Als werkgevers zich met Pechtold tegenover Wilders positioneren

Op wie moet je letten om Den Haag te begrijpen? Deze week: Pechtold, Wilders en vervagende scheidslijnen tussen links en rechts. Ofwel: klein overzicht van nieuwe Haagse feitjes en onderliggende politieke trends.

Deze week hoorde ik iemand zeggen dat de hele overheid in feite een uit de hand gelopen burgerinitiatief is. Democratie blijft nu eenmaal een goed idee. Ook partijdemocratie.

Maar wacht even: waar zijn de interne verkiezingen in al die partijen eigenlijk gebleven?

Vorig najaar, toen de VVD een nieuwe voorzitter zocht, was het partijbestuur beducht voor een ledenreferendum. Dus moest het VVD-congres dit maar even afdoen – zodat de kandidaat van de partijtop, Henry Keizer, in een zucht en een steun werd benoemd.

Vorig weekeinde wees de PvdA haar lijsttrekker voor de Eerste Kamerverkiezingen, Marleen Barth, zonder stemming aan: niemand wilde tegenkandidaat zijn. Bij CDA, VVD en D66 gebeurde eerder hetzelfde met de senaatslijsttrekker.

En deze week was er weer zoiets, nu rond het CDA-voorzitterschap: Ruth Peetoom werd voorgedragen voor een tweede termijn nadat een zoektocht, aldus een CDA-persbericht, geen tegenkandidaten opleverde „die voldeden aan de profielschets”.

Daar zat, liet ik me vertellen, een verhaal achter: in die zoektocht had oud-staatssecretaris Yvonne van Rooy wel degelijk twee CDA’ers gevonden die het volgens haar uitstekend tegen Peetoom konden opnemen.

Vreemd was dit niet. Peetoom had in 2011 een vliegende start. Maar Buma is nu het onbetwiste gezicht van de partij, terwijl de rol van Peetoom als politieke verandermanager lijkt uitgespeeld. Zo hoor je Buma nooit meer over ‘het radicale midden’ dat zij in 2012 omarmde.

De twee tegenkandidaten die Van Rooy aanbeval waren Karel Noordzij, oud-topman van onder meer PGGM en NS, en Lucille Barbosa, een onderwijslobbyist die eerder voor het CDA werkte.

En vorig weekeinde zagen zij beiden van een kandidatuur af. De partij vroeg de toezegging dat ze tot de provinciale verkiezingen, 18 maart, geen campagne voor zichzelf voerden. In die afmattende periode kon je van afdelingen, zei het bestuur, niet verwachten dat ze óók avondjes voor voorzitterverkiezingen belegden.

Maar omdat die voorzittersverkiezing 11 april al is, en Peetoom als voorzitter in de provinciale campagne het land wél afreist, rees de vraag of kandidaten gelijke kansen kregen. De twee bedankten dus voor de eer.

Hiermee is ook het CDA terug bij de oude praktijk van bescheiden ledeninspraak. Mooi hoor, democratie – maar het moet niet te gek worden allemaal.

In partijbesturen hoorde ik hoe ze deze kleine trend uitleggen. Verlies van een interne verkiezing schaadt nog altijd je politieke CV in Nederland. Zie het lot van mensen als Verdonk (verloor in 2006 van Rutte), Dibi (Sap, 2012), en Bleker (Buma, ook 2012). Dus veel belangstellenden hebben geen zin meer in een gok. Zo verdwijnt, ondanks aanhoudend ledenverlies, het avontuur weer uit partijen.

In een kalme week als deze vallen meer kleine veranderingen op. De tijd is voorbij dat fracties in het bestuur van de Tweede Kamer, het presidium, wellevend zaken met elkaar deden.

Woensdag brak binnenskamers de zoveelste ordinaire ruzie uit. Veel onmin gaat over vertrouwelijke financiële gegevens van fracties die de laatste jaren lekken (ikzelf was soms ook ontvanger).

Woensdag was een betwist bericht van de Volkskrant over de PVV reden voor ruzie; bedremmelde uitlatingen van aanwezigen na afloop illustreerden hoe venijnig het eraan toe was gegaan. Het komt, vermoed ik, nooit meer goed in dat presidium.

Met wie het ook amper nog goed kan komen: VVD-Kamerlid René Leegte. Ze zeggen wel dat public relations de showbusiness van de gewone man is, welnu, dat kunstje moet Leegte nog leren. Hij voerde in de trein een telefoongesprek over de VVD-mediastrategie rond het Groninger gas (ontlopen die lui). Het gesprek werd afgeluisterd en lekte uit – een kleine ramp voor zijn partij. Het eigen cynisme zelf geopenbaard. Dat Leegte zijn woordvoerderschap verloor vertelde niet alleen iets over zijn bescheiden politieke toekomst. Het betekende ook dat de VVD-positie in het gasdebat aan geloofwaardigheid inboette.

