Schaatsen, maar dan een stuk spannender

Vandaag begint in Dordrecht het EK Shorttrack. De sport was ooit het kleine broertje van het langebaanschaatsen. Maar die tijd is voorbij, zegt toernooidirecteur Cees Juffermans.

Nederlandse shorttrackers tijdens een training op de Olympische Winterspelen van 2014 in Sotsji. Foto ANP
Nederlandse shorttrackers tijdens een training op de Olympische Winterspelen van 2014 in Sotsji. Foto ANP

Een uitverkocht huis in Dordrecht, schaatsers en journalisten uit 29 landen, live-uitzendingen op televisie, met 56 mensen van de NOS. Ooit was shorttrack in Nederland het zeer kleine broertje van het langebaanschaatsen. Die tijd lijkt voorgoed voorbij, zegt de toernooidirecteur van de Europese Kampioenschappen, Cees Juffermans. „Mensen willen nu meer snelheid, meer actie, meer vermaak. We hadden ook het dubbele aantal kaartjes kunnen verkopen.”

Chaos, tumult, adembenemende manoeuvres, onvoorspelbare races – elk met een eigen verhaal: oud-olympiër Juffermans (32) weet nog precies waarom hij als jochie uit Stompwijk voor shorttrack koos, niet voor de langebaan. „Ik werd aangetrokken door het spel, ervoor zorgen dat je slimmer bent dan een ander, ook al ben je minder snel. Weten dat je in een weekend twintig keer mag starten. Niet een hele dag wachten om in je eentje een 5.000 meter te moeten rijden.”

Juffermans zag de afgelopen jaren van nabij de enorme ontwikkeling in het Nederlandse shorttrack. Toen hij in 1999 als 16-jarige debuteerde in de nationale ploeg was er lang niet zoveel aandacht als nu, zeker vergeleken bij het langebaanschaatsen, waarin in die tijd miljoenen guldens omgingen. Maar jaloers was Juffermans niet. „Nee, je krijgt wat je verdient.”

Shorttrack is geen cultureel erfgoed

Eigenlijk heeft hij een beetje een hekel aan die steeds terugkerende vergelijking met de 400-meterbaan. „Maar je ontkomt er niet helemaal aan. Langebaanschaatsen, marathons, de Elfstedentocht: het hoort bij het Nederlandse culturele erfgoed, shorttrack niet. Dat was in 1988 nog een demonstratiesport op de Spelen.”

Toch was het niveau destijds al zeer behoorlijk: Dave Versteeg haalde in 1998 Europees zilver, Juffermans drie jaar later. Maar een structurele aanpak kende de Nederlandse schaatsbond KNSB nog niet. „Elke keer richtte de bond zich na de Spelen weer op een jonge groep. We hebben ook een tijdje geen kernploeg gehad. Dus veel shorttrackers vielen af.”

Juffermans reed op topniveau tot 2006 Toen stapte hij over naar het marathonschaatsen, en pas toen besloot de schaatsbond tot een fulltime en professioneel programma voor de shorttrackers. De huidige generatie rond Sjinkie Knegt plukt daar nu de vruchten van.

Hij droeg zelf zijn steentje bij aan de popularisering van het shorttrack in Nederland. Juffermans was als toernooidirecteur medeverantwoordelijk voor de spectaculaire World Cup in 2012 in Dordrecht, waar rijders en races met muziek en lichtshows werden begeleid. „Dat toernooi was het vliegwiel voor het shorttracksucces bij het publiek en de media”, zegt Juffermans, die samenwerkt met sportmarketingbureau TIG Sports – organisator van bijvoorbeeld de KLM Open. „Iedereen die het een keer live heeft gezien, wil er de volgende keer weer bij zijn. Dat is de kracht van de sport.”

De EK kan het shorttrack in Nederland naar een nieuw niveau tillen, denkt Juffermans. Over twee jaar worden de WK in Ahoy gehouden. Dat komt absoluut vol, voorspelt hij. „Dan zijn we echt weer verder dan nu. Ik geef training op mijn lokale club IHCL, de Indoor Hardrij Club Leiden. Je ziet het ledental daar heel snel groeien.”

Shorttrack concurreert dus al lang met de langebaan. Bij de EK allround in Tsjeljabinsk, eerder deze maand, waren zestien landen aanwezig, in Dordrecht bijna het dubbele. „Een groot probleem is het aantal 400-meterbanen. In elk willekeurig dorp in Duitsland heb je een ijshockeybaan. Shorttrack kan dus veel sneller groeien. Ik heb tegen Zuid-Afrikanen gereden, er zijn WK’s in Australië geweest. Dat kan omdat die infrastructuur er is. In mijn laatste olympisch kwalificatietoernooi reed ik tegen mensen uit 44 landen. Dat zal nu boven de 50 zijn. Weinig wintersporten hebben zo’n groot bereik.”

Toch hoeft het shorttrack het wat Juffermans betreft niet te ‘winnen’ van de langebaan. „Mijn droom is wel dat we veel meer samen gaan doen. Dat schaatsen schaatsen wordt, of het nou shorttrack is, skeeleren of langebaan. Dat zal dichter bij elkaar komen. Daardoor heb je een heel grote groep die ook met shorttrack kennis kan maken. Ik geloof er heel erg in dat je kinderen multidisciplinair moet opleiden. Lekker skeeleren in de zomer, shorttrack en langebaan in de winter. Dat heeft veel te lang geduurd.”