Wij weten niet hoe Ang is doodgeschoten

Hij was de advocaat van de afgelopen weekend geëxecuteerde Ang Kiem Soei, en van vele andere terdoodveroordeelden. „Ik ging slapen en dacht eraan dat Ang Kiem Soei ook ging slapen, in de wetenschap dat het zijn laatste nacht was.”

Het is krap twaalf uur voordat Ang Kiem Soei geëxecuteerd wordt en Bart Stapert zit in zijn hotel in het Javaanse provinciestadje Cilacap. Terwijl Nederlandse diplomaten – tevergeefs – inpraten op vicepresident Jusuf Kalla heeft Stapert ruzie met de Indonesische autoriteiten. Opeens blijkt zijn toestemming het gevangeniseiland te betreden te zijn ingetrokken. De verklaring: hij is buitenlander.

Tegelijkertijd is Stapert (1964) in de ban van een ander, meer menselijk, onderwerp: het idee van de geplande dood van zijn cliënt, en na al die jaren een goede bekende. Stapert: „Ik ging gisteravond slapen en dacht eraan dat Ang Kiem Soei ook ging slapen, in de wetenschap dat het zijn laatste nacht was. Ga je slapen, vroeg ik mij af. Of wil je wakker blijven? Maar als je wakker blijft, ga je dan alleen maar malen, dus misschien wil je dat niet.” Het aangename aan een natuurlijke dood is dat de meesten van ons niet weten wanneer die komt, zegt Stapert. „Voor Ang Kiem Soei is het een nauwkeurig omschreven moment, waarvan hij weet dat het pijn zal doen. Voor een kerngezonde man van 62 die niet klaar is om te sterven is dat moeilijk.”

Eenvoudige zaken liggen hem niet. Anders zou hij niet de Rus Vladimir Drinkman verdedigingen die uitlevering aan de Verenigde Staten probeert te voorkomen, waar hij verdacht wordt van het stelen van 160 miljoen creditkaartgegevens. Anders zou Stapert vijf jaar geleden niet Somaliër Mahamud O. hebben verdedigd die in de VS van terrorisme werd verdacht. Anders begin je niet in St. Thomas, een van de armste wijken van New Orleans, een rechtshulpwinkel voor mensen waar zelden iemand voor opkomt. Hoe ingewikkeld grote strafzaken in Nederland ook zijn, advocaten hoeven er niet na te denken over de aanstaande executie van hun cliënt door een vuurpeloton. Maar voor Stapert is het niks nieuws.

Doodstrafzaken lopen als een rode draad door de carrière van Stapert (1964) sinds hij op zijn 25ste in 1989 naar de Verenigde Staten trok om te studeren en te werken als advocaat in capital punishment-zaken. Het was in de staat Virginia op 16 december 1996 dat hij zag hoe zijn cliënt, Ronald Lee Hoke, een dodelijk injectie kreeg, een ervaring die diepe indruk op hem maakte.

Een staat die te veel macht heeft

Stapert – een boomlange en brede vent met een bulderende lach – zegt van jongs af aan al gefascineerd te zijn door de kwetsbaarheid van het individu dat buiten de groep staat. „Misschien komt dat door eigen ervaringen van er buiten liggen, gepest worden of wat dan ook. Ik was al op mijn elfde bezig met Amnesty, wist op mijn twaalfde dat ik advocaat zou worden. Een onafhankelijke advocatuur is de luis in de pels van de rechtstaat, zoals journalisten dat van de democratie zijn, om te waarborgen dat macht proportioneel wordt gebruikt”, zegt hij. Een staat die de doodstraf oplegt, is een staat die te veel macht heeft, vindt de advocaat. „Dat is doodeng.”

Het was ook in Amerika waar Stapert ervoer wat voor een bizar proces een executie is. Hij noemt het een snelkookpan. Naarmate het ‘Uur U’ dichterbij komt wordt iedereen samengeperst richting dat ene punt waarop de straf onomkeerbaar is, waarop de spuit gezet is, waarop de kogels afgevuurd zijn. Dat leidt tot enorme spanning, bij de familie van de terdoodveroordeelde, bij de schutters van de mobiele brigade die de straf voltrekken, bij de advocaten en bij de aanklagers.

De snelkookpan resulteert in idioot machtsvertoon. Voor en na de executie van Ang Kiem Soei werd Stapert onbehaaglijk van de krachtpatserij van Indonesische militairen die triomfantelijk rondliepen, „met een fout soort swagger”, zegt hij in Amerikaanse slang. Toen hij in de Verenigde Staten werkte, zat hij vlak voor een executie op de gang, terwijl zijn cliënt kaalgeschoren werd. Zijn cliënt was de derde in een reeks veroordeelden die gingen sterven. Een openbaar aanklager kwam de gang op en zei: „It’s going to be another grand ol’ party.” Stapert erkent toen even last te hebben gehad van een opwelling van anti-Amerikanisme.

