De tumor even voor de gek houden

Eén kankeronderzoeker meldde bij DWDD een ontdekking die van kanker een chronische ziekte zou maken. Artsen keken met kromme tenen, vertellen ze Sander Voormolen.

Oud worden met kanker? Enthousiaste onderzoekers denken dat de wetenschap aan de winnende hand is om kanker eronder te krijgen. Nieuwe, nauwkeurig op de tumor van de patiënt afgestemde therapieën zouden de gezwellen als sneeuw voor de zon doen verdwijnen en ze langdurig onder de duim kunnen houden.

„Over twintig jaar is kanker een chronische ziekte”, zei kankeronderzoeker René Bernards van het Antoni van Leeuwenhoek anderhalf jaar geleden in het televisieprogramma De Wereld Draait Door. „Op dit moment geldt dat nog maar voor een kleine groep kankerpatiënten”, zei hij „maar inmiddels hebben we bewezen dat we ook andere tumoren op deze manier kunnen aanpakken.”

Bernards schoof aan met een darmkankerpatiënt die op basis van een vinding uit zijn lab met succes behandeld was met een experimentele combinatie van medicijnen. Het ging om middelen die elk heel gericht een celproces blokkeerden die voor de tumor essentieel zijn. De patiënt die eerder uitbehandeld was, vertelde dat zij dankzij de nieuwe therapie haar oude leven kon oppakken. „Een doorbraak”, zei de presentator.

Hoop

Vincent Smit, hoogleraar klinische pathologie in het LUMC in Leiden, zegt dat hij met „gekromde tenen” naar de uitzending keek. „Veel kankerpatiënten krijgen hierdoor te snel hoop dat hun ziekte misschien te genezen is. Kanker is een zeer heterogene aandoening waarbij de prognose wordt bepaald door zoveel verschillende invloeden – type kanker, tumorstadium, fitheid van de patiënt, beschikbaarheid van effectieve behandelmethoden – dat je daar nooit in zijn algemeenheid iets over kunt zeggen.”

„Bernards belooft nogal wat”, beaamt oncoloog/farmacoloog Ron Mathijssen, hoogleraar aan het Erasmus MC. „Kankerpatiënten die nu van hun arts te horen krijgen dat zij nog maar kort te leven hebben, gaan denken dat zij er wat aan hebben. In de praktijk duurt het veel langer voordat dit soort nieuwe geneesmiddelen beschikbaar zijn dan de tijd die de hoopvolle patiënt nog te leven heeft.”

„Mijn punt was niet dat een enkele zwaluw zomer maakt”, reageert Bernards, „maar er bestaat nu een breder perspectief van ‘personalized medicine’ dat kansen biedt die er recent niet waren. Voor de afronding van het Humane Genoom-project werden tumoren hoofdzakelijk onderscheiden op basis van het orgaan waarin ze voorkwamen, nu gaat dat steeds meer op basis van de mutaties in het DNA dat de tumor kenmerkt. Zulke mutaties kunnen een rol spelen in tumoren in verschillende organen. Dat betekent soms dat een geneesmiddel als Herceptin, dat ontwikkeld was voor borstkanker, ook werkt bij maagkanker met dezelfde DNA-verandering.”

Dit inzicht is een cruciale doorbraak, die het onderzoek naar kankergeneesmiddelen in een stroomversnelling heeft gebracht, zegt Benards. „We hebben nu het volledige DNA van tienduizend kankers uitgeplozen. Daarmee weten we precies welke genen erbij betrokken zijn. Straks hebben we voor vrijwel alle kankers een gericht geneesmiddel: therapie op maat voor vrijwel iedereen, nu nog voor een kleine minderheid. Ik heb het dan over kanker als chronische ziekte, wat een stapje lager is dan genezing.”

Optimisme

Smit vindt dat Bernards het te rooskleurig voorstelt: „Het is al gebleken dat gerichte middelen bij de ene tumor wel werken en bij de andere, met dezelfde mutatie, niet. Herceptin is bijvoorbeeld een succes bij sommige borstkankers maar doet niets bij baarmoederkanker waar dezelfde DNA-verandering een rol kan spelen. Moleculaire veranderingen in een kankercel moet je daarom altijd in de context van het weefsel bekijken.”

Bernards vindt zijn criticasters te negatief: „Een optimist ziet een kans in elke mogelijkheid, een pessimist ziet een probleem in elke mogelijkheid”, citeert hij Winston Churchill. „Het moge duidelijk zijn dat ik tot de optimisten behoor. Dat vind ik de enige manier om grensverleggend kankeronderzoek te doen. Hoe forceer je een doorbraak als je bij voorbaat denkt dat het zal mislukken?”

„Ik ben ook een optimist én een realist”, zegt Mathijssen. „Ik zit in de spreekkamer tegenover een patiënt en moet uitleggen dat het allemaal toekomstmuziek is. Dat Bernards zijn bevindingen in proefdieren direct extrapoleert naar de mens, vind ik wel een sterke simplificatie.”

Smit zegt het nog directer: „Hij geeft patiënten valse hoop.”

Mutaties

„Ik noem bij mijn voorspellingen altijd een horizon van 20 jaar”, verdedigt Bernards zich. „Maar ik kan mij voorstellen dat kankerpatiënten dat aspect uit het gezicht verliezen. Ze hebben nu een effectieve behandeling nodig.”

Mathijssen en Smit denken wel dat Bernards met zijn onderzoek op een veelbelovende weg zit, maar dat hij in zijn enthousiasme te hard van stapel loopt. Mathijssen: „Zo’n nieuw middel kan een tumor wel even voor de gek houden, maar onvermijdelijk zullen er na verloop van tijd nieuwe mutaties optreden waardoor de tumor opnieuw ongevoelig wordt voor het geneesmiddel.”

„Dat klopt, bij uitgezaaide ziekte is resistentie een groot probleem”, geeft Bernards toe. Maar vroeg ingrijpen met gerichte middelen verbetert het resultaat, zegt hij. „Kleine tumoren hebben minder cellen, dus is er minder kans op resistentie. Bij vroege ziekte wordt het dus echt levensreddend in plaats van levensverlengend. En door combinaties van middelen kunnen we in uitgezaaide tumoren vaak meer bereiken dan met één medicijn. Via genetische screens kunnen we snel opsporen welke combinaties het beste zullen werken. Voor elk geneesmiddel dat al beschikbaar is, kunnen wij een nog krachtiger combinatie vinden.”

De speciale NRC-bijlage over kanker is hier ook als e-book verkrijgbaar.