We bewegen meer, maar zitten het meest

Nederlanders sporten meer en vaker. Er is ook minder goed nieuws. Tegelijkertijd zijn we Europees kampioen zitten, zo blijkt uit een rapport dat vandaag verschijnt.

foto thinkstock

Het gaat, ondanks de economische crisis, best wel goed met de sport in Nederland. Nederlanders lijken niet zo veel te bezuinigen op sport. We zijn de afgelopen tien jaar iets meer en vaker gaan sporten. Tegelijkertijd zijn we echter ook Europees kampioen zitten. Nederlanders zitten maar liefst 6,8 uur per dag. Dat blijkt uit de Rapportage Sport 2014 van het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) dat vandaag verschijnt.

Ruim de helft van de Nederlanders (56 procent) sportte in 2013 wekelijks of vaker. Alleen Zweden, Denen en Finnen sporten meer. Tweederde van de Nederlanders beweegt voldoende volgens de bewegingsnormen. En die sporters hebben daar profijt van. Over het algemeen leven mensen die regelmatig sporten langer en lopen ze minder kans op chronische ziekten.

Maar de gezondheidsvoordelen van regelmatig sporten worden voor een gedeelte weer tenietgedaan door het vele zitten. Onder zitten wordt de hele dagelijkse zit gerekend: op het werk, thuis, of onderweg in trein of auto. En sporten of niet: in Nederland zitten we te veel.

Uit het SCP-rapport blijkt dat we tussen de 6,8 en 7,4 uur ‘sedentair gedrag’ vertonen: we zitten. Daarmee is Nederland Europees kampioen; gemiddeld zitten Europeanen 5,2 uur per dag. Ook andere Noord-Europese landen scoren hoog, maar komen niet in de buurt bij ons zitgedrag.

Waarom we zo veel zitten, vergeleken met de rest van Europa? Dat vraagt ook onderzoeker Claire Bernaards zich af. Zij doet namens TNO onder andere onderzoek naar ons zitgedrag. „Het onderzoek naar sedentair gedrag wordt pas sinds enkele jaren op grote schaal gedaan. Er zijn zo veel factoren waar je rekening mee moet houden, over tien jaar weten we misschien nog steeds niet waarom wij meer zitten dan andere Europeanen.” In het onderzoek is bijvoorbeeld geen rekening gehouden met de verschillende soorten van zitten en dus energiegebruik. Zit je in de auto als passagier of bestuurder. Zit je aan tafel om te werken of te eten.

Minder zitten = langer leven

Maar volgens Bernaards is het aantal uren dat we zitten zo hoog door het werk dat we doen. „Het opleidingsniveau in Nederland en Noord-Europa ligt relatief hoog.” En bij hoge opleidingen, horen beroepen waarbij je zit.

Al dat zitten heeft gevolgen voor de gezondheid. Onvoldoende bewegen en langdurig zitten verhogen allebei de kans op ziekte en sterfte. Mensen die weinig zitten, leven langer, hebben minder kans op ziektes als type 2 diabetes, hart- en vaatziekten en bepaalde kankersoorten.

Meer dan een uur of tien per dag zitten, verhoogt de kans op sneller overlijden met 40 tot 60 procent, vergeleken met mensen die minder dan vier uur per dag zitten, bleek al eerder uit onderzoek van het VU Medisch Centrum. Mensen die weinig sporten en veel zitten, lopen ook meer kans op blessures. En dat heeft een negatief effect op sportdeelname: als je geblesseerd bent, ga je immers niet sporten.

Je loopt natuurlijk niet alleen blessures op door het vele zitten. Je loopt ze vooral op tijdens het sporten. Hoewel sporten dus over het algemeen veel voordelen heeft voor de gezondheid, blijkt uit het rapport dat het aantal blessures de afgelopen jaren is toegenomen. Elke 1.000 uur worden er twee blessures opgelopen door sporters. Dat is een stijging van 17 procent ten opzichte van 2007.

Deze toename komt vooral door hardlopers, hockeyers en mensen die fitnessen. Hardlopen is een sport met een relatief groot risico op een blessure, evenals hockey. Iedere 1.000 uur dat deze sporten beoefend worden, ontstaan er 5,6 hardloopblessures en 6,2 hockeyblessures.

Een verklaring voor de stijging in blessures is voor een deel toe te schrijven aan de toegenomen populariteit van fitness en hardlopen. Veel mensen beginnen zonder professionele begeleiding of goed materieel aan deze sporten. De kans op blessures is dan groter. En al die blessures leiden tot hoge maatschappelijke kosten, geschat op bijna 1,5 miljard euro per jaar. Dit bedrag is opgebouwd uit directe medische kosten (440 miljoen euro) en verzuimkosten (1 miljard euro).