Te lang bezig met diepe emoties

Stapert houdt nog steeds van Amerika, het land dat hij na tien jaar beter in de vingers had dan Nederland. Stapert spreekt zo accentloos mogelijk Amerikaans als mensen die er niet geboren zijn dat kunnen. Hij keerde terug naar Nederland op 10 september 2001, een dag voor de aanslagen op het World Trade Center. Na betrokken te zijn bij meer dan zeventig zaken waar de doodstraf op het spel stond, was hij toe aan wat rust, zei hij in een interview met deze krant in 2001. „Je bent te lang en te intensief met diepe emoties bezig”, vertelde hij toen. Maar zijn idealen had hij niet losgelaten. „Osama bin Laden mag nooit de doodstraf krijgen”, zei hij toen ook.

Tegelijkertijd leerde Stapert de VS relativeren, erkent hij nu. „Toen ik er in 1989 naartoe ging, dacht ik niet dat ik vrienden kon worden met iemand die voor de doodstraf was. Ik heb in Amerika geleerd dat sommige mensen gewoon fundamenteel anders denken. Ik heb woedende familieleden van slachtoffers van mijn cliënten in de rechtszaal meegemaakt. Hun gevoelens, ook over de doodstraf, zijn volstrekt authentiek. Ik heb niet meegemaakt wat zij hebben meegemaakt.”

Kort na de executie in Indonesië, als de ambulance met het lichaam van Ang Kiem Soei richting het crematorium vertrekt, doet Stapert wat hij altijd doet: praten, analyseren, onrecht benoemen, knokken tegen in zijn ogen excessief optreden van de macht. Hij is geëmotioneerd maar niet ontredderd. Hij is boos, maar trilt niet van woede zoals de Nederlandse diplomaat die ook aanwezig is. Het is half vier ’s nachts, hij heeft nauwelijks geslapen, maar staat in het holst van de nacht in het haventje op Java te pleiten alsof hij persoonlijk de doodstraf kan uitbannen.

Drie dagen later – in een taxi die zich door de files van Jakarta naar het vliegveld wurmt – blijkt hoe dat relativeringsvermogen werkt dat hij in de VS heeft opgedaan. Stapert vertelt dat na de executie de Indonesische openbare aanklager naar hem toekwam voor een afrondend praatje. „Die man was zo opgelucht. Op een menselijk vlak begrijp ik dat wel. Hij moet vijf executies in goede banen leiden. Op het eiland lopen honderden mensen rond. En hij moet zorgen dat er niets misgaat, heeft nauwelijks geslapen en staat onder druk van zijn bazen. Op een bepaald moment heb ik besloten zaterdag ook te lachen om al dat drukke gedoe. Dat moet ook kunnen.”

Begrijp hem niet verkeerd. Hij is woedend over de gang van zaken. Als een land al besluit de doodstraf te voltrekken, dan moet het complete proces transparant en nauwkeurig zijn. Zeker niet „fluïde” zoals in Indonesië, zegt hij. Stapert is boos dat hij uiteindelijk niet met eigen ogen de executie mocht bijwonen, maar moest wachten op een paar honderd meter afstand. „Het is wrang om te constateren dat vergeleken met Indonesië de doodstrafprocedure in Amerika zo gek nog niet is.”

Vorig jaar ging er bij een executie in Oklahoma van alles mis waardoor het 43 minuten duurde voordat Clayton Lockett uiteindelijk aan een hartaanval overleed. Hij lag tientallen minuten te creperen in de executiekamer. „Het is echter wel een teken van een functionerende rechtsstaat dat zo’n drama via journalisten en advocaten onmiddellijk naar buiten komt. Hier weten wij niet hoe Ang Kien Soei is doodgeschoten.”

Ondanks zijn woede over de dood van Ang Kiem Soei en over de plannen van Indonesië om twintig terdoodveroordeelden per jaar te executeren, valt Stapert Indonesië niet frontaal aan. Het Westen past gezien de geschiedenis enige bescheidenheid, zegt hij. „Het gevangeniseiland waar Ang Kiem Soei is geëxecuteerd, is lang geleden gesticht door de Nederlandse kolonisator, bedoeld om politieke gevangen op te sluiten. Wij hebben zelf enorm huisgehouden in Indonesië. Het heeft meer dan vijftig jaar geduurd voordat wij de weduwen van Rawagede een verontschuldiging hebben aangeboden. Tijdens de rechtszaak probeerde Nederland zich te verschuilen achter het argument van verjaring. Uiteindelijk nam Nederland wel zijn verantwoordelijk als rechtsstaat door schadevergoeding te betalen, maar het was schoorvoetend.”

