De kanker is weg maar mijn baan intussen ook

Patiënten zijn vaak een jaar bezig te herstellen van kanker. Soms zijn ze dan hun werk kwijt. En verzekeringen afsluiten is lastig, schrijft Jos Verlaan.

Op haar functioneren was weinig aan te merken, toen ze nog gezond was. Er waren wat strubbelingen met één collega, maar als buitendienstmedewerkster van een uitzendbureau in Groningen wist Ivonne Hulsebos telkens goede resultaten te halen, bleek uit haar functioneringsgesprekken.

Tot ze in februari 2013 te horen kreeg dat ze borstkanker had. Met uitzaaiingen in de lymfeklieren. Ze onderging chemokuren, maar probeerde toch, op arbeidstherapeutische basis, bij het werk betrokken te blijven. Ondanks weerstand van haar directe leidinggevende. ‘Ze was alleen maar bezig om haar arbeidscontract veilig te stellen’, kreeg ze te horen. En klanten bezoeken mocht niet meer. Want de pruik die ze droeg als gevolg van de chemo’s, zou daar wel eens slecht kunnen vallen.

Ze werd vervolgens buitengesloten van het interne mailverkeer en in augustus kreeg ze te horen dat er helemaal geen werk meer voor haar was. Twee maanden later stond de directeur bij haar op de stoep. Met de boodschap dat haar contract niet zou worden verlengd. Omdat ze niet meer ‘in het team paste’. Als ze niet ziek was geweest, zou de situatie anders zijn, had de directeur daar nog aan toegevoegd. Ze was tijdens haar ziekte en de behandelingen té vaak afwezig geweest.

Het relaas van deze vrouw is geen uitzondering. Van de 100.000 kankerpatiënten die er jaarlijks bij komen, werken er zo’n 30.000 op het moment van diagnose. Een kwart van hen raakt werkloos.

Fatsoenlijke ontslagvergoeding

Ivonne stapte naar het College voor de Rechten van de Mens. Ontoelaatbare discriminatie vanwege een handicap of chronische ziekte en dus in strijd met de Wet gelijke behandeling, oordeelde dat in april 2014. Maar het kwaad was al geschied; ze kreeg haar werk niet terug.

Een jaar later zit ze volledig afgekeurd thuis en procedeert ze om een fatsoenlijke ontslagvergoeding én haar gelijk te krijgen.

Solliciteren is lastig voor mensen met kanker. Werkgevers deinzen ervoor terug (genezen) kankerpatiënten aan te nemen, bang als ze zijn voor hoge loonkosten als de ziekte zich opnieuw aandient. „Werkgevers zijn er ten onrechte huiverig voor om ex-kankerpatiënten aan te nemen”, zegt Tweede Kamerlid Steven van Weyenberg (D66), opsteller van een notitie over maatregelen om de positie van kankerpatiënten op de arbeidsmarkt te verbeteren. Zo moet de overheid, vindt hij, garant staan voor de ziektekosten van personeel dat opnieuw kanker krijgt, de no-riskpolis. En minister Asscher (Sociale Zaken, PvdA) moet praten met verzekeraars over het uitsluitingsbeleid van kankerpatiënten bij leningen, hypotheken en verzekeringen. Asscher overlegt inmiddels met brancheorganisaties en patiëntenverenigingen.

De patiëntenbeweging ‘Levenmetkanker’ vraagt het Verbond van Verzekeraars al anderhalf jaar om coulance bij verzekeringen voor kankerpatiënten. Wie eenmaal kanker heeft (gehad), komt tot nu toe lastig in aanmerking voor een levensverzekering (nodig om een hypotheek te krijgen). Of de premie is zo hoog dat die nauwelijks meer is op te brengen. Afwijzing of opslag geldt vaak ook als iemand succesvol behandeld is en al jarenlang tumorvrij.

Verzekeraars berekenen dat verhoogde risico op basis van wereldwijde overlevingstabellen. „Maar dat zijn cijfers die achter de werkelijkheid aanlopen”, zegt Bert Hendriks van Levenmetkanker. „We hebben gedetailleerde kennis over de overlevingskansen in de Nederlandse Kankerregistratie (NKR). Die kans is hier de afgelopen jaren fors toegenomen. Daarom bepleiten we dat die risicocalculatie op de Nederlandse cijfers wordt gebaseerd.”

Zelfmoord

Levenmetkanker en verzekeraars bekijken nu samen of aanpassing mogelijk is voor vier kankervormen met doorgaans een goede prognose en relatief jonge patiënten: borstkanker, melanoom, zaadbalkanker en de ziekte van non-Hodgkin. Hendriks: „We kijken of lagere opslag bedrijfsrisico’s oplevert en of het mogelijk is om met fluctuerende polissen te werken: lagere premies naarmate recidive over een reeks van jaren uitblijft. Nu wordt het risico één keer berekend en levert dat een premie op voor de hele looptijd van de verzekering.” Dat overleg verloopt traag, ook al omdat Nederlandse verzekeraars hun portefeuilles herverzekeren bij drie internationale herverzekeraars. Toch is er inmiddels overeenstemming bereikt om voor die vier kankersoorten de risicobeoordeling te herzien aan de hand van de data in Nederlandse Kankerregistratie zodat vervolgens de criteria versoepeld kunnen worden.

Kankerpatiënten lopen niet alleen bij verzekeraars tegen muren aan. Ook het uitkeringsorgaan UWV kan patiënten radeloos maken. Zoals de man uit Ermelo die aan de ziekte van Kahler leed. Hij was uitbehandeld en terminaal, maar moest van het UWV toch voor 32 uur aan de slag. Dagblad De Stentor berichtte daar in november over, toen zijn nabestaanden de arts die hem weer aan het werk had willen stellen voor de medische tuchtraad wilden dagen. De patiënt had na een bezwaarprocedure gelijk gekregen, maar was van slag geraakt door het gevecht met de uitkeringsorganisatie. Hij pleegde onlangs zelfmoord.

Uit antwoorden van Asscher op Kamervragen over deze affaire blijkt dat het niet een incident betrof. Asscher schreef dat terminale kankerpatiënten niet gedwongen kunnen worden om te werken. Maar wat is ‘terminaal’? Volgens Asscher als patiënten volgens de arts „binnen enkele maanden” overlijdt. Maar dat ligt volgens Asscher anders bij patiënten met een „slechte prognose hebben op langere termijn. In dat geval „worden de mogelijkheden voor terugkeer naar werk conform de richtlijnen besproken”.