In een dossier met nog meer ongemak, MH17, hoor je coalitiepolitici nu verzuchten dat het kabinet vorig jaar zomer, meteen na de ramp, minder eager de leiding over internationaal onderzoek naar de ramp had moeten nemen.

Feitenonderzoek komt in deze context neer op diplomatiek zwijgen en deals sluiten met dubieuze regeringen. Gevolg: steeds nieuwe wonden in de nationale traumaverwerking, steeds gedoe over informatie-uitwisseling met de Kamer. „Soort Srebrenica, maar dan met slachtoffers uit eigen land”, zoals een betrokkene me donderdag vertelde.

Intussen, zo grillig is politiek, staat lang niet alles in de coalitie er nog zwak en somber voor. Zo leerde ik deze week ook dat optimisten op Financiën er zelfs rekening mee houden dat we over ruim een maand ineens leven in een wereld van miljardenmeevallers en een tekort dat veel sneller daalt dan voorzien. Het resultaat van accelererende groei, lage olieprijs en (licht) dalende werkloosheid.

Het interessante was dat je deze week al kon zien hoe de invloedrijkste lobby van Den Haag, VNO-NCW, hierop anticipeert: voorzitter Hans de Boer, opvolger van Wientjes, formuleerde publiekelijk ideeën voor een nieuw belastingstelsel. Een vlak tarief van 35 procent inkomstenbelasting tot de ton, 45 procent voor alle inkomens daarboven; gelijktijdig een lastenverschuiving van 18 miljard van publieke naar private sector.

Het lijkt me onwaarschijnlijk dat een belastinghervorming hierop uitkomt, maar VNO-NCW doet zo’n openingsbod nooit zomaar: ze voelen daar blijkbaar ook dat die mogelijke meevallers nieuwe dynamiek aan het debat geven. Waar vorig jaar de verwachting was dat elke belastinghervorming onder dit kabinet onmogelijk was, gloort nu hoop dat er alsnog een begin mee gemaakt wordt.

Zeker zo prikkelend was dat De Boer in dezelfde toespraak een ander verschijnsel aanraakte. Want nu politiek steeds meer gaat over identiteit – niet wat je hebt, maar wie je bent – verdampt de traditionele scheidslijn tussen klassiek links en rechts, en ontstaat er een nieuwe tweedeling: tussen cultureel progressieven en cultureel conservatieven.

En zonder omwegen plaatste De Boer zich in het kamp van de cultureel progressieven: hij pleitte voor internationalisme en duurzaamheid; voor een ‘inclusieve samenleving’ in reactie op de recente aanslagen opdat er banen komen voor „zowel Peter als Achmed”. Boeiend: van alle Haagse spelers positioneert uitgerekend de werkgeverslobby zich, naast D66-leider Pechtold, het duidelijkst tegenover het cultureel conservatisme van de PVV.

De positiewisselingen houden hier niet op. Inzake uitkeringen en zorg is diezelfde PVV amper nog van de SP te onderscheiden. Niet alleen maakt dit het permanente afgeven van mensen als Bosma op ‘de linksen’ nogal bijzonder. Het versterkt ook dat de VVD zich (inzake veiligheid, EU, immigratie) al langer in de richting van Wilders’ culturele conservatisme beweegt.

En op ‘links’, in PvdA en SP, rijzen vragen over de eigen immigratie- en integratiestandpunten. Vooral sinds opiniepeilers signaleren dat de PvdA kiezers aan de SP verliest, waarna diezelfde kiezers tenslotte overlopen naar de PVV: het zet mensen in beide partijen aan het denken.

Vooral de positionering van Lodewijk Asscher is tekenend. In een fraaie speech op het PvdA-congres trok hij het hele repertoire open. Hij is in staat traditioneel links te zijn (tegen flexwerk, tegen schijnconstructies) maar durft ook Wilders’ moed te prijzen. Evengoed sluit hij zich aan bij cultureel progressieven die „verbinding” met gematigde moslims zoeken en daarin, zei hij op het PvdA-congres, kans op een nieuwe „doorbraak” zien. Geen positie die op een verkiezingsposter past.

Zo komen contouren van een nieuwe politieke kaart voorzichtig in beeld. D66, vaak aangevuld met GroenLinks, dat zich met de werkgeverslobby in het cultureel progressieve kamp schaart. VVD, PvdA, CDA, SP en de bonden die schipperen tussen progressieven en conservatieven. En de PVV die als enige de cultureel-conservatieve flank afdekt.

Nieuwe partijpolitieke identiteiten, nieuwe mengvormen: als het zo doorgaat bestaan links en rechts over een tijdje niet eens meer.