Als de drab begint te borrelen

Het leek zo’n gemakkelijke bijverdienste: 4.000 euro voor een weekendje werk. Het recept voor fenylaceton – de grondstof voor speed – was niet ingewikkelder dan dat voor macaroni. Maar toen ging het mis.

Tilburg, nazomer 2012. De chemische drab in de blauwe tonnen borrelt steeds heftiger. Het kleine garagebedrijf midden in de woonwijk vult zich met een dikke, witte rook. En met gas. Geschrokken kijken W. en J. – beiden eind twintig – elkaar aan. „Godverdomme. Dit gaat niet goed”, zegt J. „We hebben geen fouten gemaakt, toch?”

Om hen heen staan blauwe vaten en jerrycans vol chemicaliën. Erboven hangt een geïmproviseerde afzuiginstallatie. Op hun handen ontstaan kleine, pijnlijke blaren. Waren die gasmaskers betrouwbaar?

Ineens horen ze buiten iets geks. Een blikkerige stem, gekraak. Nog een keer. Walkietalkies.

„Klote”, vloekt W. en hij loopt naar de roldeur van de garage. Door een kijkgaatje ziet hij twee agenten op de binnenplaats van hun fiets afstappen. „Godver, godverdomme. Uit, alles uit, nu.”

J. en W. zijn heel kleine spelers in de omvangrijke, grotendeels verborgen wereld van synthetische drugsproductie in Nederland – en dan in het bijzonder die van speed en MDMA onder de rivieren. Uit cijfers van politie en justitie blijkt dat zich daar de meeste laboratoria bevinden. Verreweg de meeste ontmantelingen en afvaldumpingen vinden plaats in Noord-Brabant.

Vorig najaar werd bekend dat de politie 125 extra agenten en rechercheurs vrijmaakt om de productie van synthetische drugs in het zuiden aan te pakken. In april van afgelopen jaar kwamen twee mensen om het leven toen een lab in Uden explodeerde. En op het Amsterdam Dance Event overleden in oktober nog drie feestgangers, mogelijk aan de gevolgen van een hoge concentratie MDMA in hun pillen.

Nieuw is dit allemaal niet. Nederland staat internationaal bekend als grote producent en doorvoerhaven van harddrugs. Brabant voorop.

Wat maakt het zuiden zo’n aantrekkelijke voedingsbodem voor de productie van synthetische drugs? Is het eigenlijk moeilijk om speed of MDMA te maken? En wat doen politie en justitie om het probleem aan te pakken?

Recept voor macaroni

Vierduizend euro voor een weekendje werk. Dat was J. en W. beloofd. Voor een simpel klusje ook. Net een recept voor macaroni.

Doe een schep apaan (alfa-fenylacetoacetonitril) in een vat, mik er een scheut zoutzuur bij – alles in de juiste verhoudingen uiteraard – verwarm tot zo’n 90 graden, laat het een paar uur elektrisch roeren en klaar. Het eindresultaat: BMK, de straatnaam voor fenylaceton en de basis voor amfetamine. Voor speed dus. De man die hen had benaderd en alle apparatuur had gebracht, zou het resultaat van hun werk later in de week op komen halen.

Ze hadden al wel eens vaker samen wat gedaan, kenden elkaar van de middelbare school. W. woonde in een volksbuurt in Tilburg. „Een oud antikraakpand met een schuurtje in een spookwijk. Perfect om te beginnen met een paar planten”, vertelt hij in een lunchroom vlakbij station Tilburg.

Twee gezellige, onopvallende Brabantse jongens met een zachte g en ondeugende blikken. Hennepteelt dus. „Het is net alsof je een moestuintje hebt”, zegt hij lachend.

J. wist ervan, kwam vaak langs om te helpen met het knippen van de planten als die volgroeid waren. „Nog leuk om te doen ook.” En lucratief: „Zo een paar honderd euro extra in de maand”, zegt J. „Daar ga je naar leven. Niet dat ik ineens dure spullen kocht, hoor. Ja, een horloge, dat wel. Maar het was vooral in het weekend leuk. We gaven het gemakkelijk uit.”

Hoe en waarom ze met hennep begonnen, weten ze niet meer goed. „Het was snel geld verdienen”, zegt J. „We kenden mensen die het al deden. Gewoon uit de kroeg hier.”

„Dan is het verleidelijk”, vult W. aan. „We verkochten het in kilo’s aan winkels.”

