Vrouwelijke dieven

Er is een veelbezongen verschil tussen mannen en vrouwen: in talent voor ruimtelijke oriëntatie, met de eersten als winnaars. Vrouwen zijn wel beter in de weg vragen, maar er wordt betwist of dat een talent is. De vooroordelen kloppen, erger: het man-vrouwverschil in ruimtelijk oriëntatievermogen geldt zover bekend voor alle zoogdieren.

Maar vogelvrouwtjes slaan terug. Het ruimtelijk vermogen bij koolmeesvrouwtjes is duidelijk sterker en ze leren beter door observatie.

Zweedse onderzoekers kwamen daar achter door koolmezen te laten kijken naar glanskopmezen die in een ruim gebied voedsel verstopten voor later gebruik. Na loslaten werd bijgehouden wat koolmezen daarop deden. De vrouwtjes waren indrukwekkend beter in het aanboren van de voedselbronnen van anderen. Ze haalden zelfs net zo’n hoog terugvindpercentage als de glanskoppen zelf. De mannetjes modderden in vergelijking wat aan. (Behavioral Ecology and Sociobiology, feb. 2015)

De Zweden lijken erg blij met dit seksestereotypen onderuithalende resultaat. Ze hebben wel een kanttekening. Koolmeesvrouwtjes zijn bij het voedselzoeken ondergeschikt aan de mannetjes; die laatste nemen bij vondsten voorrang. De vrouwtjes – die minder binnenkrijgen – zijn daarom oplettender bij buitenkansjes, al dan niet door diefstal. Met andere woorden: ze zijn achterbaks, en doortrapter dan de mannetjes.