Sssttt, hier wordt hard gewerkt

Het beeld dat rijst uit alle foto’s op de expositie, die morgen opent, is dat van een stoere stad waar bouwwoede heerst.

Kees Molkenboer, Hongerwinter, Pijnackerplein, winter 1944-45. Collectie Nederlands Fotomuseum
Kees Molkenboer, Hongerwinter, Pijnackerplein, winter 1944-45. Collectie Nederlands Fotomuseum

Grachtenpanden en nauwe steegjes, driemasters die liggen aangemeerd, koetsen, handkarren en paardenwagens op de kades. De schilderachtige foto’s van Rotterdam in de negentiende eeuw doen denken aan een verzwolgen Atlantis, een stad die niet meer bestaat of zelfs nooit heeft bestaan. Herkenningspunten zijn er nauwelijks. Een enkele keer zie je de Laurenskerk op de achtergrond. De romantische zwart-witbeelden staan in scherp contrast met de felle kleurenfoto’s van de hypermoderne architectuur die na de oorlog in de stad verrees. Het Rotterdam van nu is eerder stoer, brutaal, dynamisch, modern, internationaal.

Het Nederlands Fotomuseum laat in de tentoonstelling Rotterdam in the Picture zien hoe zowel professionals als amateurs de stad in de afgelopen 175 jaar fotografeerden. Welk beeld van de stad rijst er uit hun foto’s op?

„Er was tot nu toe weinig onderzoek gedaan naar fotografie in Rotterdam”, zegt curator Frits Gierstberg, die de tentoonstelling maakte met onderzoeker Joop de Jong. „En door het bombardement zijn ook veel foto’s verloren gegaan. Maar in het Stadsarchief Rotterdam, het Koninklijk Huis Archief, het Spoorwegmuseum en Bijzondere Collecties van de Universiteit Leiden, is gelukkig nog wel veel bewaard gebleven.”

Rotterdam had in de negentiende eeuw een rijke elite van handelaren, industriëlen en reders. Fotografen leverden aan hen mooie stadsgezichten en plaatjes van belangrijke nieuwe gebouwen. Maar ook legden ze in opdracht van bedrijven en het gemeentebestuur de grote havenwerken vast en de aanleg van spoorwegen, zoals het luchtspoor door de stad. Gierstberg: „De van oorsprong Duitse fotograaf Johann Georg Hameter maakte haarscherpe foto’s van de bouw van drijvende droogdokken in de haven. Daar plakte hij in de donkere kamer indrukwekkende wolkenpartijen boven die hij ergens anders had gefotografeerd. Dat was zijn handelsmerk.”

Op een tentoonstelling als deze kunnen ook de pijnlijke foto’s van het bombardement niet ontbreken. Zoals die van Ed van Wijk, die op 15 mei 1940 een groep burgers fotografeerde die op de hoek van de Kruiskade met de Mauritsweg achter een hek staan te kijken naar de puinhopen van hun stad. Je ziet alleen hun schimmen, de mannen houden hun handen ernstig op de rug.

Maar bij de pakken neer zitten was er niet bij. De gapende wonden in het stadshart werden na de oorlog gedicht met nieuwe gebouwen. „De grootste, de hoogste, de eerste”, zegt Gierstberg. „Dat zijn woorden die je vaak tegenkomt als het gaat over Rotterdamse architectuur, ook al voor de oorlog.” Cas Oorthuys was een van de belangrijkste fotografen die Rotterdam tijdens de wederopbouw bracht als een bruisende wereldstad vol iconische gebouwen.

De keerzijde van die bouwwoede was dat Rotterdam de reputatie kreeg een ‘kille stad’ te zijn. Gierstberg: „Je kent wel die uitdrukking: na zes uur ’s avonds kun je op de Coolsingel een kanon afschieten.” Sommige fotografen, zoals Kim Bouvy, brachten dat beeld van een spookstad tot uitdrukking in hun werk. Anderen gingen juist op zoek naar het leven en het groen in de stad. Zoals Janine Schrijver, die een fotoserie maakte van het stampvolle Vroesenpark tijdens een warme zomerdag.

Naast de vele foto’s van architecturale hoogstandjes zijn er dus ook foto’s van de inwoners die de stad maken tot wat hij is. Er zijn oude foto’s van havenarbeiders in de negentiende eeuw die staan te wachten op de verdeling van werk, foto’s van gastarbeiders in de jaren zeventig en hele recente foto’s waarop je de bonte mix van inwoners ziet die de stad nu heeft. Maar deze foto’s vormen een minderheid in de tentoonstelling. „Rotterdam heeft niet zoveel straatfotografen”, zegt Gierstberg. „De nadruk heeft hier van oudsher gelegen op architectuurfotografie.”

Er loopt in de tentoonstelling geen verhaal of lijn van de oudste naar de nieuwste foto. „We hebben de foto’s op een associatieve manier gegroepeerd”, zegt Gierstberg. „Het gaat ons om de beelden van de stad, niet om het historische verhaal.”