Een bevriende elektricien tapte de stroom zo af dat het niet zou opvallen. Hun vrienden wisten er eigenlijk allemaal wel van.

Het was winter toen ze uiteindelijk gepakt werden. W.: „Ik was verhuisd en had een nieuwe kwekerij op zolder. Overal in de straat lag sneeuw, behalve op mijn dak. Kwam door die warmtelampen, natuurlijk. Toen ze me kwamen halen op mijn werk, wist ik meteen waar het om ging.”

Gevolg? Een taakstraf van veertig uur en een boete van 8.600 euro. „Ik heb er daardoor niet echt veel geld aan overgehouden.”

Spannend, zo’n lab

In Tilburg alleen al wordt jaarlijks tussen de 700 en 900 miljoen euro verdiend met hennepteelt, zo meldde NRC afgelopen jaar. In de sector zouden ongeveer 2.500 mensen actief zijn. In de synthetische drugshandel in Brabant gaat minstens zoveel om. Honderden miljoenen euro’s, zeggen bronnen binnen politie, justitie, de wetenschap en de criminele sector. Maar hoeveel precies, is onduidelijk.

Tussen 2009 en 2012 houden de jongens het naar eigen zeggen rustig. Geen planten meer, gewoon sleutelen aan auto’s. J. had jonge kinderen, W. was het gedoe zat. „Je moet overal omheen draaien”, zegt hij. „Mijn ouders wisten van niks. Ik schrok iedere keer als er een politieauto door de straat reed. Ik sliep er slecht van.”

Samen met J. huurt hij een eigen garagepand, naast zijn gewone werk als automonteur in loondienst. „We wilden ons eigen bedrijf, we werkten ons kapot”, zegt W. „Doordeweeks voor een baas en in de weekenden voor onszelf. Mijn vader ondersteunde ons financieel. We hadden vooraf besloten geen gekke dingen te gaan doen daar.”

Het loopt anders.

Het vele werken breekt hen op, vertellen ze. J.: „Ik zag mijn kinderen weinig meer, hield geen sociaal leven over.”

„Het ging gewoon niet meer”, zegt W. „Toen was de keuze gemakkelijk.”

Op hun werk horen ze over BMK. Dat het gemakkelijk te maken is, en snel geld oplevert. „Ze kenden ons van de hennep van vroeger. Wisten dat we niet vies waren van wat extra geld”, zegt J. Het idee van een lab vonden ze spannend.

W.: „We dachten alleen maar in knaken.” Van de scheikundige kant wisten ze weinig.

Dan gaat het snel. Via via worden ze benaderd. Door een man, meer willen ze daar niet over zeggen. Hij biedt hun 4.000 euro voor een weekend werk. Ze vinden het mooi. In juni wordt alles geleverd. Chemicaliën, vaten, roerinstallaties, warmtedekens, gasflessen, gasmaskers. „We dachten, dit kunnen wij wel.”

Handen omhoog

J. had van tevoren wat uitleg gekregen over het chemische proces. Niet veel, maar genoeg om de paar stappen die ze moesten doorlopen uit te voeren. Ze probeerden het een paar keer, met kleine hoeveelheden. Ging prima. Maar deze nazomeravond in 2012 was anders. Nu waren het grote vaten. „Als je reacties gaat opschalen, moet dat heel zorgvuldig gebeuren”, zegt Floris Rutjes, hoogleraar synthetisch organische chemie aan de Radboud Universiteit Nijmegen. „Als je de gebruikte hoeveelheden met een factor duizend vergroot, dus bijvoorbeeld van een gram naar een kilogram, moet je het hele proces opnieuw uitstippelen.”

Ook komt er naarmate de hoeveelheden groter worden – J. en W. gebruikten kilo’s apaan en liters zoutzuur – steeds meer warmte vrij. Rutjes: „De chemische reacties worden heftiger en door de hitte kunnen stoffen ook onbedoeld gaan reageren. Zonder goede voorbereiding gaat het dan al snel mis.”

Bij de twee Tilburgers gebeurt dat in één nacht, van zaterdag op zondag. Hun ‘simpele klus’ met zoutzuur en apaan loopt uit de hand. Hoe precies, weten ze nog altijd niet. Te veel gebruikt van het een, te weinig van het ander, te warm geworden misschien.

