Chauffeur die kon vliegen als het nodig was

Het is een bijzonder groepje mannen (en een enkele vrouw). De pool van portiers, bodes en chauffeurs van het Amsterdamse stadhuis. De regelmatige bezoeker van de Stopera kent hen als ambtenaren met een subtiele melange van dienstbaarheid en eigenheid. Tijdens de raadsvergaderingen gaan ze geruisloos rond met de moties en de amendementen. In de portiersloges zijn ze bewaker en gids tegelijk. Ze zijn de gastheren en -vrouwen van het stadsbestuur.

Lex Karanélan was in dat groepje een opvallende verschijning. Hij was aandachtig (de dienstbare kant van zijn beroep) en hij was charmant – een volle bos grijze krullen onderstreepte dat.

Chaufferen vond hij het leukst van zijn werkzaamheden. De Nightrider werd hij wel genoemd, of De Coureur. „Als het nodig was, kon Lex vliegen”, zegt voormalig wethouder Caroline Gehrels. „En als driehonderd man op je staan te wachten, is het fijn als iemand je daar op tijd kan krijgen.”

Karanélan reed acht jaar in de wethouderspool. Als wethouder was Gehrels veel met hem op pad; haar portefeuilles cultuur en economische zaken stonden garant voor veel, lange en soms verre autoreizen. „Natuurlijk lees je dan dossiers en doe je je telefoontjes, maar je praat ook met elkaar. Je bent uren samen.” Karanélan was erg geïnteresseerd, zegt ze. Als ze na een raadsvergadering in de auto stapte, bracht hij altijd de gevoerde discussies ter sprake. En intussen gaf hij de wethouder een printje met wat hij op internet had uitgezocht over het bedrijf waar ze op werkbezoek ging. „Hij ging daar ook graag mee naar binnen. Daar moest ik wel even aan wennen – de andere chauffeurs deden dat niet.”

Bij de herdenking van Karanélan herinnerde burgemeester Van der Laan aan een werkbezoek van Gehrels op het terrein van de Westergasfabriek. Gehrels: „Het was op een vrijdag, onverwachts. Daarom moest ik mijn zoontje meenemen. Toen we aankwamen zag Lex dat er kermis was en hij vroeg aan mijn zoon: wat wil je? Mee met je moeder en naar haar toespraak luisteren? Of met mij de kermis op?” Ze hadden alleen geen geld bij zich. Gehrels: „Geen probleem, zei Lex, we komen altijd wel iemand tegen die we kennen. En inderdaad: op de kermis zien ze een voormalig raadslid die Lex een paar euro leent. Mijn zoontje haalde de grootste knuffel uit de grijpmachine.”

Op de eerste dinsdag van het nieuwe jaar stond Karanélan om kwart voor zes op om aan zijn vroege dienst te beginnen. Hij werd onwel aan de ontbijttafel. Twee uur later was hij overleden aan hartfalen.