Lekkere kippetjes, maar wel met de Franse slag

Foto Olivier Middendorp

In een rotisserie gaat het om grillen aan het spit en inderdaad, bij binnenkomst zien we de gespieste kippetjes al hangen. Achter de toonbank staan twee jongemannen met bezweet voorhoofd de bestellingen af te werken en dat zijn er veel: van take away-klanten aan de toonbank en de gasten van zowel buurrestaurant Fier (zelfde eigenaar, Vlaamse pot) als het restaurant van de rotisserie. Het is weliswaar een gure maandagavond, maar twintigers en dertigers hebben deze hippe hang-out al gevonden, ook al zijn ze nog maar net open. Onze reservering is niet goed doorgekomen en dus worden we in afwachting van een tafel op grote, leren fauteuils achterin de zaak gezet. Geen probleem, we nemen een drankje (witte wijn 3,50 en Brooklyn lager 6,- ) en bekijken de menukaart. Het is nogal donker, de letters op de kaart (houtje, A4’tje, dikke elastieken d’r omheen) klein en ik constateer dat ik de enige met leesbril in de zaak ben. Soms moet een mens incasseren. Op die kaart staan gegrilde kip, één salade voor de vegetarische medemens en een handjevol burgers (waaronder één vegaburger met Portobello en black beans) die aangekleed kunnen worden met extra toppings en bijgerechten als friet, aardappels en coleslaw.

De Rotisserie is een zaak naar Amerikaans voorbeeld, zo ziet het eruit (beetje donker, beetje dirty) en zo klinkt het ook, met grunge uit de boxen. Bier heet hier lager en er is –je bent hip of je bent het niet– ook een GT lijst (gin tonic) die met krijt op de muur is gekalkt.

Bij wijze van borrelhap starten we met de sticky chickenwings (6,50), maar die zijn niet echt sticky. Ook niet echt pittig trouwens, wat ze horen te zijn, maar wel lekker krokant. De bijgeleverde kaassaus, bedoeld om de pittigheid van de vleugels af te blussen, lepelen we nu maar voor gewoon lekker weg. Zodra we onze vette monden hebben afgeveegd, komen de hoofdgerechten op tafel: een halve gegrilde kip (7,50), een hamburger (7,50) en een paar bijgerechten, handgesneden friet (3,50) en coleslaw (2,50). De halve kip heeft als extra vermelding ‘free range’, ze heeft dus blijkbaar gescharreld, maar biologisch kan ze zeker niet zijn met een verkoopprijs van 12,50 euro voor een hele kip. Sappig is de kip wel, smakelijk ook en dat komt mede door die heerlijke rooksmaak. De hamburger van Schots Angusrund komt met pickles, tomatenketchup, mosterdsaus en als extra toppings cheddar en jalapeno. Een smakelijke hamburger serveren is niet eenvoudig, vind ik, maar deze heeft veel smaak, is precies goed gebakken en vooral de kaas en peper geven dat extra’s. Het broodje is een beetje klef en vooral saai en ben ik na een hap meteen vergeten – dit kan beter. De friet is lekker, stevig gebakken maar niet té, de coleslaw mooi fijn gesneden en ook goed aangemaakt. We zijn zeker niet in de zevende hemel, maar het is prima.

Wat hapert is de bediening. Er lopen twee jongens rond die door de brede zuilen en de kleine hoekjes in de zaak – claustrofobisch moet je hier niet zijn – vaak het overzicht kwijtraken. Ze doen hun best, maar hun gezicht staat op damage control. De ene bestelling komt te vlot (hoofdgerecht), de andere te laat (wijn, water) en ik moet een paar keer naar de bar lopen om de aandacht te krijgen. Dat ligt niet aan de jongens, ze zijn gewoon met te weinig en kunnen het niet aan.

En er valt nog wel meer winst te behalen. Zo is de rode wijn – de wijnen zijn hier sowieso niet bijzonder – te warm. Ze wordt geserveerd op kamertemperatuur, in dit geval zeker boven de 20 graden. En de bestelde brownie smaakt naar fudge.

In deze stad waar vooral dertigers royaal geld in de horeca uitgeven, schieten dit soort concepten als paddestoelen uit de grond. Restaurants met één specialiteit, één simpel gerecht (kip, hamburger, spareribs, hotdog, worst) waar men goed in is. Bij die zaken komt het– naast natuurlijk het serveren van de beste uitvoering van dat ene gerecht – aan op de detaillering. Bij de Rotisserie zijn ze een stukje op weg, maar het is allemaal – hoe Amerikaans ze ook proberen te lijken – met de Franse slag; te slordig. Er moet nog flink aangepoot worden om dit concept tot een doorslaand en blijvend succes te maken.

Een lekker kippetje is niet genoeg.