Politici met imagoprobleem

Bovendien schaffen landen nooit de doodstraf af als gevolg van kritiek van buitenaf. Het moet van binnenuit komen, zegt hij. De publieke opinie kan kenteren door een dramatische zaak, zoals de executie van iemand die onschuldig blijkt. Of een sterke leider, die veranderingen teweeg kan brengen. Stapert noemt de pas overleden oud-gouverneur Mario Cuomo die ongeveer in zijn eentje heeft voorkomen dat de staat New York de doodstraf herinvoerde, ook al waren politici, de bevolking en de politie voor. „Hij bleef maar vetoën”, zegt Stapert.

Wat er in Indonesië moet gebeuren weet Stapert niet. Wel ziet hij een trend. Het zijn vaak politici met een imagoprobleem die teruggrijpen op de doodstraf om te laten zien dat ze wel degelijk harde, krachtige leiders zijn die criminaliteit bestrijden belangrijk vinden. Rechtse law and order-achtige politici hoeven zich veel minder te bewijzen en kunnen er makkelijker voor kiezen de doodsstraf in de ijskast te zetten.

Stapert schaart de Indonesische president Joko Widodo, die na een aantal misstappen zijn presidentschap zwak is begonnen, samen met Bill Clinton in de categorie politici die iets te bewijzen hebben. Clinton liet in 1992 Ricky Ray Rector executeren, al had Rector zwaar hersenletsel opgelopen en kon hij volgens zijn advocaten niet bevatten wat de doodstraf betekende. Door de eerste executies sinds 1964 uit te voeren in Arkansas dekte Clinton zich af voor Republikeinse aanvallen dat hij misdaadbestrijding niet serieus nam. Clinton koos voor de doodstraf en het volk koos Clinton als president. Widodo wil zijn wet-is-wet-mantra kracht bij zetten door de komende jaren jaarlijks twintig terdoodveroordeelden te executeren. „De doodstraf is daarom zo willekeurig. Het gaat niet om de dader of de misdaad, maar om het politieke motief”, zegt Stapert.

Een misdaad tegen de gemeenschap

In Azië is de doodstraf voor politici een populair middel, zo blijkt. Op geen enkel ander continent wordt zo wijdverbreid gebruikt gemaakt van het executeren van gevangenen. Stapert verklaart dat door de andere rol van het strafrecht in Azië vergeleken met het Westen. „In Azië heerst de opvatting dat zware misdaden niet tegen een ander individu, maar tegen de gemeenschap worden gepleegd. Het is bijna een soort landverraad. In het Westen denken wij aan moord en de Dutroux-achtige zaken als de zwaarste misdrijven. In Azië komen drugs daar bij. Omdat het zo’n zwaar delict tegen de groep is, vindt de staat het gerechtvaardigd om misdadigers permanent uit die samenleving te verwijderen door ze te doden.”

Ang Kiem Soei is dood, maar Stapert geeft niet op. Hij onderzoekt of het mogelijk is om Indonesië via VN-mensenrechtenverdragen verantwoordelijk te houden. Het gaat niet alleen om gelijk achteraf. Stapert was deze week op bezoek bij Siegfried Mets, de andere Nederlander in de Indonesische dodencel, eveneens wegens xtc-handel. De 63-jarige Mets is ook een cliënt van Stapert. „Hij is door de executie van Ang Kiem Soei wat gespannen, maar hij heeft nog een juridische herzieningsmogelijkheid. Dat betekent dat we tijd hebben.” Indonesische gevangenissen blijven Stapert verbazen. „Zo gemoedelijk. Niemand draagt boeien. Ik kon met Mets in een kantoor van een gevangenisdirecteur spreken. Die man haalde ook even koffie voor ons. In Amerikaanse dodencellen is de ontmenselijking groter.”

De ontspannen sfeer is uiteindelijk een illusie, beseft Stapert, als zijn taxi de luchthaven nadert. Voor Stapert is dit het einde van een krankzinnige week. Hij vertelt dat het allemaal vers is, maar dat hij ’s nachts wakker wordt met één overheersende gedachte: „Het hele eiland is stikdonker. Opeens komt Ang Kiem Soei op een helverlichte plek. Dit is de executieplaats, moet hij begrijpen. Er staan een paar honderd man, gemilitariseerde politie met helmen op. Het is totale intimidatie. Op dat moment heeft hij als individu geen enkele kans tegen de macht van de groep, van de staat. Dat moet hij voelen. Dan wordt hij aan een paal gebonden en neergeknald.”