Obama’s revanche is een opmaat voor 2016

Met deze State of the Union heeft Barack Obama weer een krachtige indruk gemaakt. Het doet denken aan zijn debuut, het Yes we can, toen hij het tegen John McCain moest opnemen en Amerika moest bevrijden uit de doodlopende steeg waarin George W. Bush de natie had geleid. Het lijkt wel of het tij gekeerd is. De economie gaat weer vooruit, de stijging van de werkloosheid lijkt bedwongen, Obamacare, de gezondheidszorg, heeft toch een begin van succes. Bij de tussentijdse verkiezingen hebben de Democraten de meerderheid in het Congres verloren, maar nu breekt toch eindelijk de zon door.

Zo lijkt het. Maar de wereld is veranderd. Waarschijnlijk hebben we onder Bush jr. de laatste stuiptrekkingen van het Amerikaanse wereldleiderschap beleefd. Zijn oorlog tegen het Irak van Saddam Hoessein is geëindigd in een catastrofe waarvan we nu de gevolgen ondervinden. No boots on the ground is tot een axioma van Washingtons buitenlandse politiek geworden. Afghanistan wordt na veertien jaar oorlog door de westelijke troepen verder ontruimd, Syrië zet zonder inmenging zijn zelfverwoesting voort. In de chaos van Syrië en Irak kwam de Islamitische Staat tot ontwikkeling; een factor van internationaal onheil.

Vergelijk deze toestand met die van enkele decennia geleden. President Reagan bracht een bezoek aan Berlijn, hield bij de Brandenburger Tor een redevoering en zei: „Mister Gorbatsjov, tear down this wall.” Twee jaar later was het zo ver, na veertig jaar Koude Oorlog waarin Amerika de onbetwiste leider was geweest.

In 1987 verscheen het boek van de Britse historicus Paul Kennedy, The Rise and Fall of the Great Powers. Hij beschrijft daarin de opkomst en afbraak van de wereldmachten, Spanje, de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden, Frankrijk, Groot-Brittannië. De belangrijkste oorzaak is imperial overstretch, de onbedwingbare neiging van een grootmacht om zijn gebied en invloed verder uit te breiden. Dit leidt tot economische overspanning, onwil van het volk en dan onherroepelijk tot een langzame afbraak. Met die theorie heeft de schrijver toen in de Verenigde Staten verontwaardiging en woede veroorzaakt.

Maar onder president Clinton werden de eerste symptomen al zichtbaar. De natie verwaarloosde de buitenlandse politiek en verdiepte zich in het seksschandaal van Bill Clinton en Monica Lewinsky. Dat heeft in Amerika een onvoorstelbare razernij veroorzaakt. Voor buitenlandse politiek was geen tijd of aandacht meer en daarmee was de neergang definitief begonnen. President George Bush jr. heeft de ondubbelzinnige bevestiging gegeven.

Intussen is ook het Westen in zijn geheel veranderd. De samenhang die we aan de Koude Oorlog te danken hadden is verdwenen. De economische crisis en de immigratie hebben het politieke zelfvertrouwen aangetast. Onze politieke elite heeft zijn leiderschap verloren. Het gevolg daarvan is een voortdurend sluimerende crisis. Dat is in grote trekken nu de situatie van het Westen.

Natuurlijk blijft Amerika een machtige natie met enorme capaciteiten, militair, wetenschappelijk, economisch. Misschien nog steeds de sterkste ter wereld. Maar dat is de vraag niet meer. Het gaat om het overtuigend leiderschap en de eensgezindsheid van de Atlantische wereld die daaruit zouden moeten voortvloeien. Die hoekstenen van de macht zijn aan beide kanten van de oceaan verdwenen. President Obama heeft zich met deze State of the Union gerevancheerd. Over iets meer dan een jaar komen de campagnes voor de nieuwe Amerikaanse presidentsverkiezingen (8 november 2016) op gang. Alleen al daaruit zal al blijken hoe hopeloos verdeeld het machtigste land ter wereld is.