Ananasfeest

Over elk onderwerp – hoe klein ook – is oneindig veel te vertellen. Lex Boon koos ooit voor de ananas en neemt ons mee zijn wereld in. Deze week: Ruudje Ananas.

Wanneer Ruud de Dijcker komt te overlijden wil hij begraven worden in een kist in de vorm van een ananas. In Suriname zit een bedrijfje dat er eentje uit hout snijdt voor een paar honderd euro, zo heeft hij weleens opgezocht. Zo’n kist zal hij tegen die tijd moeten hebben, want de 48-jarige Amsterdamse postbode ziet zichzelf als de grootste ananasverzamelaar van het land. Waar deze rubriek niet meer is dan een verzameling ananasverhalen, richt ‘Ruudje Ananas’ zich op de materiële kant: ananasprullaria. Zijn flat in Amsterdam-Noord staat vol met meer dan tweeduizend ananasitems.

Bij binnenkomst loop je via zijn gang met ananasbehang en ananasschilderijen langs de Ananasstraat, de Ananasweg en het Ananasplein - zijn collectie straatnaambordjes - de keuken in. Daar tref je nog meer ananas aan: van de honderden potjes, flessen en beeldjes in twee grote kasten tot de tientallen koelkastmagneetjes met ananassen erop. Op het aanrecht staan twee ananasvergieten, alleen de kleur verschilt. Ergens moet hij ook nog een derde hebben, een zilveren. Op de vloer staan negen grote blikken ananas (totaal 27 kilo) die hij een tijdje geleden op de kop tikte. Over de datum, maar nog prima te gebruiken voor het grote ananasfeest als hij vijftig wordt.

Zijn huiskamer is hetzelfde verhaal. Overal zie je ananas. Tot de prints op de dubbele gordijnen - om verkleuring van de collectie tegen te gaan - en zijn meubilair aan toe. Op verzoek trekt Ruud zijn broek een stukje naar beneden om zijn ananastatoeage te laten zien, die vlak boven zijn rechterbil zit. Ook wil hij zichzelf voor een foto best in een van zijn drie ananaspakken hijsen. Daar staat hij dan: een volwassen man in een zweterig en ietwat aftands ananaspak, onder een ananaslamp en voor drie grote kasten met nog meer ananasspul. Zijn hoofd wordt samengeknepen door de strakke ananaskroon die hij over zijn hoofd moet trekken.

Een idioot, zo zou de conclusie kunnen zijn. Maar dat is Ruud niet. Hooguit is hij ietwat excentriek, vrolijk en enthousiast. En bovenal is hij een verzamelaar, zoals er zo veel zijn. „Een verzamelaar heeft een drift naar het vinden van objecten. Ik spaar toevallig ananas. En elke ananas, of ie nu lelijk is of niet, is toch weer één erbij.”

Zijn verzameling begon toen zijn zoon 21 jaar geleden werd geboren en hij een ananasbabypakje voor hem kocht. Een ananasratelaar was zijn tweede aankoop, en daarna is het nooit meer opgehouden. En hoewel hij ooit nog een ananashuis wil bouwen, is zijn verzameldrang volgens hem niet obsessief en onbeheersbaar. Soms kan hij er weken niet mee bezig zijn. De waarde en het nut van zijn collectie weet hij ook te relativeren. Zijn doodskist in de vorm van een ananas zal het sluitstuk van zijn collectie worden. Die hoeft trouwens niet bewaard te worden. „Mijn zoon mag later alles wegdonderen. De ananas is mijn passie, het hoort bij mij. Niet bij hem.”