnen: hij kon goed schrijven. Hij had altijd nog het engagement uit de hippietijd, maar hij was een charmante man die ook zelfspot had, en een fijn gevoel van melancholie.”

Voordat hij overleed, werkte Pontiac aan Styx, of zesplankenkoorts. De graphic novel gaat over zijn leverziekte (die de tekenaar door zijn heroïneverslaving opliep) en strijd met de dood. Nijsen hoopt Styx als ‘onvoltooid werk’ nog dit jaar uit te geven.

Pontiac was 22 jaar verbonden aan NRC Handelsblad als illustrator: dat begon met illustraties bij een column van Roel Bentz van den Berg over popmuziek, De luchtgitaar. Pontiac, geboren als Peter Pollmann, schreef ook voor NRC, onder meer over hoe hij aan zijn tekenaarsnaam kwam. Om als ‘aankomend hippie’ zijn eigen naam te gebruiken als tekenaar vond hij „bourgeois en egomaan”. En te Duits, vanwege zijn collaborerende vader, over wie hij in 2000 de graphic novel Kraut maakte. Pontiac schreef: „Begin 1973, met Willem Hitweek de Ridder logerend in de voormalige Hollywood-villa van nepneger Al Jolson waar een macrobiotisch studiecentrum was gevestigd, ontmoette ik daar iemand die een soort taalkundige versie van numerologie beoefende. Toen die me vertelde dat de naam ‘Pontiac’ – de verbasterde naam Obwandiyag van een Indianenhoofdman – een grote kracht bezat, had ik mijn naam gevonden, besefte ik.”

Peter Pontiac wordt maandag in Amsterdam begraven.