Hun stem op het radicaal linkse Syriza...

Een radicaal linkse partij gaat zondag waarschijnlijk de verkiezingen in Griekenland winnen. De partij is slecht georganiseerd, maar kan er zomaar voor zorgen dat Griekenland uit de euro stapt.

Onlangs op een avond kroop Alexis Tsipras (40) achter een bureau op het partijkantoor van Syriza om via Twitter vragen te beantwoorden. De jonge partijleider en mogelijk volgende Griekse premier keek naar de verzameling camera’s en journalisten vóór hem en grapte: „Veel te veel media hier. Ik dacht dat dit een online interview was.”

Tsipras laat geen gelegenheid onbenut om duidelijk te maken dat Syriza zich buiten de machtige netwerken bevindt. Die hebben in Griekenland de belangrijkste politieke posities, bedrijven en ook media in handen. Op Syriza stemmen moet daardoor gelden als een stem tegen de oligarchie en gecorrumpeerde massamedia, en vóór democratie.

Een stem ook voor een alternatief beleid in Europa. Uitdrukkelijk staat bij de verkiezingen van zondag de door Brussel gedicteerde bezuinigingsaanpak ter discussie. Daarom ook kijkt een verwante linkse beweging die in Spanje uitzicht op de macht heeft, Podemos, gespannen toe. De opmars van Syriza geeft Europese socialisten hoop op een nieuwe toekomst.

Gevreesd in Europa

De snelle groei van Syriza dateert van de laatste paar jaar, maar de partij zelf is niet nieuw. Ze is een coalitie van allerlei groeperingen, zoals de eco-socialisten, trotskisten, radicalen en eurocommunisten. Veel van die groepen zijn eind jaren zestig opgericht, toen er behoefte was aan communistische alternatieven voor het stalinisme van de Sovjet-Unie en voor de Griekse communistische partij, die daar wel trouw aan bleef.

Deze partijtjes zweefden op hun best net rond de kiesdrempel van drie procent. Er was altijd felle kritiek, onder meer op alles wat Amerika deed, maar de groepen die in 2004 de ‘Coalitie van radicaal links’ (Syriza) vormden, zijn nooit zelf aan de macht geweest. Dat maakt Syriza ondanks haar lange geschiedenis toch een grote onbekende.

Dat geldt niet alleen voor regeringen in andere Europese hoofdsteden, die vrezen dat een regering in Athene onder leiding van Tsipras alle afspraken over hervormingen, leningen en terugbetaling aan zijn laars lapt. Het geldt ook voor Grieken zelf. Op Tsipras stemmen voelt als diep adem halen, ogen dicht en in het diepe springen. Op hoop van zegen.

Slecht georganiseerd

Bij de parlementsverkiezingen in mei en juni 2012 werd Syriza opeens de tweede partij. Het Griekse politieke landschap was ingrijpend gewijzigd. Zowel extreemlinks als extreemrechts won, ten koste van de gevestigde macht van Pasok en Nieuwe Democratie, die vanaf begin jaren tachtig afgewisseld hadden geregeerd.

Vanaf dat moment werd regeren een serieuze mogelijkheid. Het clubje ideologen uit dertien verschillende linkse groeperingen die in rokerige achterkamertjes met elkaar discussieerden, moest een gestroomlijnde partij worden. Zo kwam een proces dat na de val van de Muur in 1989 begon, in een stroomversnelling. Sinds 2013 is ‘Syriza’ niet meer de afkorting voor ‘Coalitie van radicaal links’, maar een echte partijnaam.

De samenstellende delen zijn nog goed van elkaar te onderscheiden. Het kost de partij moeite met één stem te spreken. Belangrijke uitspraken van Tsipras moeten vooraf worden goedgekeurd door lokale afdelingen in het hele land. Daarin zitten zowel maoïsten en anti-globalisten als gematigde sociaal-democraten en groenen.

Het Links Platform van de partij, waar ongeveer eenderde van de partijleden bij hoort, vindt dat Griekenland uit de euro moet stappen, maar heeft zich vooralsnog neergelegd bij het besluit van het partijcongres dat niet na te streven. Die opstelling kan gemakkelijk veranderen als Tsipras zich als premier gedwongen zou voelen compromissen te sluiten. De partij blijft een kruiwagen vol kikkers.

Tsipras is geen leider die met zijn vuist op tafel slaat. Hij wordt geroemd omdat hij zo goed luistert en zo gewoon gebleven is. Een jongen zonder stropdas met een huis in een volksbuurt die graag naar anti-fascistische festivals gaat en met zijn vriendin en twee jonge kinderen gaat kamperen.

En linkser dan andere Europeanen

Door de schok van het bijna aan de macht komen in 2012 en de verantwoordelijkheid die dat met zich meebrengt, is Syriza de afgelopen twee jaar gematigder geworden. In 2012 dreigde de partij nog uit de euro te stappen. Tegenwoordig is de officiële partijlijn dat daar geen sprake van kan zijn. Alexis Tsipras en de economen van de partij zijn heel de EU doorgereisd om dat uit te leggen. Zowel de Grieken als andere Europeanen moeten gerustgesteld worden dat ‘radicaal links’ geen revolutie meer beraamt.

Dat laat onverlet dat Syriza flink links staat van andere Europeanen. Tsipras heeft in het verleden de centrum-linkse regeringsleiders François Hollande in Frankrijk en Matteo Renzi in Italië uitgemaakt voor collaborateurs van het neoliberale beleid in Europa en ze verweten de lessen uit Griekenland niet ter harte te hebben genomen.

De echte test voor Tsipras en Syriza komt na de verkiezingen, als de stap moet worden gemaakt van theorie en oppositie naar regeren. Behalve de enorme interne problemen en onafgeronde hervormingen binnen Griekenland wachten onderhandelingen met internationale kredietverstrekkers.