Cocktail met een vleugje geschiedenis

In 2006 weekte hij Bols los van drankenimperium Rémy Cointreau, nu brengt Huub van Doorne (57) het bedrijf terug naar de Amsterdamse beurs. „Er is geen trucje waardoor jenever ineens weer hip is.”

Topman Huub van Doorne van drankenbedrijf Lucas Bols: „Wij moeten een hele generatie, die niet meer weet wat jenever is, heropvoeden. Dat kost tijd.”
Topman Huub van Doorne van drankenbedrijf Lucas Bols: „Wij moeten een hele generatie, die niet meer weet wat jenever is, heropvoeden. Dat kost tijd.” Foto Lars van den Brink

Hij is de kleinzoon van Hub van Doorne, de oprichter van DAF. Hij is de zoon van Martien van Doorne, tot 1975 vicepresident bij de Brabantse autofabrikant. Van zijn opa kreeg hij zijn liefde voor voetbal – PSV in het bijzonder – mee. Van zijn vader ondernemerswijsheden. Niet zeuren bij tegenslag, altijd doorgaan. Nooit je horizon uit het zicht verliezen. Dat soort dingen. Maar één ding heeft Huub van Doorne (57) als telg uit de DAF-familie niet aan zijn achtergrond overgehouden, zegt hij lachend: hij weet werkelijk níéts van auto’s.

Dat die industrie voor Huub van Doorne niet was weggelegd, was al heel snel duidelijk. Na zijn studie bedrijfseconomie sloeg hij een volslagen andere richting in: hij ging waspoeder verkopen bij het Amerikaanse levensmiddelenconcern Procter & Gamble. Daarna kwam hij terecht in de drankenindustrie. Hij werkte vijftien jaar bij het Franse drankenimperium Rémy Cointreau, waar hij in de raad van bestuur zat.

Huub van Doorne maakte pas echt naam toen hij likeurbrander annex jeneverstoker Lucas Bols in 2006 wist los te weken van Rémy Cointreau en het eeuwenoude bedrijf naar Nederland terugbracht. Negen jaar later gaat hij nog een stap verder: hij brengt Bols naar de beurs. Terug naar de beurs, feitelijk, want tot in de jaren negentig had het bedrijf (dat toen nog gefuseerd was met het voedingsmiddelenbedrijf Wessanen) al een notering aan het Damrak in Amsterdam.

De beursgang vindt plaats over anderhalve week, op woensdag 4 februari. Voor het zover is, vliegen Huub van Doorne en Bols’ financieel directeur Joost de Vries van hot naar her om met geïnteresseerde beleggers te praten. Een gelikte roadshow wordt het niet. Dat is niets voor hen, zeggen ze. De heren zullen in talloze zaaltjes simpelweg een praatje houden, eigenlijk op dezelfde manier als waarop zij de financiële details van de beursgang afgelopen woensdagochtend aan de pers toelichtten.

Bols (omzet: 79 miljoen euro) is in 1575 door Lucas Bols opgericht in Amsterdam. De kruiden en specerijen die nodig waren voor de productie van de likeuren, kwamen via de VOC-schepen van over de hele wereld. Het verhaal dat Bols graag wil vertellen, is dat van een bedrijf van 440 jaar oud dat terugkeert naar de beurs. Nederlands erfgoed – dat sentiment. Add history to your cocktail.

Na de persconferentie praat Huub van Doorne op zijn werkkamer in het statige Bols-pand, pal tegenover het Van Gogh Museum in Amsterdam, over wat hij gekscherend zijn „440 jaar oude startup” noemt. „Het bedrijf was dan wel heel oud, maar het was helemaal verweven met Rémy Cointreau. Bij de verzelfstandiging in 2006 moesten we in feite een heel nieuw Lucas Bols creëren.”

Op een plank aan de wand staat een hele rij kleurige Bols-flessen. „Sinds de terugkeer naar Nederland bouwen we stap voor stap aan het bedrijf. We zijn met negen mensen begonnen. Negen!” Intussen telt Bols 66 werknemers. De productie en distributie van de dranken is uitbesteed aan partnerbedrijven.

In 2011 werd Douwe Egberts op de beurs onthaald als ‘Nederlands erfgoed’. Zelfs premier Rutte was aanwezig bij de gongslag. Is hij er ook bij als Bols terugkeert op de beurs?

„Hij heeft nog niet gebeld.” Van Doorne lacht. „Maar natuurlijk is hij van harte welkom. In 2006 zijn we wel uitvoerig onthaald in Amsterdam door toenmalig locoburgemeester Lodewijk Asscher, toen we op de klipper Stad Amsterdam [een groot schip met drie masten, red.] de stad binnenvoeren. In die periode vertrokken veel bedrijven uit Nederland. Wij kregen toen veel positieve reacties: ha, eindelijk een bedrijf dat terugkomt.”

Het terug-naar-het-vaderland-avontuur van DE was van korte duur. Binnen een jaar werd het bedrijf door Duitse investeerders alweer van de beurs gehaald. Voorziet u dat scenario ook voor Bols?

„Als het komt, dan komt het. Dus ja, het kan altijd gebeuren. Maar laat ik het zo zeggen: we zijn er absoluut niet op uit.”

De omzet van Bols schommelt al jaren rond de 80 miljoen euro. Daarbinnen zijn wel verschuivingen geweest. De afgelopen jaren is de omzet in West-Europa gedaald, in de rest van de wereld wist de distilleerder zijn afzet juist te vergroten. De groei was het grootst in Japan en China en in de opkomende markten (waaronder Bols Oost-Europa, Latijns-Amerika, Afrika, het Midden-Oosten en India verstaat). Met name in Noord-Amerika voorziet Bols grote groei. Op die markt heeft het bedrijf nu een aandeel van 5 procent.

