De droom van een damschijf

Na zijn overwinning op Teimoer Radjabov, afgelopen dinsdag in het Tatatoernooi, was Magnus Carlsen ontevreden over zijn spel. Zijn slotaanval met een stukoffer was wel aardig geweest, maar onderweg had hij de stelling niet goed begrepen, zei hij.

Carlsen had zes partijen achter elkaar gewonnen. Als hij niet tevreden was met zijn spel, wie dan wel?

Een dag later kwam er in Den Haag een einde aan zijn serie overwinningen doordat Vasili Ivantsjoek met wit vanaf het begin op remise speelde, waardoor de partij al na een half uurtje klaar was. Het leek een stil protest van Ivantsjoek tegen de tijdelijke verhuizing van Wijk aan Zee naar Den Haag.

Carlsen schoof na dat partijtje aan bij de tafel van Dirk Jan ten Geuzendam voor het commentaar op internet. Hij zei dat hij begrip had voor mensen die zich ergerden aan zijn zelfkritiek. Hij had op een vrije dag met vrienden verschillende computerspelletjes gespeeld en een van die mensen won alles, en tegelijk jammerde die voortdurend over zijn slechte spel. Daar had Carlsen zich ook aan geërgerd. Zelf zou hij het niet meer doen, beloofde hij.

Dat is eigenlijk jammer, want Carlsen legde ook uit op welk moment hij tegen Radjabov de stelling niet had begrepen. Het kwam er op neer dat hij niet had zien aankomen dat Radjabov zijn eigen loper zou inmetselen, met de bedoeling om later zijn paard naar een belangrijk veld te brengen.

Wie had dat wel kunnen vermoeden? Het was een erg curieus plan van Radjabov. Ik gaf tijdens die partij commentaar voor het lijfelijk in Wijk aan Zee aanwezige publiek en moest denken aan de dichter, schrijver en schaakliefhebber Kees Buddingh’. Die maakte eens een kastje met een schaakstelling waar één schaakstuk was vervangen door een damschijf. De titel was De droom van een damschijf. Radjabovs loper op b6, ingesloten door drie eigen pionnen, kwam me voor als een verdwaalde damschijf. Je kunt het de nachtmerrie van een schaakstuk noemen.

Magnus Carlsen - Teimoer Radjabov, negende ronde

1. e4 e5 2. Pf3 Pc6 3. Lb5 Pf6 4. d3 Lc5 5. 0-0 d6 6. Pbd2 0-0 7. Lxc6 bxc6 8. h3 h6 9. Te1 Te8 10. Pf1 a5 11. Pg3 Tb8 12. b3 Lb4 13. Ld2 Ta8 14. c3 Lc5 Zwart heeft tijd verloren. 15. d4 Lb6 16. dxe5 dxe5 17. c4 Carlsen besefte naar eigen zeggen hier nog niet dat na zijn laatste zet het omspelen van zwarts paard naar d4 een reële mogelijkheid werd. 17...Ph7 Op weg naar d4, een lange reis en het paard haalt het niet. 18. De2 Pf8 19. Le3 c5 Op het eerste gezicht een wonderlijke zet, maar andere zetten waren ook niet aantrekkelijk.

Zwarts Lb6 is ingesloten, maar als zijn paard d4 bereikt kan het nog goed komen. 20. Tad1 Df6 21. Ph5 Een kleine tactische wending. Na 21...Dg6 22. Ph4 Dxe4 wint wit met 23. Pxg7. 21...De7 22. Ph2 Kh7 Hier kon en moest hij 22...Pe6 proberen. 23. Df3 f6 24. Pg4 Lxg4 25. Dxg4 Ted8 Al was het niet mooi, zwart had met 25...g6 wits paard moeten verjagen. 26. Df5+ Kh8 27. f4 Txd1 28. Txd1 exf4 29. Lxf4 De6 30. Td3 Wit schuwt dameruil niet, want na 30...Dxf5 31. exf5 is het eindspel gewonnen doordat twee zwarte stukken niet meedoen. 30...Te8 Dit verliest snel, maar er was niets goeds. 31. Pxg7 Kxg7 De stervende mag alles eten. Ook 31...Dxf5 32. Pxf5 was hopeloos voor zwart. 32. Dh5 Ph7 33. Lxh6+ Kh8 34. Dg6 Dg8 Na 34...Tg8 komt 35. Td8 en mat. 35. Lg7+ Dxg7 36. Dxe8+ Df8 37. De6 Tot het eind doet Lb6 niet mee. 37...Dh6 38. e5 Dc1+ 39. Kh2 Df4+ 40. Tg3 Zwart gaf op.