Opinie

Verliefd op elkaar binnen vier minuten

Tussen een perfect geschuimde cappuccino en een pasgeboren baby in verscheen op mijn Facebooktijdlijn een foto van een homo die van een gebouw werd gegooid. Mosul, IS. Het bericht werd alweer weggedrukt door een New York Times-artikel met de kop: ‘To Fall in Love With Anyone, Do This.’

Twintig jaar geleden liet psycholoog Arthur Aron mensen verliefd op elkaar worden in zijn laboratorium. De truc: laat twee vreemden een lijst van 36 intieme vragen doornemen. Daarna moeten ze elkaar vier minuten lang in de ogen kijken.

De auteur van het stuk probeerde het uit en werd inderdaad verliefd op haar proefpersoon. Conclusie: liefde is niet iets wat je overkomt, maar iets waarvoor je de juiste condities moet scheppen.

Van het New York Times-stuk zeilde ik naar een Facebookuitnodiging van het Amsterdamse theater Frascati, waar een voorstelling werd gemaakt in samenwerking met de vluchtelingen van We Are Here, de almaar groeiende groep uitgeprocedeerden die al twee jaar rondzwerven. Ik klikte op ‘aanwezig’ en ging nog echt ook. Voorafgaand aan de voorstelling vond een debat plaats met een asieladvocaat, een rechtsfilosoof en een VVD-gemeenteraadslid. Twee vluchtelingen uit Somalië schoven ook aan. ‘Uitgeprocedeerd’ vonden ze een nare term, „alsof je een machine bent die wordt uitgezet”. In het publiek zat een vrouw die al 25 jaar met vluchtelingen werkte. Ze zag de checklist om als ‘legitieme’ vluchteling te worden beschouwd steeds strenger worden.

De beste manier om te bewijzen dat je een verblijfsvergunning verdient, is te sterven in het land van herkomst. De vrouw vroeg aan het VVD-gemeenteraadslid of zij de Somalische dames met droge ogen kon beloven dat ze hun terugkeer zouden overleven.

Ik dacht aan die vier minuten oogcontact, het gedwongen tegenover elkaar zitten, hoe verbinding met moeite doen begint. Waar het vluchtige doorgaans met het lichaam wordt geassocieerd – een banaal instrument dat bevredigd moet worden – vertegenwoordigt het lichaam straks misschien juist diepte en duurzaamheid. Het lichaam is waar het is. Ongemak of pijn kan niet worden vermeden, terwijl de geest vluchtroutes vindt en ongeconcentreerd van een foto van een perfecte cappuccino naar een bericht over vermoorde homo’s skiet.

Fysieke aanwezigheid daarentegen schept werkelijk engagement. Het beperkt ons wellicht tot een wel heel persoonlijk idealisme, maar behoedt voor valse betrokkenheid, verpakt in abstracte woorden. De regeringsleider die over ‘het volk’ spreekt of de staatssecretaris die over een vluchteling als ‘dossiernummer’ beslist, vergeet gemakkelijk dat elke grote lijn en iedere statistiek met huid en haar begint. Zoals sommigen niet willen zien dat een homo mens is.

Misschien moet de vluchteling vier minuten eisen voor hij wordt uitgezwaaid. Niet oog om oog als morele code, maar oog in oog.