Bols verkoopt 24 merken in 110 landen. Het drankenbedrijf haalt bijna 70 procent van zijn omzet uit merken die het wereldwijd verkoopt, zoals de Bols-likeuren, Bols Genever en Bols Wodka, maar ook merken als Galliano en Damrak Gin. Onder de regionale merken vallen dranken als Bokma, Hartevelt en Coebergh. Zij zijn goed voor de resterende 30 procent van de omzet.

In Nederland is Bols marktleider op het gebied van jenever en vieux. Van Doorne: „Daarmee genereren we veel cash, waarmee we onze wereldwijde merken weer kunnen laten groeien.” Voor de toekomst sluit hij kleine overnames niet uit. „Maar verwacht nou niet dat we een soort overnamemachine worden.”

Bij de management buy-out in 2006 wist Van Doorne Bols voor circa 210 miljoen euro over te nemen van zijn oude werkgever. Hiervoor schakelde hij de hulp in van AAC Capital, een Nederlandse investeringsmaatschappij die is ontstaan uit een oud-onderdeel van ABN Amro. De aankoop van Bols werd voor een groot deel gefinancierd met schulden. Na de overname was driekwart van de aandelen van Bols in handen van AAC, de resterende aandelen waren in handen van Van Doorne en andere bestuurders. Na de beursgang blijft een kwart van de aandelen bij AAC (grofweg 16 procent) en het management (iets meer dan 8 procent).

De prijs van het Bols-aandeel zal ergens tussen de 13,50 en 18 euro uitkomen. De beurswaarde van het bedrijf komt naar verwachting uit tussen 187 tot 207 miljoen euro. Het grootste deel van de opbrengst wordt gebruikt om uitstaande schulden af te lossen.

Is schulden aflossen het belangrijkste doel van jullie beursgang?

„Als we onze schulden hebben afgebouwd, kunnen we ons richten op groei.”

Meestal gebruiken bedrijven die de beurs opgaan de opbrengst om te groeien.

„Dat doen wij ook. Het is niet óf óf, het is én én. Het is bij Bols niet zo dat je er even 10 of 20 miljoen tegenaan gooit en dat je dan ineens enorm hard groeit. Groei gaat bij ons heel geleidelijk. En tegelijkertijd bouwen we de schuld af. Dat scheelt ons hoge financieringslasten. Daardoor zal de nettowinst straks veel hoger uitkomen. Dat geld willen we niet oppotten, we willen de beleggers een dividendrendement bieden van rond de 4 procent. Dat is een aantrekkelijk rendement.”

De omzet van Bols stagneert al jaren. Welke groeiperspectieven kunt u potentiële beleggers bieden?

„De groei zit in onze wereldwijde merken. Je ziet de cocktailcultuur langzaam maar zeker veranderen. In de Verenigde Staten, maar ook in landen als China en Japan, waar niet alleen de middenklasse groeit, maar ook sprake is van verstedelijking. Grote steden betekent meer horeca, meer bars, en dus een groeiende markt voor cocktails. In het algemeen zie je de trend dat mensen kritischer worden. Ze drinken minder, en kiezen dan vaker voor iets bijzonders in plaats van een biertje. Kijk maar naar de heropleving van gin-tonic.”

Dat gaat over gin. Maar Amerikanen drinken geen jenever, werd in de drankenindustrie altijd stellig gezegd.

„Nou, ik kan u vertellen; inmiddels drinken de Amerikanen óók jenever. Daar hebben we hard aan gewerkt. Wat ons helpt is de terugkeer naar de klassieke cocktails in Amerika. De drang naar authenticiteit. Mensen zijn op zoek naar: waar komt het vandaan, wat is het verhaal erachter? En dan komen ze weer uit bij de cocktails uit de jaren zeventig. De Harvey Wallbanger (wodka, Galliano en verse sinaasappelsap) was destijds dé cocktail van Amerika. Dat komt weer helemaal terug en het stuwt de Galliano-verkopen.

„Wij moeten een hele generatie, die niet meer weet wat jenever is, heropvoeden. Dat kost tijd. Er is geen trucje waardoor jenever ineens weer hip is. We moeten het verhaal héél vaak vertellen. Dat doen we bijvoorbeeld door nadrukkelijk aanwezig te zijn in de wereld van cocktails, met ons jaarlijkse bartending-kampioenschap en onze Bartender Academy. In de hippe scene van Amsterdam zie je nu ook dat mensen jenever opnieuw ontdekken.”

Jaren terug vertelde Huub van Doorne in een interview in het Financieele Dagblad hoe emotioneel het moment was waarop hij Bols in 2006 in handen kreeg. Toen de overnamepapieren na een jaar van onderhandelen eindelijk getekend waren, wachtte hij de champagne niet af – hij belde onmiddellijk zijn doodzieke vader. „Ik kon alleen maar stamelen: ik heb het gedaan, ik ben mijn eigen pad opgegaan, ik heb nu zelf een bedrijf”, zei hij. „Daarna heb ik het hardst gehuild van mijn hele leven. Aan de andere kant van de lijn ook: tranen met tuiten. Verder hebben we niets gezegd, uiteindelijk heb ik weer opgehangen.” Anderhalve week later overleed zijn vader.

Als hem wordt gevraagd of de beursgang van Bols dat ontroerende moment van 2006 zal kunnen evenaren, laat Van Doorne zich achterover zakken in zijn fauteuil. De tranen staan in zijn ogen. „U ziet het aan mijn reactie”, zegt hij geëmotioneerd, na een korte stilte. „De overname was het aller-, allermooiste moment. Prachtig dat mijn vader dat nog mee kon maken. Daar kan níks tegenop. Deze beursgang is ook mooi, fantastisch zelfs, maar absoluut van een andere orde.”