Op een kleine ic gaan niet meer mensen dood

Er zouden veel mensen onnodig overlijden op kleinere ic-afdelingen. Maar dat spookbeeld klopt niet.

Op de afdeling intensive care van kleine ziekenhuizen in Nederland overlijden verhoudingsgewijs niet meer patiënten dan op de ic in grote ziekenhuizen. Dat concludeert een team van ic-artsen (intensivisten) in een onderzoek dat online werd gepubliceerd in Intensive Care Medicine.

Alle Nederlandse ziekenhuizen hebben een intensivecareafdeling. In academische en topklinische ziekenhuizen is de ic geavanceerd. De meeste kleine, regionale ziekenhuizen hebben een basis-ic. Op zo’n kleine ic komen minder patiënten en is meestal alleen overdag een intensivist aanwezig.

De uitkomsten van het onderzoek zetten vraagtekens bij de plannen van sommige intensivisten en zorgverzekeraars om kosten te besparen door de afdelingen intensive care te concentreren. Niet toevallig, zegt een van de auteurs van de studie, intensivist Georg Kluge van het Slotervaartziekenhuis in Amsterdam. „We zagen de bui al hangen toen tien jaar geleden werd besloten om een nieuwe richtlijn voor ic’s op te stellen. Daarom besloten we het eens heel goed uit te zoeken. We hopen dat onze nieuwe gegevens nog net op tijd zijn om nog wat sturing te geven aan de richtlijn die nu bijna klaar is.”

In 2007 rapporteerde het actualiteitenprogramma NOVA nog dat er in Nederland naar schatting jaarlijks 250 mensen onnodig overleden op de afdeling intensive care. Dat zou komen door een gebrek aan expertise in de kleinere ziekenhuizen.

„Die raming was gebaseerd op Amerikaanse studies”, zegt Kluge, „Maar de situatie in Nederland is onvergelijkbaar. In het belangrijkste Amerikaanse onderzoek naar het overlijden van patiënten op de intensive care was slechts tien procent van de behandelaars ook echt ic-specialist. In de VS werden de ernstig zieken vaak bijgestaan door een huisarts. In Nederland wordt elke ic geleid door een intensivist, die speciaal daarvoor van andere taken is vrijgesteld.”

Een eerdere Nederlandse studie naar verschillen in ic’s, bekeek alleen sterfte bij patiënten met een ernstige infectie (sepsis, oftewel bloedvergiftiging). Dat onderzoek leek het Amerikaanse beeld te bevestigen dat patiënten op grotere ic’s een grotere overlevingskans hebben. „Maar daarop valt veel af te dingen”, zegt Kluge. „Sepsispatiënten zijn relatief zieke patiënten. In dat onderzoek werden slechts vijf kleine ic’s vergeleken met meer dan twintig grote ic’s en bovendien bleken de gegevens van een kleine ic achteraf niet te kloppen. Deze studie kun je daarom niet meer serieus nemen.”

Groter is niet beter

Het nieuwe onderzoek met gegevens van 87 van de in totaal 95 Nederlandse ic’s laat zien dat de kwaliteit van intensieve zorg overal heel consistent is. „We zien zelfs dat er geen verschil in sterftekans is bij de categorie ic-patiënten met het grootste overlijdensrisico, met een sterftekans hoger dan 70 procent”, benadrukt Kluge.

Patiënten van een kleine ic verplicht overplaatsen naar een groter ziekenhuis heeft dus niet veel zin, vindt Kluge: „Dat zou eigenlijk alleen nog maar noodzakelijk zijn als er specialistische zorg nodig is die op de betreffende ic niet voorhanden is. Als bijvoorbeeld een bestralingsarts, hartchirurg of neurochirurg nodig is bij de behandeling.”

„Maakbaarheidsgeloof”, noemt Kluge het, dat sommige intensivisten en zorgverzekeraars grote gecentraliseerde ziekenhuizen willen in plaats van een netwerk van perifere ziekenhuizen. „Het geloof dat groter altijd beter is, is heel vervelend, omdat het echt niet altijd zo is! Zulke belangrijke besluiten moeten worden genomen op basis van evidence en niet, zoals nu dreigt, op basis van eminence. Ik hoop dat de rivaliteit ophoudt.”