...kan Europa zo in een crisis kan storten

De afgelopen jaren bouwde Griekenland een schuld van 250 miljard euro op bij Europese landen. Ook bij Nederland. Komen die miljarden wel terug als Syriza aan de macht komt?

Mark Rutte was duidelijk, tijdens een verkiezingsdebat in 2012. Wat hem betreft zou er niet meer geld van de Nederlandse belastingbetaler naar Griekenland gaan. „Genoeg is genoeg.”

Sinds de eurocrisis zijn verkiezingen in Griekenland ook belangrijk voor Nederland. Griekenland was in 2010 het eerste land in de EU dat failliet dreigde te gaan: het leek niet langer aan zijn betalingsverplichtingen te kunnen voldoen en nieuwe leningen werden onbetaalbaar door de hoge rente.

De EU en het IMF schoten te hulp. Want als Griekenland failliet kon gaan, dan konden ook andere Europese landen dat doen. Dat werd door veel politici in Europa gezien als een ramp: het zou het einde kunnen betekenen van de euro.

Bovendien hadden Europese banken, ook Nederlandse, in het verleden tientallen miljarden euro’s geleend aan Griekenland. Als Griekenland niet aan zijn betalingsverplichtingen kon voldoen dan hadden die banken dus ook een groot probleem – en sommige van die banken waren juist gered met geld van de belastingbetaler.

Om een faillissement te voorkomen, kregen de Grieken 250 miljard euro aan steun. Ook uit Nederland. In ruil daarvoor beloofde Griekenland de overheidsfinanciën op orde te brengen (lees: te bezuinigen).

Meer kans op een ‘Grexit’

Wat kan er gebeuren als het links-radicale Syriza zondag de verkiezingen in Griekenland wint? De partij staat bovenaan in de peilingen en wil dat een deel van de schulden aan zijn land wordt kwijtgescholden. Begin januari meldde Der Spiegel dat de Duitse bondskanselier Merkel er wel vrede mee zou hebben als de Grieken nu alsnog vertrekken uit de eurozone. Berlijn ontkende het bericht. Maar hoe groot is de kans op zo’n ‘Grexit’? En hoe erg is dat?

Steeds meer economen zijn het erover eens dat de Griekse overheidsschuld, die is opgelopen tot 175 procent van het bruto binnenlands product, onhoudbaar is geworden. Maar een gedeeltelijke afschrijving is heel moeilijk te verkopen voor regeringen die hun kiezers hebben beloofd dat hun belastinggeld tot op de laatste euro terug zou komen, zoals de Duitse en de Nederlandse. Discussie hierover zou kunnen escaleren in een vertrek van Griekenland uit de eurozone.

Weinigen twijfelen eraan dat een vertrek uit de eurozone heel nadelig zal zijn voor Griekenland. De heringevoerde drachme zou sterk moeten devalueren ten opzichte van de euro, terwijl de schulden in euro’s zouden blijven staan.

De eurozone moest bij elkaar blijven

Maar hoe zou een Grexit uitpakken voor de rest van de eurozone? Was het stoerdoenerij van de bronnen van Der Spiegel of hebben ze gelijk en blijft de euro gewoon overeind?

Er is inderdaad een hele reeks aan maatregelen getroffen tegen het centrale probleem van de periode 2010-2012: overheden die banken mee-trokken in hun val en andersom, en het overslaan van deze mix van het ene op het andere land.

De probleemlanden van destijds hebben omvangrijke steunprogramma’s gekregen in ruil voor bezuinigingen en hervormingen. De banken in andere eurolanden hebben hun blootstelling aan deze landen afgebouwd.

En er zijn structurele verbeteringen aangebracht aan het eurosysteem. Om te beginnen is er een permanent noodfonds opgericht. Deze stroppenpot van 500 miljard euro bestaat voornamelijk uit garanties van eurolanden en is bedoeld om overheden in uiterste nood te redden.

Verder zijn er regels gekomen die moeten voorkomen dat overheden (en dus belastingbetalers) opdraaien voor de kosten van falende banken. Aandeelhouders en obligatiehouders dragen voortaan als eersten de verliezen, gevolgd door spaarders met een tegoed boven 100.000 euro. Pas daarna mag een bank met overheidsgeld worden gered en alleen als de staat ook financieel ten onder dreigt te gaan, mag een beroep worden gedaan op Europese solidariteit.

Portugal heeft ook schulden...

De financiële markten reageerden niet paniekerig op het artikel in Der Spiegel. De euro kreeg klappen (maar die daalt ook om andere redenen) en de rente op Griekse staatsobligaties steeg flink, maar dit sloeg niet over op bijvoorbeeld Portugal of Italië, zoals dat in 2011 of 2012 wel gebeurd zou zijn. Dat geeft bevestiging aan het idee dat de euro inderdaad zonder Griekenland verder zou kunnen.

Maar politiek zijn er nieuwe risico’s bijgekomen sinds 2010. Syriza vertolkt de euroscepsis in Griekenland, maar is niet alleen: Podemos doet dat in Spanje, het AfD in Duitsland en de Vijfsterrenbeweging in Italië, elk op geheel eigen wijze.

De vrees is nu dat als Griekenland schuldkwijtschelding krijgt, een land als Portugal dat ook wil. En dat als Griekenland uit de euro stapt en zo een herstructurering afdwingt, dit andere schuldenlanden op ideeën brengt. De besmetting zou dan niet meer via de financiële markten plaatsvinden, maar via de politiek.