Dat het foute boel is, hebben ze door als de vaten vol chemische drab overstromen en de garage zich vult met zoutzuurgas.

Nadat J. agenten op de binnenplaats heeft zien staan, zetten de mannen in paniek alle apparatuur uit. Misschien kunnen ze de boel nog redden: de politie weet op dat moment niet precies waar de stank vandaan komt. Ze blijven in de garage tot de agenten zijn vertrokken. „De volgende ochtend hebben we heel vroeg een boedelbak gehuurd om alles in te doen. We wilden het ergens dumpen.”

Met een aanhanger rijden J. en W. terug naar de op die zondagochtend verlaten garage. Het is klam, ze hebben allebei niet geslapen. „Het was een complete puinhoop binnen”, zegt J.. „Maar alles moest weg.”

Net als ze een nog warme ton vol drab ingeladen hebben, horen ze buiten opnieuw stemmen. Dit keer meer dan twee. „De poort van het terrein was afgesloten”, zegt W. „Buiten stond tien, vijftien man politie.”

Ze weten dat het voorbij is. „We zijn met onze handen omhoog naar buiten gelopen.”

Voor de ingang moeten ze op de grond gaan liggen. Ze worden geboeid en afgevoerd naar het politiebureau. „We kwamen in aparte cellen terecht”, zegt W. „We stonken enorm. Die geur gaat overal inzitten. Je krijgt het niet van je handen.”

Ze mogen niemand spreken, alleen een advocaat. Tien dagen zitten ze in Tilburg vast, daarna wordt hun voorarrest verlengd. W. wordt overgeplaatst naar Breda, J. naar Grave. Twee weken later mogen ze naar huis, in afwachting van de behandeling van hun zaak. „Toen begon de ellende pas.”

„Je kunt niks”, zegt W. „Hoe vertel je het aan een meisje dat je ontmoet? Waar je het leuk mee hebt? ‘O trouwens, ik moet nog voor de rechter komen omdat ik een drugslab runde.’ Dat is gewoon kut. Je wil het verleden afsluiten, maar dat gaat niet. En dan zeg ik nog niks over kinderen.”

Na hun arrestatie in 2012 horen J. en W. ruim anderhalf jaar lang weinig van justitie. Pas begin dit jaar krijgen ze een brief dat ze moeten voorkomen.

Het OM zegt in een reactie dat synthetische drugszaken vaak complex zijn. „Het duurt [in dit soort zaken] langer voordat het opsporingsonderzoek klaar is. Daaropvolgend zijn er tijdens de vervolgingsfase vaak veel onderzoekswensen vanuit de verdediging die geruime tijd kosten om uit te voeren.”

Epiloog

Een week voor het vonnis, in de koffiebar. De mannen zijn optimistisch. Ze hadden rekening gehouden met celstraffen, maar het OM heeft ‘maar’ 240 uur taakstraf en een voorwaardelijke gevangenisstraf geëist. Ook moeten ze de schade aan de garage aan de verhuurder vergoeden. Ze hebben goede hoop dat de rechter die eis zal overnemen, vooral ook vanwege de tijd die ze hebben moeten wachten.

Maar het loopt anders. De rechtbank legt meer op dan door het OM geëist.

J. krijgt 14 maanden cel waarvan 5 voorwaardelijk. W. krijgt één maand meer opgelegd – vanwege een eerdere veroordeling. Ook moeten de mannen een schadevergoeding van ruim 35.000 euro betalen aan de eigenaar van het garagepand.

De rechtbank laat in het vonnis zwaar meewegen dat het lab middenin een woonwijk stond, dat de vrijgekomen zoutzuurdampen zeer schadelijk hadden kunnen zijn voor omwonenden en dat de aanwezige chemicaliën de bodem van de garage hebben verontreinigd. Ook het motief – financieel gewin – draagt bij aan de hoogte van de straf.

Twee weken voordat de mannen de cel in moeten, is er voor het laatst kort contact met W. Telefonisch, want in een afspraak heeft hij geen zin meer. J. wil überhaupt niets meer kwijt. „Ik doe heel rustig aan nu”, zegt W. „Ik werk halve dagen en probeer te genieten van alles om me heen.” Hij heeft plannen om wat met vrienden te gaan eten, bij familie langs te gaan, zegt hij. „De laatste week wil ik alleen thuis zijn met mijn vriendin. Ik heb me er bij neergelegd. Het is maar zoals het is.” <<